Ook in Uruzgan geldt oorlogsrecht

Defensie wekt de indruk moreel te worstelen met het genadeschot, terwijl daar gevangenisstraf op staat

In het tv-programma ’Pauw & Witteman’ kwamen onlangs militairen aan het woord ter promotie van het boek ‘Task Force Uruzgan’. De persoonlijke ervaringen zijn indrukwekkend en waardevol. Twee voorbeelden zijn echter verontrustend vanuit het perspectief van de rechtsorde.

Zo werd het geval beschreven van een officier die samen met zijn manschappen overlegt of ze wel of niet een zwaargewonde Taliban-strijder af moeten schieten die zichtbaar lijdt. Het is het soort vraag dat niemand hoopt zich ooit te hoeven stellen. Militairen hoeven het antwoord echter niet alleen te bedenken, zonder leidend kompas.

Hoe legitiem het dilemma van een Talib in ondraaglijke pijn ook kan zijn, de wet komt militairen te hulp door voor hen te bepalen dat het doden van een ieder die buiten gevecht is geplaatst (hors de combat), bijvoorbeeld door verwonding, verboden is. Dit absoluut en onomstreden verbod is ter bescherming van hen die overgeleverd raken aan de macht van hun vijand. Medische hulp wordt voorgeschreven, niet de kogel van een soldaat. Een militair die de persoon tot de dood toe bestreed, mag hem niet vlak daarna alsnog afmaken uit hoofde van humane redenen, hoe integer de intentie ook.

Het verbod dat eist om het recht op leven te eren, is een rechtsregel die rechtvaardig en dogmatisch wil zijn. Het is iets anders dan een verkeersregel om links of rechts te rijden. Het verbod weegt zwaarder dan de aard van het gewapend conflict : intern of internationaal van karakter. En het staat los van de vraag of de strijder wel of niet rechtsgeldig deelnam aan de gewapende strijd.

Natuurlijk is het ministerie van defensie op de hoogte van het geldend recht en het boek. Het is zelfs aannemelijk dat de directies juridische zaken en voorlichting en communicatie betrokken zijn bij het optreden van deze militairen in de media.

Het ministerie is ervoor verantwoordelijk dat de krijgsmacht het humanitair oorlogsrecht kent en naleeft, ook ter bescherming van de militairen zelf.

Een dergelijke schending kan namelijk worden bestraft met maximaal levenslang krachtens onder andere de Wet Internationale Misdrijven. In de VS heeft elk beroep op de zogenaamde mercy kill geleid tot veroordelingen. Ook de speciale VN-rapporteur voor buitengerechtelijke executies in 2007 gewaarschuwd tegen dit misdrijf.

Het is defensie dan ook kwalijk te nemen dat bij de publiciteit rondom dit boek geen duidelijkheid heeft betracht. Nu het recht niet het laatste woord krijgt maar emotionele motivaties om het wel of niet te doen, wordt de indruk gewekt dat de mercy kill een concept is waar ook de krijgsmacht mee worstelt.

Als het ministerie niet de schijn wil wekken dat zij twijfelt over oorlogsmisdrijven, moet ze nu krachtig en ondubbelzinnig het verbod onderschrijven.

De vergelijking die Jeroen Pauw maakte tussen een gewonde Talib met het euthanaseren van gewonde dieren hoort alarmbellen te doen rinkelen in de hoofden van hen die beslissen over leven of dood.

Evenzo is het voorrang geven door de chirurg aan een Nederlandse soldaat ten koste van een Afghaans kind ook een oorlogsmisdrijf, indien het onderscheid gemaakt werd op andere dan medische gronden. De arts hoort vast te stellen wie medisch dringender geholpen dient te worden, en mag niet meewegen of de patiënt Nederlander of Afghaan is. Dat wordt krachtig verworpen in het Internationaal Humanitair Recht.

Daar komt bij dat kinderen wegens hun extra kwetsbaarheid een bijzondere categorie beschermde personen vormen. Dat de arts zich moreel bezwaard voelde om het leven van het Afghaans kind op te offeren voor de hulp aan een soldaat is dan ook niet verwonderlijk. Het zou zeer kwalijk zijn als deze strafbare handeling tot regel is gemaakt, zoals wordt gesuggereerd in het programma.

Het valt te betreuren dat niet alleen Pauw en Witteman het nalieten om zich kritisch op te stellen, maar er ook door anderen geen enkele vraag is gesteld.

Per slot van rekening kan je voorspellen hoeveel ophef er ontstaat zodra een Nederlandse opsporingsambtenaar een zwaargewonde doodschiet nadat een verpleegkundige constateerde dat de persoon niet lang zou leven. Of dat een bankdirecteur van een arts voorrang krijgt op een gewond Turks kind met medisch hogere urgentie. Hopelijk komt het kritisch geluid er alsnog. Of de treurige conclusie moet zijn dat in tijden van conflict de humaniteit in de omgang met onze vijand in veel opzichten onder vuur ligt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden