Ook elders in het Midden-Oosten klinkt nu de roep om verandering

amsterdam – Koning Abdoellah van Jordanië heeft zijn regering ontslagen, in een poging om de onvrede in zijn land te keren voordat een opstand uitbreekt. Op veel plaatsen in de Arabische wereld – de Palestijnse gebieden, Iran, Jemen, Syrië – rammelen de porseleinkasten door de volksopstand in Egypte, die volgde op de opstand in Tunesië.

In Jordanië richt de volkswoede zich vooral op de economische malaise en bezuinigingspolitiek van de regering, en niet direct op het staatshoofd, zoals in Egypte. De Jordaanse versie van de Moslim Broederschap, het Islamitische Actie Front IAF, neemt het voortouw in de al drie weken durende betogingen.

Mikpunt van kritiek was premier Samir Rifai. In zijn plaats heeft de koning nu de conservatieve ex-premier Maroef Bakhit benoemd. Het IAF, dat anders dan de Egyptische Moslim Broederschap een legale partij is, vindt deze benoeming een aanfluiting. Bakhit was premier toen in 2007 frauduleuze verkiezingen plaatvonden die de islamisten weinig zetels opleverden. „Dit is geen stap in de goede richting” zei Iaf-leider Sheikh Hamza Mansour. De IAF eist ook hervorming van de kieswet, die de koningsgezinde plattelandsgebieden zou bevoordelen.

Op de Westelijke Jordaanoever heeft de Palestijnse regering gisteren het ’zo spoedig mogelijke’ gemeenteraadsverkiezingen beloofd. Het verrassende bericht lijkt gevoed door de angst dat Palestijnen zich laten inspireren door de Egyptenaren. De Palestijnse Autoriteit heeft sinds 2006 geen lokale verkiezingen meer gehouden. De Palestijnse president Abbas blies verkiezingen in 2009 af omdat hij vreesde dat onafhankelijke kandidaten zouden winnen van zijn Fatah.

Ook in Gaza, waar Hamas de scepter zwaait, verhit de Egyptische opstand de gemoederen. Een handvol mensen die demonstratief hun steun aan het Egyptische volk wilde betuigen, kreeg van de politie opdracht daarmee op te houden. Niet dat Hamas tegen de opstand is, maar spontane bijeenkomsten zouden zich ook weleens tegen Hamas kunnen keren.

In Jemen hebben opposanten van president Ali Abdoellah Saleh voor morgen een grote demonstratie in de hoofdstad Sanaa aangekondigd. Vorige week vonden ook al demonstraties plaats, waarbij aan Tunesië en Egypte werd gerefereerd. Saleh heeft aangekondigd dat hij als concessie de presidentiële ambtstermijn wil inkorten en ambtenarensalarissen wil verhogen. Maar de problemen in het religieus verdeelde land (sjiieten en soennieten) zijn diepgeworteld; een burgeroorlog behoort tot de mogelijkheden.

Op Facebook en Twitter zijn oproepen verschenen om dit weekeinde in de Syrische hoofdstad Damascus een ’Dag van de woede’ te houden, tegen repressie, corruptie, armoede en werkloosheid. Wellicht is de oproep geplaatst door Syriërs in ballingschap. Zo’n 2500 betuigden hun steun aan de oproep. Zo’n 850 hebben op een andere pagina hun steun voor president Assad uitgesproken.

Ehab Bedawy, 27

Sinds het begin van de opstand in Egypte slaapt Bedawy op de grond in het gebouw van een advocatenkantoor. Het is de eerste keer dat de jonge advocaat demonstreert. „Hiervoor was ik alleen actief op internet.” In een week is hij veranderd van een goedbedoelend groentje in een serieuze activist. Hij moet er zelf om lachen. „In het begin was ik bang”, vertelt hij, leunend op een buitgemaakte politiehelm. „Maar toen ik een klein kind zag demonstreren, dacht ik: ’Dat kan ik ook’. Ik heb veel medailles gewonnen in mijn jeugd voor hardlopen. Dat komt nu goed van pas.”

Osama Abdallah, 39

Huilend staat Abdallah naast zijn vernielde en geplunderde winkel in de binnenstad van Caïro. „Genoeg, genoeg, genoeg”, stamelt hij. „Waarom gaat Moebarak niet weg? Hij stuurt criminelen om ons bang te maken. Hij maakt het land kapot.” Abdallah weet niet meer wat hij moet doen. Al zijn spaargeld zit in de winkel en hij is niet verzekerd. Gelukkig maakt zijn familie het wel goed. Zijn vier kinderen zijn veilig bij familie in Nasr-City, waar het leger een grote basis heeft en daarom als een van de veiligste buurten van Caïro geldt. „Hoe moeten we hier nog overheen komen.”

Isra el Mahitab, 19

Met een vriendinnetje bezemt Isra puin bijeen op de straat die naar het Tahrir-plein leidt. Ze is met 19 andere meisjes uit haar relatief veilige buitenwijk naar het centrum gekomen om op te ruimen. De studente farmacie van de Universiteit van Helwan mocht de afgelopen dagen niet naar buiten van haar vader. „Het is te gevaarlijk voor meisjes”, zegt de gesluierde Isra. Toch wil ze haar bijdrage leveren: „Omdat ik Egyptisch ben.” Haar broers bewaken dag en nacht het huis met knuppels tegen dieven. „De mensen die plunderen zijn geen Egyptenaren, het zijn terroristen.”

Gasser Abdel Razek, 42

Razek is al jaren een bekend, vriendelijk gezicht bij demonstraties in Caïro. De activist werkt sinds jaren voor mensenrechtenorganisaties in Egypte, waaronder Human Rights Watch. „Normaal gesproken zie je elke keer dezelfde honderd gezichten bij demonstraties. En kijk nu, dit is een een revolutie van de nieuwe generatie. Razek heeft jarenlang gewacht op dit moment maar ook hij zag het niet aankomen: „De frustratie heeft zich zo lang opgehoopt, het moest ooit tot uitbarsting komen. Het is een droom die werkelijkheid wordt. Ik ben Tunesië zo dankbaar.”

Mohamed Hamdi, 67 en zijn dochter Sarah, 13

De oud-generaal is trots. Op zijn land en op zijn volk. En op het Egyptische leger, dat nu voor veiligheid zorgt en opkomt voor het volk. „Het regime is een stel dieven. Ik weet zeker dat zij de gevangenissen hebben opengegooid en de criminelen op ons hebben losgelaten. Ik heb met ze te maken gehad. Deze mensen geven alleen om zichzelf.” De grootste drijfveer van de opstand is de werkloosheid, meent Hamdi. Zijn dochter vult hem aan: ,,Wat wij willen is vrijheid. We willen leven zoals wij dat willen. Laat ons toch met rust!”

Yasser Abdel Hamid Youssef, 70

Youssef is deurman. Al jaren staat hij voor de deur van een gebouw in Dokki.

Hij verdient omgerekend tachtig euro per maand. maar voor Suhag in Opper-Egypte, waar hij vandaan komt, is dat een goed salaris. Een paar keer per jaar gaat hij terug om zijn familie te zien.

Youssef heeft acht kinderen. Hij probeert al jaren een baan in Cairo te regelen voor zijn zoons, die in tegenstelling tot Youssef kunnen lezen en schrijven. „Maar er is geen werk. De enige manier om een baan te krijgen is door de juiste mensen te kennen.”

Mohamed Said, 17

Said uit Shoebra vindt de demonstraties maar niets. „Hoe kunnen ze zich zo tegen de man keren die dertig jaar onze leider is.” Volgens Said is er geen alternatief voor Moebarak. „Je ziet wat er nu gebeurt. We hebben veiligheid nodig.”

Said, die werkt achter de kassa van een vruchtensapwinkel, snapt niet waarom de demonstraties blijven aanhouden. „Moebarak heeft zijn regering veranderd. Wat willen ze nog meer.” Op het plein voor zijn winkel vond vanochtend een kleine tegendemonstratie plaats van supporters van Moebarak. „Zonder Moebarak wordt het chaos.”

Ahmed Salah, 35

Salah demonstreert elke dag. De elektricien uit Ain Shams reist elke dag drie uur op en neer naar het Tahrir-plein om zijn stem te laten horen. „Dit is geen leven. Ik ben 35 jaar oud en nog steeds niet getrouwd.” Salah verdient als elektricien ongeveer 130 euro per maand. „Dat is genoeg om van te eten, maar niet genoeg om ooit een bruidsschat van te betalen.”

In zijn buurt is de afgelopen dagen hevig gevochten met de politie. „Elke agent die we zien, slaan we de wijk uit. Jarenlang hebben ze ons bedreigd, afgeperst en als vuil behandeld. Nu is ons moment daar.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden