Opinie

Ook Marokkanen praten nu over homoseksualiteit

De Utrechtse burgemeester Aleid Wolfsen in gesprek met het homostel dat werd weggepest uit Leidsche Rijn. Beeld ANP

Imam El Moumni noemde homoseksualiteit een ziekte. Nu, tien jaar later, begint zich een omslag af te tekenen onder Marokkaanse Nederlanders.

"Als de ziekte van de homoseksualiteit zich verspreidt, iedereen besmet kan raken (...) daar zijn wij bang voor (...). Wie maken nog kinderen als mannen onderling trouwen en vrouwen ook?"

Dit was de uitspraak van de imam Khalil El Moumni in 'Nova'. Het veroorzaakte tien jaar geleden een storm aan maatschappelijke verontwaardiging. De laatste jaren is er een maatschappelijk vraagstuk bijgekomen. Incidenten waarbij homoseksuelen uit hun buurt worden weggejaagd, worden vaak in verband gebracht met Marokkaans-Nederlandse jongeren, hun religie en cultuur.

Het Sociaal en Cultureel Planbureau publiceerde in 2010 een onderzoek over homoacceptatie onder etnische minderheidsgroepen. Uit dit onderzoek blijkt dat 26 procent van de Marokkaanse Nederlanders negatief staat tegenover homoseksualiteit. Daaruit kunnen we concluderen dat 74 procent neutraal tot positief staat tegenover homoseksualiteit. Deze gegevens dateren overigens van 2004/2005. In de loop van 2012 worden nieuwe cijfers verwacht. Hopelijk ziet het plaatje er nog beter uit.

Er vinden steeds meer gesprekken plaats over homo-acceptatie binnen de Marokkaanse gemeenschap. Welke ontwikkelingen en signalen vallen er op? En welke uitdagingen staan ons nog te wachten?

De negatieve bejegening van homo's in de openbare ruimte door jongens met een Marokkaanse achtergrond krijgt terecht aandacht. Iedereen heeft recht op een vrij en veilig leven in onze samenleving. Toch krijgt dit vraagstuk in de ogen van sommige politici een 'islamitische legitimering'. Ze suggereren dat antihomoseksueel geweld een exclusieve daad is van jongeren met een Marokkaanse achtergrond. De westerse vrijheid zou haaks staan op de inperking van vrijheden door een achterlijke 'woestijnreligie'. Het lijkt erop dat ze geweld tegen homoseksuelen 'gebruiken' voor anti-islamretoriek.

Gemakkelijker wordt het zo niet. Onder Marokkaanse Nederlanders is homoseksualiteit al moeilijk bespreekbaar vanwege conservatieve elementen die dominant zijn binnen de Marokkaanse gemeenschap. Gelukkig zijn er binnen de Marokkaanse gemeenschap ook tolerante opvattingen te vinden. Vooral progressieve individuen springen in de bres voor de acceptatie van homoseksuelen. Ook orthodoxe moslims geven blijk van respect. Zij keuren excessen als antihomoseksueel geweld af.

Het SMN heeft in eigen kring gesprekken gevoerd over dit thema. Een van de deelnemers aan een bijeenkomst vertelde: "Er is een regel dat je als ouder de bloedband met je zoon nooit mag verbreken, ook niet als hij homo is. Dus de islam is niet zo haatdragend tegen dit onderwerp als sommigen stellen".

Ook zijn discussies over democratisch burgerschap een stimulans geweest. Marokkaanse Nederlanders werden hiermee gedwongen zich te heroriënteren op de wederkerigheid van waarden als vrijheid en respect. Wil deze minderheidsgroep zich geloofwaardig beroepen op de vrijheid voor de eigen identiteit, dan horen dezelfde waarden ook voor de ander te gelden. Tien jaar na de uitspraak van imam El Moumni zien we een hoopgevende ontwikkeling.

Emancipatieprocessen vergen strijd en tijd, maar het is van belang aandacht te blijven vragen voor de acceptatie van homo's. De blik dient te worden gericht op drie niveaus.

Allereerst is het van groot belang dat het gesprek wordt voortgezet. De ervaring leert dat initiatieven van Marokkaanse Nederlanders er beter in slagen hun achterban te bereiken.

In de tweede plaats moet er ruimte worden gemaakt voor intrareligieuze gesprekken over homoseksualiteit. Veel homojongeren worstelen met hun gevoelens en geloof. De meesten willen niet kiezen, maar verzoenen. Hun legitieme roep om steun moet op meer compassie kunnen rekenen van imams en geestelijk leiders.

Tot slot is meer aandacht nodig voor de empowerment van homo's met een islamitische achtergrond. Voor de meesten is het ondoenlijk zich in het openbaar uit te spreken over hun geaardheid. Gelukkig zien we steeds meer homomoseksuelen die dat durven. Het investeren in deze voorhoede is cruciaal voor de emancipatie van de achterblijvers.

Dit is een verkorte versie van de publicatie 'Op zoek naar balans. Homo-emancipatie onder Marokkaanse Nederlanders', die gisteren in Utrecht aan minister van Bijsterveldt is overhandigd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden