Ook in wetenschap wordt China een wereldmacht

kennisproductie | Het duurt niet lang meer tot China ook de Verenigde Staten passeert en wereldwijd de meeste wetenschappelijke publicaties per jaar produceert. Er zullen meer Nobelprijzen naar het Verre Oosten gaan.

Youyou Tu was een klein jaar geleden de eerste Chinese wetenschapper die de Nobelprijs in ontvangst mocht nemen. Maar de farmacologe is bepaald geen representant van de wetenschappelijke wereldmacht die China aan het worden is. Youyou Tu, inmiddels 85 jaar oud, was de vrouw die in 1969 van grote leider Mao de opdracht kreeg een medicijn te vinden tegen malaria.

Tu ging naar Hainan, een eiland voor de Zuid-Chinese kust dat werd geteisterd door malaria, deed er jaren veldonderzoek, maar vond de sleutel tot dat medicijn uiteindelijk na terugkomst in Peking, in een medisch handboek van zestien eeuwen oud. Het zette haar op het spoor van Artemisia annua, zomeralssum, waaruit ze de werkzame component artemisinine wist te isoleren. Het zou wereldwijd de basis worden voor malariamedicijnen. Maar daar gingen nog decennia overheen, omdat Tu pas in 1977 toestemming kreeg haar bevindingen te publiceren, en dan alleen nog in China én anoniem, want de namen van onderzoekers deden er niet toe in de Volksrepubliek.

Dat is inmiddels compleet veranderd. Chinese wetenschappers produceerden vorig jaar 250.000 artikelen in internationale tijdschriften. Meer dan enig ander land, met uitzondering van de Verenigde Staten, waar in 2015 meer dan 300.000 artikelen werden geschreven.

Ter vergelijking: Nederlandse wetenschappers produceerden in dat jaar 24.000 artikelen. Worden hele continenten vergeleken, dan is Azië inmiddels de grootste producent van wetenschap. China heeft daarin een groot aandeel, en het zal niet lang meer duren voor China de VS passeert.

In deze vergelijking zijn alleen publicaties meegeteld in internationale tijdschriften. Hoeveel artikelen Chinese onderzoekers alleen in eigen taal en land publiceren is niet bekend. Maar de totale wetenschappelijke productie van China is veel groter dan die 250.000 artikelen per jaar.

Over de kwaliteit van die productie is in het Westen veel discussie. Een indicatie van die kwaliteit krijg je als je gaat kijken naar de impact van wetenschappelijke publicaties: hoe vaak wordt een artikel aangehaald in publicaties van andere onderzoekers? Nees Jan van Eck, medewerker van het Leidse Centrum voor Wetenschaps- en Technologie Studies (CWTS), die alle data verzamelde voor dit artikel, heeft dat gedaan, door na te gaan welk deel van de wetenschappelijke productie van een land terug te vinden is in de top-10-procent van beste artikelen.

Een gemiddeld scorend land ziet 10 procent van zijn productie terug in die topcategorie. Duitsland en Frankrijk zitten net boven dat gemiddelde. Nederlandse wetenschappers scoren duidelijk beter, net als hun collega's in Groot-Brittannië en de VS. Chinezen doen het minder dan gemiddeld, maar hun aandeel in de toppublicaties stijgt snel. Als die stijging doorzet, zal de Chinese wetenschap binnen een paar jaar rond het gemiddelde scoren.

Perverse prikkels

De enorme productie van wetenschappelijke artikelen die bepaald geen top zijn, wordt in de hand gewerkt door perverse prikkels. Westerse onderzoekers voelen al een enorme druk om veel te publiceren, wat sommigen ten onder doet gaan aan zelfcitatie en het opknippen van onderzoek in zoveel mogelijk nog publiceerbare snippers. Aan Chinese universiteiten en onderzoeksinstituten is die druk nog veel groter. Onderzoekers worden karig betaald, maar kunnen hun salaris aanvullen door veel te publiceren. Er gaan verhalen dat een publicatie in een internationaal gerenommeerd tijdschrift het salaris met een factor tien kan verhogen, ofwel met tienduizenden euro's.

Er is wel een kentering gaande, schrijft Wie Yang, voorzitter van de Chinese stichting voor natuurwetenschappen NSFC in een recente editie van vakblad Nature. Volgens Yang brengen veel universiteiten en onderzoeksinstituten het aandeel van deze prestatiebeloning in het salaris van hun onderzoekers terug, 'van meer dan 70 procent tot in sommige gevallen minder dan 30'.

Maar de prestatie tikt niet alleen door in de salarissen. In hetzelfde Nature werd enkele jaren geleden de alarmbel geluid door Nai-Xing Wang, hoogleraar aan het Instituut voor Natuurkunde en Chemie van de Chinese Academie van Wetenschappen. Wang vond dat zijn vak, de chemie, niets meer met wetenschap te maken had, maar een kermis was geworden. Belangrijkste reden: de Chinese overheid laat zich bij de verdeling van onderzoeksgelden leiden door aantallen publicaties en citaties in (gerenommeerde) tijdschriften.

Gevolg is dat de verdeling van onderzoeksgelden wordt bepaald door prestaties van onderzoekers in het verleden, niet door de kwaliteit van hun onderzoeksvoorstellen. Bovendien zijn sexy onderzoeksterreinen zoals nanotechnologie in het voordeel, omdat daarover veel wordt gepubliceerd.

Daar komt bij, schreef Wang, dat Chinese onderzoekers door hun leidinggevenden aan het eind van elk jaar worden beoordeeld op werk en aantallen publicaties. Ze storten zich dus op onderwerpen waarover ze binnen een jaar kunnen publiceren; onderwerpen van lange adem leveren geen punten op. Het zijn factoren die wereldwijd wetenschappers dwarszitten, maar in China nog meer dan in het Westen.

Dat geldt ook voor de druk op wetenschappers om met onderzoek te komen dat maatschappelijk en vooral economisch nut heeft. Het Chinese kennissysteem helt over naar de technische en toegepaste wetenschappen. In de grafische weergave hierboven, die op het CWTS is gemaakt, is dat te zien. De wetenschappelijke productie is daarin verdeeld over meer dan vierduizend onderzoeksgebieden in vijf grote wetenschappelijke disciplines. Ieder bolletje staat voor een onderzoeksgebiedje, terwijl de grootte van het bolletje aangeeft welk aandeel dat gebied heeft in de totale wetenschappelijke productie.

In de rechterfiguur staat het Chinese aandeel in die mondiale kennisproductie. Dan zie je dat de Chinese natuurwetenschappen en technologie goed vertegenwoordigd zijn, net als wiskunde en informatica, en de sociale en geesteswetenschappen ronduit karig zijn. Ook de biomedische wetenschappen waren onderontwikkeld, maar die zijn nu sterk groeiende.

China en Nederland

In een eenvoudiger diagram (hiernaast) wordt het Chinese kennislandschap vergeleken met het Nederlandse. Terwijl de biomedische wetenschappen in Nederland meer dan de helft van de wetenschappelijke productie voor hun rekening nemen, is dat in China nog geen kwart. De sociale en geesteswetenschappen zijn ook in Nederland niet enorm groot, maar hebben met een kleine 20 procent van de wetenschappelijke productie een 'westerse' omvang, terwijl het streepje sociale wetenschappen in China marginaal is.

Het is de vraag of dat snel zal veranderen. In het jongste vijfjarenplan en op een conferentie van de Chinese academies van wetenschappen en van technologie, hebben zowel president Xi Jinping als premier Li Keqiang forse ambitie aan de dag gelegd. De uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling gaan omhoog van 2,1 procent van het bruto binnenlands product nu naar 2,5 procent in 2020. Europa heeft nog hogere ambities, 3 procent, maar het verschil is dat Europa zijn ambities met geen mogelijkheid haalt.

President Xi Jinping wil dat zijn land in 2049, als de Volksrepubliek zijn eeuwfeest viert, wereldkampioen is in wetenschappelijk onderzoek. Maar Xi blijft het accent leggen op toegepaste wetenschap en technologie, op het stimuleren van economische groei en het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. Dat is terug te vinden in de innovatiestrategie die het ministerie van wetenschap en technologie onlangs presenteerde. Het plan is helder over de speerpunten: informatietechnologie, industriële technologie, moderne landbouw, milieubescherming, oceanografie en ruimtevaart, innovatieve stedenbouw, volksgezondheid en innovatie in de dienstensector.

Tegelijk wordt er geïnvesteerd in grootse faciliteiten voor fundamenteel onderzoek, van telescopen tot deeltjesversnellers, en zijn er signalen dat academici meer vrijheid krijgen om zelf te bepalen wat ze onderzoeken. Bovendien beloven de Chinese leiders een verbetering van de beoordelingssystemen van academici en juridische bescherming van hun intellectuele eigendom. Premier Li Keqiang zegt te streven naar een wetenschappelijke cultuur waarin 'hard werken, talent, kennis en creativiteit worden gerespecteerd'.

Gegeven de stijgende lijn waarop China nu al zit, zullen er nog vele Nobelprijzen volgen op die eerste van Youyou Tu.

'china heeft nu alles in huis'

Zoek in de databases van wetenschappelijke publicaties naar artikelen van Nederlandse en Chinese onderzoekers, en bovenaan de lijst verschijnt de naam van Ekkes Brück, hoogleraar aan de Technische Universiteit Delft en gespecialiseerd in materialen, magnetisme en energieopslag. Brück publiceerde de afgelopen decennia ruim vierhonderd artikelen, waarvan zo'n 120 samen met Chinese onderzoekers. Er is in die dertig jaar veel veranderd, zegt hij: "Een Chinees lab was dertig jaar geleden karig. Je vond er apparatuur van Chinese of Russische makelij. Nu word je jaloers op hun faciliteiten. Ze worden overspoeld met geld, zeker de labs die in China hoog staan aangeschreven."

Ander verschil, zegt Brück, is dat Chinese onderzoekers dertig jaar geleden nog weinig publiceerden in internationale tijdschriften, en nu heel veel. "De taal is echt een drempel geweest. Nu kunnen veel Chinezen Engels spreken en schrijven. Dat was toen niet zo. Zelfs de taxichauffeurs in Peking spraken geen Engels. Je kon beter de bus nemen, want dan wist je tenminste waar je heen ging."

Brücks samenwerking met Chinese colega's begon in het kader van een programma van de Nederlandse en de Chinese Akademies van Wetenschappen. Hij heeft sindsdien een reeks Chinese promovendi begeleid. Veel van die promovendi keerden terug en zijn nu hoogleraar of onderzoeksleider, waarmee Brücks netwerk zich is gaan vertakken naar verscheidene universiteiten en onderzoeksinstituten.

Hij komt er minstens eenmaal per jaar. In november gaat hij weer, om college te geven. "Dat is wel nuttig. Chinese onderzoekers kwamen vroeger naar ons om hun metingen te doen, en dan konden wij hen begeleiden. Nu hebben ze alles zelf in huis. Aan apparatuur en mensen geen gebrek. Maar daardoor gaan ze soms maar wat doen, zonder precies te weten wát ze doen. Ik ga ze weer voorhouden dat ze eerst moeten nadenken."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden