Ook elfde titel geeft Van den Brand nog veel voldoening

Marianne Vos wacht nog altijd op haar eerste nationale titel bij het veldrijden. In bijna on-Nederlandse omstandigheden moest Vos regerend kampioene Daphny van den Brand voor laten gaan.

De 22-jarige Vos die in haar jonge carrière bijna alles heeft gewonnen wat er aan titels en truien is te verdienen, had flink de smoor in over haar tweede plek. Met gebogen hoofd passeerde ze de finish. „Ik baal hier goed van. Ik ben nog nooit zo dichtbij geweest.” Vos werd al twee keer eerder wereldkampioen, maar de nationale trui ontbreekt in haar indrukwekkende prijzenkast. Op het Nederlands kampioenschap in Heerlen reikte ze niet verder dan een tweede plaats. De eerste was in 2003 op 15-jarige leeftijd.

Vos en de negen jaar oudere Van den Brand gaven elkaar in het dik besneeuwde natuurgebied Hellegat geen duimbreedte toe. De twee rensters, die ook internationaal tot de absolute top behoren, wisselden tijdens het NK continue stuivertje. „We waren aan elkaar gewaagd. Daphny viel en ik sloeg een gat, daarna viel ik twee keer en fietste zij weer alleen voorop.”

Met het ingaan van de laatste ronde reden de twee rensters weer samen. De nummer drie, Sanne van Passen, volgde toen al op ruime afstand. Van den Brand, gepokt en gemazeld in het veld, ging bij het laatste heuveltje van de fiets, waardoor Vos ook gedwongen werd te lopen. Van den Brand had Vos vakkundig geblokkeerd, die tot aan de finish haar kleine voorsprong niet meer uit handen gaf. „Ik kon er met geen mogelijkheid meer langs”, zei Vos na afloop.

Voor Van den Brand is het de elfde keer dat ze de titel bij de vrouwen opeist. Vervelen gaat het nooit, bezwoer ze. „Het blijft gewoon mooi, die nationale trui.” De Brabantse die normaal gesproken weinig last heeft van de kou, zegt ze van zichzelf, ondervond zaterdag dat de weersomstandigheden bar en boos waren. De kou werd aangewakkerd door een stevige wind. In combinatie met de sneeuw en bevroren ondergrond, riepen sommige rensters over ‘Tsjechische’ omstandigheden. „In de eerste ronde werd ik een beetje bevangen door de kou. Ik ben daarna een lichtere versnelling gaan rijden waardoor ik steeds beter ging rijden.”

Vos vond dat de gladde omstandigheden een niet onbelangrijke rol speelden. „Je rijdt op het randje en dan ga je glijden.” Vos had haar handen meer dan vol om op de fiets te blijven. Maar dat gold ook voor haar opponent.

Van den Brand staat te boek als de ‘beste technicus’ maar zelfs zij gleed een aantal keren hard onderuit. „Het was glibberen en glijden. Vooral in de bochten moet je geluk hebben, maar uitgerekend op een recht stuk ging ik onderuit.''

Over drie weken willen beide vrouwen een gooi doen naar de wereldtitel in het Tsjechische Tabor. Wat dat betreft was de nationale titelsstrijd dit weekeinde in Heerlen een prima opwarmertje voor het WK, zei Vos. „We zullen daar zeer waarschijnlijk in dezelfde omstandigheden rijden als hier. Ik weet nu tenminste wat mijn fiets doet in de sneeuw.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden