Ook lopen is niet beschaafd. Je gaat ervan zweten, je wordt nat als het regent, je haar geraakt in de war, modder spat op je benen of broekspijpen.

Kunt u één ding, een persoonlijk bezit aanwijzen dat uw leven weerspiegelt? Deze zomer laat Letter&Geest acht auteurs zoeken naar een betekenisvol object. Vandaag: Kristien Hemmerechts

Soms wanneer ik mijn ogen sluit, zie ik ze opnieuw, de paden waarop ik liep in mijn jeugd. Ik hoef er mijn ogen zelfs niet voor te sluiten. Ik zie ze in gedachten, met mijn geestesoog. Ze zijn smal en snijden in een rechte lijn door een stuk braakland, of door een veld aan het einde van een straat die nog moest worden doorgetrokken. Het pad ziet beige en krijgt bij regen een donkere kleur. Er vormen zich plassen, waarvoor je naar links of rechts moet uitwijken, als dat kan. Niemand heeft het pad aangelegd. Voeten hebben het gevormd. Zonder instructies, zonder plan.

'Wie gaven vorm aan het pad?' schrijft de Zweedse dichter Lars Gustafsson in zijn Ballade over de voetpaden in Vastmanland. 'Wij maken het tezamen, ook jij, op een winderige dag, wanneer het vroeg of laat op aarde is.' Dat is het mooie aan zo'n pad. Jij bent niet de eerste die er loopt. Velen zijn je voorgegaan en velen zullen je volgen. Een wegel. Zo wordt in Vlaanderen een pad soms genoemd. Sommige dorpen hadden - en hebben - kerkwegels, waarlangs vrome omwonenden zich op zondag naar de kerk spoedden. Of naar de kroeg in de schaduw van de kerk.

Het huis van mijn grootouders lag aan een pad. Het asfalt hield abrupt op en dan moest je een twintigtal meter over een pad. Voorbij hun huis sneed het door een tarweveld om zich aan de andere kant van het veld weer door macadam te laten opslorpen. Het huis lag op een boogscheut van de hoofdstad. Asfalt en beton waren al een hele tijd met hun meedogenloze opmars bezig. Mijn opa had het graag over hoe het er aan toeging in zíjn tijd. Dikwijls vertelde hij over de regenbui die hem en andere wandelaars in een holle weg verraste. De vrouwen sloegen hun bovenste rok als capuchon over het hoofd. In haar haast tilde één van hen al haar rokken op. En zo liep ze daar in haar blote kont. Ondergoed werd er in die tijd niet gedragen. Mijn opa was dol op het verhaal.

Voor mij is de anekdote gestold tot een schilderij: 'Boeren en boerinnen onderweg naar huis'. Moeiteloos kan ik me de overhangende takken voorstellen en de nietige figuurtjes tegen een achtergrond van donkere aarde. En dan het wit van de ontblote billen. In die tijd waren mensen soms een halve dag onderweg naar een markt of naar een familielid. Of langer. Meestal liepen ze over paden, de paden waarover Lars Gustafsson schrijft dat ze 'blijven bestaan'. Dat klinkt mooi, maar het is helaas niet waar. Heel wat paden liggen onder asfalt begraven. Goddank zijn ze niet allemaal verdwenen. Ze hebben zelfs een andere naam gekregen. Ze heten nu 'trage wegen'. Ze worden erfgoed genoemd. En een veilig alternatief voor fietsers en voetgangers. Wie zal dat tegenspreken?

Heeft Gustafsson gelijk wanneer hij paden een wijsheid toedicht die mensen ontberen? Zij 'weten al wat wij zouden willen weten'. Misschien is het pad drager van een collectieve wijsheid, de wijsheid van de vele mensen die het pad hebben gemaakt. Wie het pad gebruikt, treedt in de voetsporen van anderen. En erkent de wijsheid van hun beslissing om hier eerder dan daar te lopen. Een paar jaar geleden logeerde ik in een godverlaten dorp in het noorden van India. Het huis waar ik verbleef had geen toilet. Achter de huisjes lag land met her en der wat struiken waarachter je kon hurken. Een netwerk van paden doorkliefde het. Nu eens volgde ik het ene pad, dan weer het andere. Altijd keerde ik op mijn voetstappen terug uit angst het huis niet terug te vinden. Je moest er geboren zijn, besefte ik, om je weg in het labyrint te vinden. Je voeten moesten de paden vaak betreden hebben om je veilig te brengen waar je wilde zijn. Nergens bestaat een kaart waarop die paden zijn aangeduid. Ik denk zelfs niet dat iemand er een plattegrondje van zou kunnen tekenen. Niet in hoofden maar in lichamen liggen ze opgeslagen. In voeten en benen. Zodra je erbij gaat nadenken verlies je de weg. Geef je over aan het pad en het zal je dragen. Vertrouw erop dat het weet wat jij zou willen weten, zoals Gustafsson het omschrijft. Niet alleen het pad draagt je, maar al wie er voor jou heeft gelopen. Voel de aarde en voel hen.

Blootvoets gaat dat natuurlijk een heel stuk beter. Dan huppel en dans je over het pad. Je rent, want je bent lichtvoetig, je weegt nauwelijks iets. Het is de tragiek van de 'beschaafde' mens dat zijn voetzolen door schoeisel teer zijn gemaakt. Zonder schoenen zijn wij verloren, zelfs op een pad. Altijd liggen er wel wat kiezeltjes, keitjes of doornen waaraan we ons bezeren. Of er zijn domweg oneffenheden. En dan is er de koude natuurlijk. In 'Is dit een mens' herinnert Primo Levi zich hoe iemand hem een stommeling noemde omdat hij geen goede schoenen had. 'Na twintig minuten lopen waren mijn schoenen er geweest: de zool van de ene had losgelaten en die van de andere hing erbij.' Levi, die net uit Auschwitz was bevrijd, voert verzachtende omstandigheden aan: 'Ik had koorts, roodvonk, ik lag in de ziekenbarak: het schoenenmagazijn was ver weg, het was verboden er te komen, en er werd trouwens gezegd dat het al door de Polen was geplunderd.' Maar hij is ook streng voor zichzelf. 'Ik had geen excuus. Ik was geen slaaf meer; maar na mijn eerste stappen op de weg van de vrijheid zat ik al langs de kant van de straat, met mijn voeten in mijn handen (...). Was ik de vrijheid waard?'

Om vrij te zijn, zo lijkt Levi te suggereren, heeft een mens goede schoenen nodig. Voor alle duidelijkheid, Levi was in Polen en er lag een dik pak sneeuw.

Schoenen in de literatuur, ik weet niet of er ooit een studie aan is gewijd. Mij schiet een citaat te binnen uit een roman van de Anglo-Caraïbische schrijfster Jean Rhys. In 'Wide Sargasso Sea' laat ze een bastaardzoon van een blanke planter geld aan zijn vader vragen om een paar schoenen te kopen. Want, zo voegt hij eraan toe, hij wil niet blootvoets lopen zoals een neger, 'a nigger'. Schoenen staan hier voor beschaving. De beschaafde mens draagt schoenen. 'Vooruitgang' betekent ook achteruitgang: hoe beschaafder de mens, hoe meer hij van schoeisel afhankelijk wordt. Dertien jaar geleden bracht ik de zomer in het zuiden van India door. Op grote borden werden flipflops aangeprezen. Ook in de bioscoop werd reclame voor flipflops gemaakt. Een depressieve postbode monterde helemaal op toen hij flipflops aantrok. De boodschap was duidelijk: India mocht niet langer op blote voeten lopen. Flipflops vormden de eerste stap op weg naar volwaardig schoeisel.

Bij mensen die vaak blootvoets lopen staan de tenen gespreid. Ze hebben een stevigere greep op de aarde. Een breder draagvlak. Die gespreide tenen zijn blijkbaar zo gezond dat een slimme fabrikant schoenen met vijf tenen heeft ontworpen, naar analogie met handschoenen met vingers. De spieren in de voet worden er sterker van en de wendbaarheid van je lichaam neemt toe. Volgens de fabrikant. Helaas ben je het directe contact met de aarde kwijt, en dát lijkt me nu net zo heilzaam. Trek je schoenen en sokken uit, en ga met de tenen gespreid in het gras staan. Duw je zolen stevig tegen de grond en adem langzaam in en uit. Voel hoe de energie uit de aarde in je linkerbeen stroomt, en door je rechterbeen je lichaam weer verlaat. Adem samen met de aarde. In en uit. In en uit. Laat alle spanning uit je glijden. Geniet. Benijd al wie blootvoets kan lopen: zij ervaren dit altijd. Voor hen is het geen ervaring, maar een manier van zijn. Die volgens sommigen niet beschaafd zou zijn.

Ook lopen is dat niet. Je gaat ervan zweten, je wordt nat als het regent, je haar geraakt in de war, modder spat op je benen of broekspijpen. Of op je schoenen. Ook daarvoor heeft de beschaafde mens een oplossing gevonden: overschoenen. Gabriel en zijn vrouw dragen ze in het beroemde verhaal 'De doden' van James Joyce in de bundel Dubliners. Het is kerstavond en er ligt sneeuw in de straten van Dublin. Schoenen zijn er om je voeten te beschermen, en vervolgens beschermen overschoenen je schoenen. 'Goloshes' heten ze bij Joyce. Gabriels vrouw plaagt hem ermee. 'Ik denk dat hij me binnenkort een duikerpak zal laten aantrekken', zegt ze tegen hun gastvrouw. Mijn moeder had het vroeger weleens over 'galoshen', waarmee ze schoenen bedoelde die comfortabel waren, maar niet elegant. Het woord staat niet in Van Dale. Maar dus wel bijna bij James Joyce.

Er is nog een drastischere oplossing: de auto. Je zweet niet, je wordt niet nat, je haar geraakt niet in de war. Van sommige vrouwenschoenen weet je: die zijn gemaakt om er elegant mee in en uit een auto te stappen. Eventueel red je het voor een paar meter op een rode loper. En als een auto je voor de ingang van een restaurant afzet, haal je met een beetje geluk je gereserveerde tafel. Als de airco het doet, zul je ook binnen in het restaurant niet zweten. Drink niet te veel alcohol, anders gaat het onderweg naar het toilet op die hoge hakken mis. Schop je pumps niet onder de tafel uit. Blijf moedig glimlachen, hoe hard je schoenen ook knellen. Bedenk dat hij ze sexy vindt, zo sexy dat hij je straks misschien zal vragen om ze in bed aan te houden. Denk nog niet aan het bed. Je zit aan tafel.

Mijn eerste keer in de Verenigde Staten. Los Angeles, was het. Waar zijn de voetgangers? vroeg ik me. Waarom loopt er nauwelijks iemand op straat? Op alle wegen reden dag en nacht auto's, soms stapvoets. Zelfs in het midden van de nacht waren er files.

Mijn eerste keer in Afrika. Bujumbura, was het. We logeerden aan de rand van de stad. Zodra het licht werd stroomden mensen naar het centrum. Af en toe zag je een fietser, maar de meeste mensen waren te voet. Ik dacht toen - ik schaam me het te bekennen - dat Afrikanen graag liepen. Dat ze ervoor kozen.

Intussen weet ik beter. Sinds goedkope Chinese motors in Afrika worden ingevoerd, kiest wie het zich veroorloven kan voor gemotoriseerd vervoer. Ironisch genoeg zijn dat vaak de sterksten. Jonge mannen met macho trekjes zoeven gezwind voorbij oude vrouwtjes die op hun hoofd zware lasten torsen. Over pakweg tien jaar wordt er ook in Afrika niet meer gelopen. Ook Afrika zal dan eindelijk 'beschaafd' zijn en de wereld kan een zucht van opluchting slaken.

Maar eigenlijk zou die wereld zich in diepe rouw moeten dompelen. Afrikanen hoeven zich niet aan Amerikanen en/of Europeanen te spiegelen. Het zijn de Amerikanen en de Europeanen die het voorbeeld van de Afrikanen moeten volgen. De mensheid is aan haar langzame maar zekere ondergang begonnen door op te houden met lopen. Ik weet ook wel dat goede wegen en efficiënt transport een zegen zijn, zeker wanneer er zware lasten moeten worden versjouwd. Ook voor ezels, muilezels, ossen en olifanten is het een bevrijding als ze niet langer als lastdier moeten opdraven. Het zou onzin zijn om alle vervoer dat door een motor wordt aangedreven te verbannen. Niet alleen is het onzinnig, maar het is ook volstrekt onbegonnen werk. De klok kan niet worden teruggedraaid, de 'vooruitgang' kan niet ongedaan worden gemaakt, de opmars van de 'beschaving' kan niet worden gestuit.

Trage wegen mogen dan wel opnieuw worden ontdekt, en langzaam leven - L'Arte del Vivere con Lentezza - mag dan wel trendy zijn, het betekent nog niet dat we in trage tijden leven. Het gaat almaar harder, en het moet almaar harder gaan. De Romeinen legden dagmarsen van zestig kilometer af. Als zo'n legioen van Amsterdam naar Antwerpen moest, hadden ze ruim twee-en-een-halve dag nodig. De nieuwe hoge snelheidstrein doet het in vijfenzeventig minuten.

Toch is en blijft het een ramp dat we minder en minder lopen. De mens is een nomadisch wezen. De natuur heeft hem en haar ontworpen om zich op eigen krachten voort te bewegen. Dan is hij in zijn natuurlijke element. En zij ook. Je voelt je één met de aarde, met de vogeltjes, met de velden, met de wind, met het gras. Je weet: hier hoor ik dus thuis. Je voelt het in elke vezel. Het is goed voor je hoofd, en het is goed voor je lichaam. Mensen zouden minder psychisch en lichamelijk ziek worden als ze meer liepen. Je kunt er een ander woord voor gebruiken: zwerven. De zwervende mens. Ik moet er stevige schoenen voor aantrekken, want mijn 'beschaafde' voeten zijn veel te teer. En ik draag wandelsokken die droog blijven, hoe hard mijn voeten ook zweten. Op de plekken waar ik weet dat ik na een paar uur gegarandeerd een blaar krijg, plak ik ter preventie een pleister van het onvolprezen merk Compeed. Alle voorzorgmaatregelen ten spijt geraken mijn voeten vaak oververhit, wat mijn theorie bevestigt dat niets boven blote voeten gaat. Ik ben geen einzelgänger. Tochten maak ik altijd in het gezelschap van vrienden. Samen hebben we België al een paar keer van oost naar west, van noord naar zuid doorkruist, telkens in etappes van een kleine dertig kilometer. We verbazen ons erover hoe mooi ons landje is. Hoeveel velden, bossen en weiden het telt. Hoeveel paden. Maar die zie je niet van op de autoweg.

Niet alleen met de aarde, maar ook met elkaar voelen wij ons door al dat wandelen verbonden. Wij weten ons door de aarde gedragen, en door elkaar. Een mens vertrouwt zijn medemens gemakkelijk iets toe wanneer er samen wordt gewandeld. Uit diepe kamers borrelen woorden op. Of lang vergeten liederen. Er wordt gezongen. Ook dat is fijn.

Van de weeromstuit loop ik nu ook veel meer bij mij in de buurt om een boodschap te doen, of om naar de bioscoop te gaan, of naar een restaurant. Je leert een stad maar kennen als je er loopt. En wanneer je er loopt, besef je hoe weinig mensen dat doen. Terwijl er niets heerlijker is dan dat. Het kost je geen cent, het geeft je rust, en het is gezond ook.

Ding Lowa wandelschoenen Materiaal onder meer Goretex Afmetingen maat 38 Waarde circa 150 euro Citaat'Schoenen in de literatuur, ik weet niet of er ooit een studie aan is gewijd.'

Kristien Hemmerechts
De Vlaamse Kristien Hemmerechts (Brussel 1955) schrijft romans, verhalen en essays. Met zo'n 25 titels op haar naam sinds haar (nederlandstalige) liteaire debuut in 1987 staat ze te boek als 'veelschrijfster'. Haar laatste roman 'Gitte', verscheen afgelopen januari (uitgeverij De Geus). Terugkerende thema's in haar oeuvre zijn het menselijk tekort en de (vrouwelijke) seksualiteit.

Ook doceert Hemmerechts Engels aan de Katholieke Universiteit van Brussel en creatief schrijven in Antwerpen. In 1993 kreeg ze de Frans Kellendonkprijs voor haar gehele oeuvre.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden