Ook in derde deel van zijn trilogie speelt Bert Klunder het type ruwe bolster, blanke pit

Voorstelling op tournee. Deze week is Klunders 'Vette jus' in Doetinchem (woensdag), Houten (donderdag), Spijkenisse (vrijdag) en Emmen (zaterdag) te zien.

Bert Klunder - ook bekend als cabaretauteur en -regisseur, zoals van Brigitte Kaandorp en Jeroen van Merwijk - voerde de eerste twee episoden op met zijn echtgenote Mylou Frencken. Die speelde in de proloog, uit 1992, een bangig, bedeesd en wereldvreemd meisje, dat het getob en getier van haar nieuwe vriend voor lief nam. In het vervolgprogramma van 1994 was zij de bruid, die inmiddels wat handigheid begon te krijgen in het zich wapenen tegen zijn boertige botheid. Maar in deze epiloog heeft hij haar toch al te zeer op haar ziel getrapt. Klunder heeft nu genoeg aan fictief tegenspel: de vrouw buiten het zicht aan de voordeur en op het moeilijke punt van vertrek. Enkele keren roept hij naar de zijkant van het toneel dat zij moet ophouden met dat gegrien en nu eindelijk maar eens moet gaan. Zelf heeft hij het er ook moeilijk mee, maar dat zal hij niet tonen. Want als het zo is, dan moet het maar zo zijn. Hij neemt geen woord terug van hetgeen haar zo heeft gekrenkt en waarvan hij ons lang in het ongewisse laat. Hij foetert nog maar eens hard: “Hé schele, ga nou eens!”

In alle drie de voorstellingen speelt Klunder het type ruwe bolster, blanke pit. Die spuugt, haalt zijn neus op, vloekt en hangt ongegeneerd en onverzorgd in zijn stoel. Maar hoe primitief en onbeholpen hij zich veelal ook uitdrukt - waarmee hij flink op de lachspieren werkt - hij blijkt maar al te goed te weten wat er in de wereld te koop is. En vooral ook wat er als gevolg van de gebrekkigheid van de mens allemaal aan de maatschappij mankeert. En daar zit hij hardop over te peinzen.

“De Grote God heeft de pik op ons; hij heeft zijn handen van ons afgetrokken”, zegt hij. Als een zondagmiddagfilosoof werpt hij allerlei ingewikkelde vraagstukken op. Hoe simplistisch de stellingen die hij poneert en de vergelijkingen die hij op die manier maakt ook steeds schijnen, hij dringt er slinks mee door tot de kern van de zaak. Daarmee heeft Klunder dan ook een fraaie vorm gevonden voor het ventileren van zijn eigen maatschappijvisie.

Die is allerminst optimistisch. Mensen zijn egoïsten ('De liefde is weg; alles is eigenbelang geworden') en domkoppen, die hun hooggestemde idealen hebben verruild voor schijn: “Alles is namaak geworden: skai, laminaat-parket, de soundmix-show, André Riool . . .” Hij voelt zich een buitenstaander, juist omdat hij zo goed door heeft dat het op die manier misgaat en niet begrijpt dat ieder ander de ogen sluit. Of zoals hij zijn personage laat zeggen: “We blijven het 'lichtgebonden saus' noemen, maar het is allang 'vette jus' wat we krijgen opgediend.”

Dat is een mooie vergelijking, juist omdat zij ook opgaat voor Klunders voorstelling, maar dan in de omgekeerde volgorde. Zijn presentatie is grof en komisch, maar zijn thematiek zeer fijnzinnig en intelligent. Met andere woorden: smakelijke 'lichtgebonden saus', die hij opdient als 'Vette jus'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden