Ook kleinzoon Donner strijdt tegen 'uitbraakselen der hel'

Minister Donner wil de strafbaarstelling van godslastering verruimen. Hij kan in de leer bij zijn opa.

AMSTERDAM - Minister Donner en godslastering, dat is een historisch duo. Nu hebben we Piet Hein Donner, twee generaties geleden was het Jan. Ook minister van justitie, geestelijk vader van de wet op godslastering. Die is strafbaar, aldus het Wetboek van Strafrecht indien ,,hij die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, door smalende Godslasteringen op voor godsdienstige gevoelens krenkende wijze uitlaat''.

Jan Donner, grootvader van de huidige minister, was antirevolutionair. En diep geraakt door een artikel in het communistische blad De Tribune. Dat riep op 23 december 1930 op: 'Weg met het Kerstfeest'. Twee jaar later, net voor Pasen, stond er een prent in het periodiek: twee arbeiders die de bijl aan het Kruis zetten. Donner was geschokt.

,,Het is mij toen tot een gewetensvraag geworden, of ik met de Overheidsmacht, die te mijner verantwoording was gesteld, tegenover deze -ik kan het niet anders zeggen- uitbraakselen van de hel werkloos mocht staan.''

De voorman van Donners kerkgenootschap (Gereformeerde kerken in Nederland) én premier, ARP-oprichter Abraham Kuyper, had in 1905 artikel 36 uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis geschrapt over de taak van de overheid: die moest afgoderij en valse godsdienst weren, desnoods met het zwaard. Zoveel theocratie, dat ging de gereformeerden honderd jaar geleden al te ver. Maar passief toezien hoe God gelasterd werd, dat liet Donner niet over zijn kant gaan. Hij diende een wet tegen godslastering in.

Donner wilde uitingen bestraffen ,,die in haar uitdrukkingswijze zelf een honen van de persoon Gods bevatten. Uitgeschakeld zijn dus daarmee wetenschappelijke uitingen, kondgevingen van eerlijke overtuigingen die immers nooit dien vorm aannemen.''

In christelijke kring kreeg Donners wetsvoorstel veel steun. De SGP -die het geschrapte belijdenisartikel handhaafde- was tegen. De partij vond de wet niet ver genoeg gaan; de ultra-orthodoxe gereformeerden vonden dat de overheid op moest komen voor Gods beledigde Majesteit, niet slechts tegen de gekrenkte gevoelens van gelovigen. Bij de stemming waren twee CHU-kamerleden tegen; zij achtten de andere wetten al genoeg bescherming voor gekwetste religieuze gevoelens.

Slechts enkele malen kwam het tot een veroordeling van een verdachte op grond van smalende godslastering. De nekslag voor artikel 147 kwam in 1966. Gerard (toen nog: Kornelis van het) Reve had beschreven hoe hij zich de ontmoeting met God droomde: seksueel met een ezel. De rechtbank oordeelde in dat jaar dat passages in het werk van Reve weliswaar godslasterlijk waren, maar geen smalend karakter hadden.

Daarop nam Reve zelf zo stevig de verdediging ter hand dat het wetsartikel nog altijd in coma verkeert. Later zou hij royaal toegeven dat sarren hem wel degelijk voor ogen had gestaan, voor het gerechtshof verzette de schrijver zich tegen het begrip 'godslastering'. Mijn godsbegrip, zei Reve, is nu eenmaal een ander dan dat van de 'God der wrake, die mensen tot het bedrijven van zonden predestineert, om ze vervolgens voor eeuwig te verdoemen'. ,,Het absurde van dit wetsartikel is dat het uitgaat van het bestaan van God, dus van een theologisch axioma.''

Met dat uitgangspunt, betoogde Reve, ontstaat een bizarre tweedeling tussen strafbare en legale uitingen. Een voorbeeld van toegestane kreten: ,,De Heilige Maagd is een vuile hoer.'' Want Maria is geen God. Naast haar ontwaarde Reve ,,een heel pantheon van buitenchristelijke symbolen als Boeddha, Krishna en anderen, die zich al evenmin in enige bescherming bij de wet mogen verheugen''.

De geldigheid van Reve's pleitrede is gebleven. Het aantal voorbeelden van niet-strafbare uitingen valt uit te breiden. Neem Mohammed als 'pooier van Allah' (Van Gogh) of 'perverse tiran' (Hirsi Ali). Of: ,,Mohammed doet in leprozen / kijk maar bij de evenaar / hindoes wonen zelfs in dozen / boeddha maakt je bedelaar'' (Van Kooten en de Bie, alias de Nieuw Positivo's). De Bond tegen het vloeken heeft in 1995 nog tevergeefs geprobeerd Theo van Gogh op basis van artikel 147 veroordeeld te krijgen, nadat hij 'christenhonden' voor 'supportersvereniging van die rotte vis van Nazareth' had uitgemaakt.

De ferventste moderne verdedigers van het reanimeren van een verbod op godslastering, de orthodox-protestanten, zitten met problemen die met hun eigen opvatting samenhangen. Als ze oproepen om onaangenaamheden jegens Allah of zijn 'perverse profeet' strafbaar te stellen, stellen ze Allah en God gelijk -wat ze bepaald niet doen.

Christenen die zich allerlei drek hebben moeten laten welgevallen, kunnen nu dankzij Donner hoop hebben op een steviger aanpak van godslastering. Maar dat ze dat danken aan de gruweldaad van een moslimextremist die voor zijn Allah opkwam, moet de christenen wrang smaken.

In het 'pleidooi van de verdachte' wijst Reve op de onwenselijkheid van het concept 'godslastering' in de wet: ,,Het is niet de taak van een moderne, pluralistische, democratische rechtsstaat de aanhangers ener godsdienstige overtuiging een speciale bescherming te verstrekken, die hij de aanhangers van bijvoorbeeld een politieke overtuiging onthoudt. Ik zou wel eens willen weten, welke toch wel, van het standpunt van de onpartijdige wetgever uit gezien, de uitnemendheid is van godsdienstige gevoelens boven andere.''

De rechter sprak Reve vrij. De officier van justitie tekende cassatie aan, maar de Hoge Raad bevestigde in 1968 het oordeel van de rechtbank. Geen smaling, geen godslastering. Mokkend zag opa Donner hoe aan alle taboes een eind werd gemaakt: ,,Voor de vrijheid van hen die deze gevoelens koesteren, is geen plaats''.

Voor kleinzoon Piet Hein ligt een onmogelijke taak. Zijn officiële ambstkostuum heeft, vertelde hij vorig jaar op tv, niet voor niets een zwaard. Wat hij daarmee kan uitrichten, bewees hij in de affaire rond cabaretiers die de majesteit belachelijk maakten. Oproepen tot respect en fatsoen, meer heeft de minister niet in handen. En de hoop dat moslims, net als christenen, wat eelt op hun ziel krijgen. Dat is niet niks, maar is het voldoende als zwaard van Donner? De wet op godslastering heeft alle scherpte verloren. Mocht Donner vinden dat hij 'werkloos staat tegenover de uitbraakselen van de hel', dan zal hij iets nieuws moeten verzinnen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden