Ook het demissionaire Balkenende IV struikelde bijna over de begroting

Premier Mark Rutte staat de pers te woord over de afwending van de dreigende kabinetscrisis over de lerarensalarissen. Beeld ANP
Premier Mark Rutte staat de pers te woord over de afwending van de dreigende kabinetscrisis over de lerarensalarissen.Beeld ANP

Het afgewende conflict tussen de coalitiepartijen leek op de situatie in 2010: CDA en ChristenUnie moesten in blessuretijd een begroting opstellen.

Het conflict in het demissionaire tweede kabinet-Rutte is niet uniek. Al eerder waren formaties nog aan de gang terwijl er een begroting voor het volgende jaar moest worden voorbereid. Vooral de gang van zaken in 2010 levert parallellen op.

Wachten met een begroting tot een nieuw kabinet is aangetreden gaat niet. De Grondwet schrijft in artikel 65 voor dat het staatshoofd jaarlijks voor een verenigde vergadering van de Staten-Generaal een uiteenzetting geeft van het door de regering gevoerde beleid. Zoals dit land altijd een staatshoofd en een regering zal hebben, zo zal er ook altijd uiterlijk op Prinsjesdag een begroting voor het nieuwe jaar worden gepresenteerd.

In de jongste parlementaire geschiedenis kwam het vaker voor dat een demissionair kabinet werd geacht nog een begroting op te stellen. Het tweede kabinet-Lubbers, dat eind april 1989 viel, diende bijvoorbeeld nauwelijks een half jaar later nog een begroting in.

Het vierde kabinet-Balkenende kwam in 2010 ook voortijdig ten val. De PvdA stapte uit het kabinet, omdat de partij geen verlenging wilde steunen van de Nederlandse aanwezigheid in het Afghaanse Uruzgan. Destijds kwamen de verkiezingen op een dusdanig tijdstip (in juni) dat vooraf voorspeld werd dat het rompkabinet van CDA en ChristenUnie een begroting zou moeten indienen.

Dat gebeurde. Maar niet na hevige discussies tussen CDA en CU over de vraag of dit rompkabinet (met een minderheid in de Tweede Kamer) nog een aanvullende bezuiniging van ruim drie miljard euro moest invullen, of dat de bezuiniging zou moeten worden overgelaten aan een nieuw kabinet (dat uiteindelijk zou bestaan uit VVD en CDA, gedoogd door de PVV).

Grote overeenkomsten, maar ook verschillen

Het verschil tussen 2010 en 2017 is groot. Destijds ging het - zo vlak na het begin van de kredietcrisis - om extra bezuinigingen, nu om extra uitgaven. Maar de overeenkomsten zijn ook groot. Eén van de twee coalitiepartijen (toen de ChristenUnie, nu de VVD) wilde de opvolgers niet voor de voeten lopen, ook al had de Kamer een motie aangenomen van D66 waarin het kabinet werd gevraagd met bezuinigingsvoorstellen te komen.

De ChristenUnie probeerde te voorkomen dat er bezuinigd werd op ontwikkelingssamenwerking, zoals de PvdA nu probeert een presentje voor onderwijzers te regelen. Bovendien, aldus een bewindsman van de CU destijds, mocht een bezuinigingspakket niet werken als ondersteuning van onderhandelingen tussen CDA, VVD en PVV.

In 2017 probeert de PvdA zaken te regelen mede om de formerende partijen de loef af te steken. Zowel in 2010 als nu gunnen partijen elkaar bar weinig, zeker niet als de partij die mee moet werken de zekerheid heeft straks naar de oppositie te worden verbannen.

Lees ook: PvdA kiest voor pragmatisme, nieuw kabinet regelt de hogere lerarensalarissen

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden