Ook Engeland zal niet altijd bestaan

De Britse historicus was er als kind al verrukt over dat zoveel landen op de wereldkaart de kleur droegen van zijn land

Zelfs de machtigste staten hebben een beperkte levensduur. Ze kunnen het weliswaar lang volhouden - in sommige gevallen eeuwen, maar er komt een keer een eind aan. Zie het Ottomaanse Rijk dat bijna zevenhonderd jaar heeft bestaan. Of het Pools-Litouwse Gemenebest dat bij de oprichting in 1569 de grootste staat in Europa was, maar dat in 1795 bij de 'Poolse Deling' in stukken werd geknipt.

Talrijker zijn de staten die zich slechts korte tijd op het wereldtoneel hebben mogen manifesteren. Zie het Derde Rijk dat het volgens de nazi's zeker duizend jaar zou uithouden maar dat al na twaalf jaar ophield te bestaan. Dat is trouwens nog een hele tijd als je het afzet tegen de krappe 24 uur dat Karpato-Oekraïne in maart 1939 een zelfstandige staat was - nog steeds een absoluut wereldrecord.

De Britse historicus Norman Davies heeft een prachtig boek geschreven over staten die door de eeuwen heen het loodje hebben gelegd. 'Vergeten koninkrijken' heet het. Dat is niet correct, want hij behandelt ook verdwenen republieken. En 'vergeten' is bovendien een verkeerde vertaling van het Engelse 'vanished', wat 'verdwenen' betekent. Veel staten in het boek zijn helemaal niet vergeten, ze zijn wel allemaal verdwenen - het is een merkwaardige beslissing van de Nederlandse uitgever.

Het boek is een aaneenschakeling van casestudies over staten in Europa waarover Davies steeds buitengewoon veel weet te vertellen, hij geeft blijk van een indrukwekkende belezenheid. Hij beschrijft uitvoerig wat het 'vergeten koninkrijk' precies inhield, waar het lag, waarom het ophield te bestaan, wat er tegenwoordig te vinden is en wat voor tastbare herinneringen er nog zijn. De auteur is ook overal geweest, samen met zijn vrouw van Poolse afkomst. Het boek is dus geen droge opsomming van feiten, maar bevat vrijwel op elke pagina een levendige beschrijving. Davies laat zien hoe leuk geschiedenis kan zijn.

Hij behandelt ook de geschiedenis van zijn eigen land, en werpt een sombere blik in de toekomst. Tot het midden van de vorige eeuw ging in het Britse Rijk de zon nooit onder, en Davies was er als kleine jongen 'verrukt' over dat zoveel landen op de wereldkaart de kleur droegen van zijn land. Maar vele Britse kolonies zijn sindsdien onafhankelijk geworden, en het is de vraag hoe lang het overgebleven Groot-Brittannië nog één staat blijft. De auteur is daar buitengewoon pessimistisch over: "Zij die serieus geloven dat het land altijd zal blijven bestaan ('There'll always be an England'), steken hun kop in het zand." De desintegratie van het Verenigd Koninkrijk is in 1922 al begonnen - met de onafhankelijkheid van Ierland - en zal waarschijnlijk doorzetten, aldus de schrijver.

Davies neemt de lezer mee naar de grens van Duitsland en Frankrijk (bron van oorlogen), naar de vergeten vorstendommen in Bourgondië, Spanje, Italië, naar de Baltische staten, naar de Balkan - ja. waar is hij eigenlijk niet geweest in Europa? In zijn voorwoord verontschuldigt Davies zich dat hij niet alle verdwenen staten heeft kunnen behandelen; vanwege de omvang van het boek (het telt nu al bijna negenhonderd dikbedrukte pagina's) heeft hij een keuze moeten maken.

Een gesneuveld hoofdstuk heette 'De Grote Appel' en beschreef de geschiedenis van Nieuw Amsterdam voordat het werd omgevormd tot New York. Dat hadden wij Nederlanders natuurlijk graag willen lezen. Maar er blijft genoeg moois en interessants over.

Davies geeft ook een typologie van hoe staten aan hun eind komen. De eendagsvlieg Karpato-Oekraïne is typisch een voorbeeld van een land dat 'een wiegedood' stierf. De splitsing van Tsjechoslowakije in 1993 was 'een liquidatie' met wederzijds goedvinden. Dan is er ook nog de 'fusie' (het koninkrijk Sardinië in de achttiende eeuw), de 'verovering' (talloze voorbeelden, zo komen staten het vaakst aan hun eind), en de 'implosie': het uiteenvallen van Joegoslavië in de jaren negentig, en van de Sovjet-Unie in 1991.

Die laatste gebeurtenis is voor Davies de aanleiding geweest voor dit boek. Hij wijdt er een apart hoofdstuk aan (met als onderkop 'De ultieme verdwijntruc') dat het hoogtepunt van het boek is. In een paar kernachtige zinnen geeft hij een verklaring waarom die supermacht van de ene op de andere dag in elkaar klapte. Het was niet alleen een financieel bankroet, of een gevolg van de wapenwedloop met de VS die niet vol te houden was, of de nederlaag in Afghanistan, of de ideologie die in diskrediet was geraakt. Dat zijn allemaal factoren die een rol speelden, maar de oorzaak lag dieper, schrijft Davies: "Het sovjetsysteem was gebouwd op extreme macht en extreem bedrog. (...) Toen er ten slotte een secretaris-generaal van de Communistische Partij kwam die niet langer bereid was de fantasieën en de dwang te laten voortduren, sloegen alle zekeringen door en trad snel een totale verlamming in."

Die secretaris-generaal heette Michael Gorbatsjov, een hervormer met goede bedoelingen die zelf schrok van wat hij had aangericht: het einde van de Sovjet-Unie. Davies vergelijkt hem met een oude man uit Tasjkent van wie het verhaal gaat dat hij zijn toilet doorspoelde precies op het moment dat er een aardbeving plaatsvond: "Als ik had geweten wat er ging gebeuren, had ik nooit aan het koord getrokken."

Het uiteenvallen van de Sovjet-Unie komt ook uitvoerig aan bod in de bundel 'Nationalisme, naties en staten' van een groep Nederlandse historici van wie er enkelen verbonden zijn aan de Open Universiteit (een van de uitgevers). Daarin vind je de stelling dat de ondergang van de Sovjet-Unie een omgekeerd dekolonisatieproces was: niet de koloniën bevrijdden zich van het moederland, maar het moederland, de Russische Federatie, maakte zich los van de koloniën of satellietstaten. In die Russische Federatie was er in de jaren voor het uiteenvallen van de Sovjet-Unie sprake van een groeiend nationaal bewustzijn onder Russen, dat 'sterk staatsondermijnende kanten' had.

Het boek biedt een uitstekend overzicht van de ontwikkeling van het nationalisme in Europa vanaf circa 1800 tot vandaag de dag. Handzaam is het niet te noemen, want het telt ruim zevenhonderd pagina's. Het is prachtig geïllustreerd en vormgegeven, het is met liefde voor het traditionele boekenvak uitgegeven, dat straalt er vanaf. Bij het boek zitten twaalf mooie overzichtskaarten waaraan je prima kunt zien hoe de natievorming in Europa is verlopen, en hoe bijvoorbeeld Polen van plaats is verschoven en daarom 'een land op wieltjes' heet. Je mag toch hopen dat de opkomst van het e-book - hoezeer die ook toe te juichen is - de uitgave van dergelijke klassieke papieren werken niet verhindert.

Het nationalisme is volgens de auteurs een vaag begrip, met 'betrekkelijk weinig substantie', een kameleontisch verschijnsel, dat zich gemakkelijk aan steeds weer veranderende omstandigheden aanpast. Het heeft een uitzonderlijke ontwikkeling doorgemaakt: het droeg bij aan de ontbinding van de standenmaatschappij en het ancien régime (de Franse Revolutie) en het had in de negentiende eeuw een gunstig effect op de modernisering, schaalvergroting en industrialisatie in Europa. In de laatste decennia van die eeuw groeide het nationalisme uit tot massabeweging, in die tijd kwamen er ook nieuwe staten zoals het keizerrijk Duitsland en het koninkrijk Italië.

Maar in de twintigste eeuw kregen we ook de duistere kanten te zien, en dan vooral de directe verbintenis met het fascisme, uitgerekend in Duitsland en Italië. De rassenwaan en xenofobie culmineerden in de Holocaust. Na de Tweede Wereldoorlog verdween het nationalisme, om na het einde van de Koude Oorlog weer helemaal terug te komen - zie het uiteenvallen van Joegoslavië, en de nationalistische reflexen in sommige Europese landen.

Wat daarbij meespeelt is de Europese samenwerking die in de jaren vijftig begon en die 'de destructieve kracht van nationalisme tussen staten goeddeels (heeft) geëlimineerd'.

Ze heeft niet kunnen afrekenen met nationalisme als aspect van binnenlandse politiek, schrijven de auteurs, die daarbij wijzen op de opkomst van eurosceptische of zelfs anti-Europese politieke opvattingen - in Nederland bij de PVV van Geert Wilders.

Desondanks gaan er - bijna sluipenderwijs - steeds meer bevoegdheden naar Brussel, vooral om de euro overeind te houden. Dat is een interessante ontwikkeling, die in dit boek zeker wel wordt aangestipt, maar waarvan de uitkomst ongewis is. En aan voorspellingen wagen historici zich terecht niet.

Norman Davies: Vergeten koninkrijken. Een verborgen geschiedenis van Europa. Vertaald door Bookmakers. De Bezige Bij, Amsterdam; 878 blz. € 49,95. Het boek ligt vanaf dinsdag in de boekhandel.

Leo H.M. Wessels & Toon Bosch (red.): Nationalisme, naties en staten. Europa vanaf circa 1800 tot heden. Vantilt, Nijmegen, en Open Universiteit, Heerlen; 704 blz. € 49,95

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden