Ook mijn krottige huisje is gesloopt

Een wandeling door de wijk van de slechte statistieken is waarschijnlijk het leukst op een zonnige woensdagmiddag. Maar ook een weekenddag kan goed. Honderden kinderen, vrij van school, zwermen dan uit over de vele speelterreinen en voetbalveldjes die de Schilderswijk rijk is.

Die groenvoorzieningen kwamen er tijdens het grote stadsvernieuwingsproces, dat rond 1980 begon. Bij de sloop van de verpauperde, zogeheten revolutiebouw (eind negentiende eeuw gebouwd) werd het nogal rechthoekige stratenplan overboord gegooid. Overal ontstonden pleintjes en parkjes.

De kinderen spelen in een buurt die tijdens die breek- en bouwperiode compleet van kleur is verschoten en ze wonen in 'het armste postcodegebied van Nederland'. Maar als ik de vrij witte, zwaar verpauperde en net zo arme Schilderswijk van 1980 vergelijk met de buurt van nu, kan ik niet anders dan constateren dat het stadsvernieuwingsproces effect heeft gehad. Ga eens kijken op een woensdagmiddag.

We beginnen de wandeling op station Hollands Spoor (1). In de Stationsstraat, lang en rommelig maar nu eindelijk een iets vrolijker entree naar de Haagse Binnenstad dan vroeger, slaan we na kapsalon Istanbul en Yousef-advocaten linksaf richting Oranjeplein. Daar steken we via het grote opgeknapte speelterrein door naar de Hoefkade.

Hagenezen die vroeger ergens aan die anderhalve kilometer lange hoofdstraat van de Schilderswijk woonden, zeiden er vaak bij dat zij wel van 'het betere stuk van de Hoefkade' kwamen. Daarmee bedoelden ze het zuidwestelijke uiteinde, niet het stuk Hoefkade waar we nu lopen.

Zo slecht is het nu niet meer op dit deel van de Hoefkade. Veel van de huidige woningen hier verrezen in 1973 in het eerste nieuwbouwplan. Clubhuis De Mussen (2) is gevestigd op nummer 602. Nog steeds een spil in de wijk, dit oudste zelfstandige buurthuis van Nederland dat in 1926 werd opgericht door schoolmeester Jacob de Bruin.

Langs de kruising met de Koningstraat (rechts uitzicht op de Haagse Toren) slaan we even verderop vanaf de Hoefkade linksaf richting het Jacob van Campenplein. Dit is de plek waar de stadsvernieuwing de grootste metamorfose teweegbracht.

Als je in 1980 het Jacob van Campenplein (3) op liep, sprongen de tranen je in de ogen. En dat kwam niet alleen door de stinkende rookflarden uit één van de leegstaande slooppanden. Het Jacob van Campenplein was in 1980 de meest verpauperde plek van de Schilderswijk, waar de laatste bewoners het probeerden uit te zingen. Ze leefden tussen dichtgespijkerde slooppanden, waarin zwervers huisden. Regelmatig ging de fik er in.

Het plein was ook de broeiplaats voor de jaarlijkse zomerrellen. Toenmalig burgemeester Schols hield het er op dat die rellen werden aangesticht door 'verveelde sensatiejeugd'. De bewoners wezen op diepere oorzaken: de leefbaarheid op het plein was bar en boos, terwijl het gemeentebestuur vooral bezig was met prestigeprojecten in het centrum van de stad, zoals de concertzaal en het nieuwe stadhuis.

De ellende van het Jacob van Campenplein en omliggende straten met alle sociale problemen werd uiteindelijk drastisch (met de sloopkogel) opgelost. De donkere onderkant van de Schilderswijk ging plat. Nu ligt er een fris en goed onderhouden plein waar goed gewoond en gespeeld kan worden. Aan de zuidelijke kant staat het Fort (1890): blokjes kleine, karakteristieke gepleisterde huizen met trapgeveltjes, die gered werden van de sloop.

Dezelfde architect W.B. Liefland ontwierp in 1885 een vergelijkbaar wooncomplex als het Fort in een soort hofjesbouw, de Van Ostadewoningen (4). Die vinden we ten noorden van het Jacob van Campenplein, tussen de Van Ostadestraat en de Jacob Catsstraat. De davidsterren die hier soms in de gevels zijn verwerkt wijzen erop dat het buurtje oorspronkelijk was bedoeld als uitbreiding van de Haagse jodenbuurt. De Van Ostadewoningen zijn nu een meer alternatief stukje Schilderswijk, waar je heerlijk met een kratje bier op straat kunt zitten.

We steken noordwaarts door naar de Hobbemastraat, naast de Hoefkade die andere belangrijke as van de buurt. Tijd voor koffie in het eetcafé van Theater De Vaillant (5), waar ook de stalen uitkijktoren via de wenteltrap valt te beklimmen.

Na de kruising met de drukke Vaillantlaan, wordt de Hobbemastraat het winkelhart van de Schilderswijk. Uiteindelijk loopt de straat uit op de beroemde Haagse Markt (6), volgens de statistieken 'de grootste openlucht warenmarkt van Europa'. De enorme markt vormt de grens met de Transvaalbuurt.

De kramen langs en dan doorlopen naar de voormalige HTM-remise, die nu dienst doet als Haags Openbaar Vervoermuseum, alleen op zondagmiddag geopend. We lopen daarvoor een stukje over de Parallelweg - op z'n Haagse uitgesproken als Parelleweg - en belanden dan in 'de Vergeten Driehoek' (7) van de Schilderswijk. Dat 'vergeten' sloeg op het feit dat het nooit zo slechte buurtje in de jaren tachtig aanvankelijk werd overgeslagen in het stadsvernieuwingsproces.

Inmiddels is er wel danig opgeknapt, maar kwamen deze blokken rond de Vermeerstraat en de Ferdinand Bolstraat door de omstreden reportage in deze krant te boek te staan als de 'Sharia Driehoek'.

Juist deze wijk blijkt het rustigste deel van de hele stadswandeling te zijn. Een devoot stukje Schilderswijk, zou je met enige spot kunnen zeggen. Achter de voordeuren kun je niet kijken, maar op straat oogt de Vergeten Driehoek nog steeds net zo saai als toen ik er in 1982 tegenover woonde op de Vaillantlaan.

Mijn spotgoedkope krottige huurhuisje aan het einde van de Vaillantlaan is gelukkig gesloopt en heeft plaatsgemaakt voor de nieuwbouw van Alvaro Siza, de Portugese architect door die door toenmalig wethouder Adri Duivesteijn, de man achter de stadsvernieuwingsoperatie, werd binnengehaald.

Nog een laatste stukje verder langs de Parallelweg, terug naar het station. Vlak voor Hollands Spoor treffen we links het compleet gerenoveerde Rode Dorp, de oudste oorspronkelijke woningen van de Schilderswijk uit 1841. Ze werden gelukkig behouden en er wonen nu veel studenten van de Haagse Hogeschool. Piepkleine huizen, maar ook al zo'n stukje van de buurt waar je in 1980 liever niet gevonden wilde worden. Maar nu: niks mis mee.

Trouw-redacteur Teun Lagas woonde begin jaren tachtig vlakbij de 'Vergeten Driehoek'. Hij maakt een wandeling terug in de tijd en wordt aangenaam verrast door het heden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden