Ook kleuters en pubers moeten straks in een autostoeltje. Dat wil de EU en is ook veiliger.

Kinderen die op weg naar het vakantieadres ieder met de rug tegen een portier zitten en op de zitting van de achterbank een spelletje kaart spelen -die komen misschien nog voor in een roadmovie uit de jaren zeventig. Zodra kleuters van een jaar of drie, vier uit het autostoeltje zijn gegroeid, verdwijnen ze tegenwoordig in driepuntsgordels, al dan niet met een zittingverhoger om hen een beter uitzicht te gunnen op wat er zoal langs de snelweg gebeurt.

Maar ook dit beeld is aan verandering onderhevig. De winkels waar de reguliere autostoeltjes verkocht worden, bieden sinds vorig jaar zogenaamde boosters aan, prachtig vormgegeven autostoeltjes voor kinderen ouder dan drie, en met wat verstellingen past er zelfs een klein uitgevallen puber in. En dat is volgens nieuwe Europese wetgeving die 1 januari 2006 van kracht wordt ook net de bedoeling.

Grotere kinderen op de achterbank van een auto hebben volgens de nieuwe richtlijn meer bescherming nodig. Volgens verkeersveiligheidsorganisatie 3VO leert de praktijk dat kinderen tussen 4 en 12 jaar de grootste risicogroep vormen omdat ze te groot zijn voor het kinderzitje en te klein voor de gordel. Van de 48 kinderen jonger dan 12 die in 1999 in het verkeer om het leven kwamen, zaten er 19 als passagier in een auto. Het aantal ernstige ongevallen met kleine kinderen in de auto kan volgens 3VO met 65 procent worden teruggebracht als ouders de kinderen vervoeren in deugdelijke autostoeltjes.

De driepuntsgordel is bij de bescherming van kinderen in de auto het allerbelangrijkst, vindt 3VO, maar als deze door de geringe hoogte van de jonge passagier door de buik of de halsslagader snijdt, zijn nog steeds zware verwondingen mogelijk. Gordelgeleiders als de Comfort Clip voorkomen die verwondingen niet, stellen de ANWB en de Consumentenbond. Een autostoeltje voor de groteren moet die riem wel op zijn plaats houden (op het bekken en de schouder/borst), en kan hen aan de zijkant beschermen tegen glasinslag.

Boosters zijn er in verschillende modellen en typen, maar ze vertonen grote overeenkomsten. De kleurige stoeltjes bestaan uit een zitting, en een los te koppelen rugframe met hoofdframe. De stoeltjes worden niet aan de achterbank bevestigd, maar moeten wel goed bij de zitting en rugleuning aansluiten. Pas als het kind heeft plaatsgenomen, wordt het met de driepuntsgordel vastgezet, en daarmee is dan ook het stoeltje verankerd. De riem moet op schouderhoogte door een zogenaamde geleider worden getrokken, waardoor deze nooit meer de nek kan beschadigen. Wordt het kind langer, dan kan het rugframe worden uitgeschoven, en daarmee wordt ook de stand van de riemgeleider aangepast. Op gezichtshoogte hebben de boosters twee zogenaamde 'wangen', die de zijkant van het hoofd van het kind beschermen. De boosters passen in bijna iedere auto en zijn het beste op de middenstoel te bevestigen: bij schade aan de zijkant van de auto, blijft het kind op afstand en wordt het ook niet getroffen door de uitklappende zij-airbags.

De fabrikanten van boosters spelen met hun nieuwe product in op de omschrijvingen in de nieuwe Europese richtlijn. Daarin wordt gesproken (als het gaat om kinderen kleiner dan 1,35 m en in de leeftijd van 3 tot 18 jaar, die achter in de auto zitten) van een verplicht kinderbeveiligingsmiddel. Dit kan een stoeltje zijn, of slechts een zittingverhoger, maar de branche hoopt dat de ouders overgaan tot de aanschaf van een comfortabele en veilige booster. Ze creëert zo als het ware een eigen markt. Vanaf januari 2006 mogen kinderen van drie jaar en ouder overigens wel zonder zo'n middel, maar mét riem op de achterbank plaatsnemen als er al twee stoeltjes voor andere kinderen zijn bevestigd en er geen plaats is voor een derde.

Maar er zijn ook wat (onduidelijke) uitzonderingen. Kinderen vanaf drie jaar hoeven slechts de gordel te gebruiken (en geen zitje) als zij worden vervoerd door een ander persoon dan de eigen ouder en in incidentele gevallen waarbij redelijkerwijs niet verwacht kan worden dat de bestuurder een kinderzitje bij zich heeft. Het dient hier te gaan om vervoer over een beperkte afstand. Dus op een vakantiereis bijvoorbeeld kan dit argument niet gebruikt worden. Het blijft hierbij volstrekt onduidelijk om welke gevallen het wél gaat, maar de tekst geeft de politie wat handelingsruimte. Auto's die geen achtergordels hebben, de zogenaamde klassiekers bijvoorbeeld, mogen overigens geen kinderen jonger dan drie meer vervoeren. Zijn ze ouder, dan mogen ze in de oudjes zonder gordel mee, maar hoe leg je dat als bestuurder na een ongeval uit?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden