'Ook ik wilde een gedicht over oorlog'

Je schrijft een goed gedicht pas als je het opgeeft. Als je zeker weet dat je niet één fatsoenlijke regel meer op papier zult zetten, zegt de Vlaamse dichter Koenraad Goudeseune (40). “Zodra je je computer uit het raam wilt kieperen, begint het. Want juist het opgeven van de zaak leidt ertoe dat het lukt.“

En dan staat een gedicht als 'Ieper' ook binnen vijf minuten op papier. “Vervolgens kijk je ernaar en vraag je jezelf af: heb ik dat gedaan?“

Bij proza moet je je mouwen opstropen en hard aan het werk, weet Goudeseune, die in 1993 debuteerde met de roman 'Vuile Was'. “Maar een gedicht dient zich aan als een koorts. Zoals Ida Gerhardt in een brief schrijft dat ze de poëzie kríjgt. Het is een bepaald soort gevoeligheid. De ambachtelijkheid ervan schuilt in het aanzetten van die mentale gesteldheid.“

Goudeseune zegt grote gevoelens, zoals doodsangst, lust en liefde, in gedurfde gedichten te willen vangen. “Gedurfd in die zin dat ik woordspelingen durf te maken, iets wat volgens veel dichters niet kan. Of een gedicht baseer op een romantische of geestige inval.“ Het gevaar bestaat dat zoiets een studentikoos gedicht oplevert. “Dat gaat meteen de prullenbak in.“

Goudeseune woont in Gent maar groeide op in Ieper, waar de Eerste Wereldoorlog 'flink heeft huisgehouden' en nog steeds in de grond zit. Als kind speelde hij op de oorlogsgraven. “En waar je ook in de tuin spitte, overal kwamen wel kogels boven, of obussen, dat zijn granaten in het West-Vlaams. Soms probeerde iemand die eigenhandig te ontmantelen, wat ook wel eens fout ging. Nog altijd worden de lichamen van gesneuvelde soldaten gevonden, je hebt een club die zich daarmee bezighoudt: de diggers.“

Vooral de laatste jaren bezoeken nabestaanden in Ieper de rustplaats van hun familielid. “Je ziet het effect van het toerisme op de stad. Op de markt zijn nu al acht pralinezaken. Er zijn zelfs bonbons in kogelvorm.''

Goudeseune heeft veel oorlogspoëzie gelezen, vooral van Engelsen die in de Eerste Wereldoorlog vochten. “Een oorlogsgedicht, dat wilde ik ook.“

In 'Ieper' combineert hij het beeld van de jongen die met slaap in de ogen naar de oorlog trekt, met 'een lustgegeven'. “Je komt zo vaak een meisje tegen waarbij je iets hebt van, tja... Ik vond het wel tragisch om de aanstaande dood van zo'n soldaat te verbinden met het leven dat zo'n meisje nog voor zich heeft. De bietenplantjes staan voor de lente, voor de jeugd.“ Zelf heeft Goudeseune ook nog de rijmassociatie tieten-bieten. “Dat geeft niet, als de lezer dat niet oppikt.“

Het soort poëzie dat Goudeseune maakt, noemt hij zelf betekenispoëzie. “Woorden zijn betekenisdragers. Waarom zou je dat willen ontregelen, zoals postmoderne dichters doen? Vooruit, als ik het woord 'ziel' opschrijf heeft iedereen daar een ander beeld bij. Maar niemand maakt daar toch bloempot van?“

Sommige dichters zijn sterk gericht op de klank en zoeken naar muzikaliteit in hun gedicht. “Maar ik vind dat je daar al muziek voor hebt.“

“Wilt u nog weten wie mijn voorbeelden als dichter zijn? Ik heb hier een lijstje.“ Gerrit Achterberg en de Poolse Nobelprijswinnares Wislawa Szymborska staan erop. “Szymborska omwille van de schijnbare eenvoud van haar werk. Dat verkies ik sterk boven het werk van bijvoorbeeld Gerrit Kouwenaar, die je veel vaker moet lezen om te begrijpen. Het is juist de kunst om wat je wilt zeggen zo begrijpelijk mogelijk te maken.“

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden