Ook mannen krijgen blijf-van-mijn-lijfhuizen

Een proefproject met vier opvanghuizen voor mannelijke slachtoffers van huiselijk geweld moet aantonen hoe groot het probleem is. „De vraag is: redden we het wel met veertig plaatsen?”

Rob Pietersen

Ook mannen worden door hun partner mishandeld, zijn slachtoffer van eerwraak of lopen van huis weg van omdat ze zijn uitgehuwelijkt. Staatssecretaris Jet Bussemaker (volksgezondheid en welzijn) viert vandaag de opening van vier blijf-van-mijn-lijfhuizen voor mannen.

De opvanghuizen in de vier grote steden hebben elk tien plekken. Bussemaker trok voor het achttien maanden durende proefproject twee ton per stad uit. De participerende steden leggen elk twee ton bij.

Met het proefproject komt de staatssecretaris tegemoet aan de vraag van de Federatie Opvang. „We horen al jaren dat er meer mannenopvang nodig is”, zegt beleidsmedewerker Johan Gortworst. „De vraag is nu: redden we het met die veertig plaatsen, of is dit het topje van de ijsberg en hebben we er veel meer nodig?”

Volgens onderzoek zijn twee op de tien slachtoffers van huiselijk geweld mannen, zegt Frans Göppertz van de stichting Arosa die in Rotterdam de mannenopvang organiseert. „Het taboe bij die mannen is verschrikkelijk groot, de drempel om hulp te zoeken torenhoog. We hebben dus nooit precies kunnen inschatten hoe groot de groep en hoe hoog de nood was”, aldus Göppertz.

Dat weten ze nu wel: „Want we zitten vanaf dag één helemaal vol. Gelukkig hoeven we nog geen ’nee’ te verkopen en kunnen we mannen naar de andere steden verwijzen.”

Die vluchtroute lijkt niet lang meer mogelijk, want ook in Amsterdam, Utrecht en Den Haag wordt het steeds drukker.

„In de grote steden is er ervaring met het snel iets uit de grond stampen. Dat hebben we nu gedaan”, zegt Patricia Gho, directeur van de stichting Wende die de Haagse mannenopvang voor haar rekening neemt. „Na dit proefproject moeten we de mannenopvang snel over het hele land uitrollen. Het is natuurlijk afschuwelijk dat mannen uit de Achterhoek en het Hoge Noorden die ten einde raad zijn, helemaal naar de Randstad moeten uitwijken voor hulp.” Als er echt gevaar is, is afstand niet het probleem, zegt Gortworst. „Dat zien we ook bij de vrouwen. Al is het natuurlijk lastig als je in Maastricht werkt en voor opvang naar het westen moet.”

Mannenopvang is anders dan vrouwenopvang, ervaart Gho. „Een van onze medewerkers zei pas: zet vrouwen aan de theetafel en ze beginnen over hun problemen te praten. Bij mannen ligt dat anders. Ook als ze de schroom van zich hebben afgezet en zich met hun hulpvraag bij je melden, dan nog moet je hun vertrouwen stukje bij beetje winnen.”

Mannen grijpen bij huiselijk geweld of in hun angst voor eerwraak vaker naar alcohol en drugs, zegt Gho. „Op die enorme stress reageren ze anders dan vrouwen.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden