'Ook een zwarte school bevordert integratie'

Er zijn er maar een paar in heel Nederland: havo-vwo-scholen met bijna alleen maar allochtonen. Slimme leerlingen, maar vaak met achterstanden. „Hen aan een diploma helpen, dát is wat wij doen aan integratie.”

Tunahan Demir vindt het ’kapot gemeen’. Klas 1C, een havo-vwo-brugklas op het Comenius Lyceum in Amsterdam-West, heeft vandaag een schriftelijke overhoring ’taalontwikkeling’. Tunahan ontdekt dat pas als hij het lokaal binnenkomt. Hij had niets in z’n agenda staan en heeft dus niets geleerd. Maar hij wil naar het vwo, dus een slecht cijfer kan hij zich niet veroorloven. „Hoe moest ik dat nou weten?”

Zijn lerares, Petra Cats, kan hem slechts met moeite overhalen om te gaan zitten en die toets toch te maken. De klas moet de betekenis van een aantal moeilijke woorden opschrijven. „Wat ís ’consumptie’!?” roept Tunahan boos bij het eerste woord dat Cats opgeeft. Het tweede woord, ’sporadisch’, wordt door hem onthaald op een verontwaardigd ’wat?’. Pas na het derde woord, ’preventief’ – „tsss”, sist hij nog –, komt Tunahan tot bedaren.

Het Comenius Lyceum is een bijzondere school. Het voortgezet onderwijs in de grote steden is grotendeels langs etnische lijnen verdeeld: het vmbo is meestal zwart, havo en vwo zijn overwegend wit. Maar het Comenius is een uitzondering op die regel: het is een school voor havo en vwo, de leerlingen zijn voor ruim tachtig procent van allochtone komaf. Van zulke scholen, soms ook met een mavo-afdeling, is er maar een handjevol.

Het bestaan van deze scholen is niet vanzelfsprekend; met een zekere regelmaat legt er een het loodje. Nog afgelopen zomer viel het doek voor het Rotterdamsch Lyceum, ooit dé school voor de havenbaronnen van de stad, maar de laatste tijd voornamelijk bevolkt door allochtonen uit Delfshaven.

Het patroon is steeds hetzelfde. Voorheen witte of gemengde scholen worden zwart, doordat de buurt eromheen verkleurt. Daarna gaan autochtone kinderen deze scholen mijden. Later zoeken ook ambitieuze allochtonen hun heil elders. Deze neerwaartse spiraal loopt bijna onvermijdelijk uit op het einde van zo’n school: die trekt uiteindelijk te weinig leerlingen om nog levensvatbaar te zijn.

„Die neerwaartse spiraal heeft ook ons bedreigd”, zegt rector Berend Meijer van het Comenius Lyceum. Zijn school telt nu 480 leerlingen, en dat levert te weinig overheidsgeld op om van rond te komen. Maar de aanmeldingen voor komend jaar geven hoop. „De groei zit er weer in de afgelopen paar jaar; dat heeft trouwens wel klauwen met geld voor pr gekost.”

Autochtone kinderen zitten er onder die nieuwe aanmeldingen bijna niet. Meijer heeft daar een ’dubbel gevoel’ over. „Ik blíjf ervan overtuigd dat een gemengde school beter is voor onze leerlingen. Integratie lukt het best op een school waar de dominante cultuur Nederlands is. Dat is hier niet zo.”

Maar pogingen om de school weer gemengd te krijgen, doet Meijer al een paar jaar niet meer, „dat lukt toch niet.” Liever spant hij zich in om er in de gegeven omstandigheden het beste van te maken, onder meer door projecten waardoor leerlingen in contact komen met de Nederlandse samenleving. „Er is een idealere situatie denkbaar. Maar politiek en schoolbesturen zijn onwillig of onmachtig om iets aan de segregatie te doen. Eigenlijk zouden scholen als deze niet mogen bestaan – net zo min als witte trouwens.”

Dat laatste zeggen rectoren en bestuurders van een aantal andere zwarte havo-vwo-scholen Meijer niet graag na. Maar ze herkennen het beeld dat hij schetst wel. Zeker, een meer gemengde school zou beter zijn, geven ze toe, maar zie het maar eens voor elkaar te krijgen.

Directeur Anne Segeren van het City+College in Den Haag heeft de strijd nog niet opgegeven. „Wij zijn een goede, kleinschalige school. Waarom zouden we niet óók autochtone kinderen kunnen trekken?” Maar Carla Neijts, rector van het Hervormd Lyceum West in Amsterdam, is minder hoopvol. Ze krijgt ze op haar open dagen wel autochtone kinderen en hun ouders over de vloer. Die zien vaak best wat de school te bieden heeft. „Maar ouders beseffen ook: mijn kind wordt misschien de enige autochtoon in de klas. En dan laten ze hun kind toch liever naar een witte school in Amsterdam-Zuid fietsen.”

Zijn scholen als deze daarmee slecht voor de integratie? Zeker niet, antwoordt Neijts, en zij verwijst naar de resultaten van haar school. „Het lukt ons om kinderen aan een havo- of vwo-diploma te helpen die met een lager advies aan de brugklas zijn begonnen. Dát is wat wij doen aan integratie.”

„Klinkklare onzin”, zegt Rald Visser zelfs op diezelfde vraag. Hij is voorzitter van het Rotterdamse schoolbestuur LMC en onder meer verantwoordelijk voor het eveneens grotendeels zwarte Citycollege Sint Franciscus. Dat probeert door middel van nauwe banden met de hogeschool en in de toekomst ook met de universiteit in de stad leerlingen ’op een goede manier de maatschappij in te krijgen’.

Daar moeten deze scholen wel hard voor werken. Een grote hindernis op weg naar een goede plek in de Nederlandse samenleving zijn de taalachterstanden waarmee leerlingen op zwarte havo-vwo-scholen kampen. Leerlingen met een te lage score op de Citotoets worden door deze scholen niet toegelaten, maar die Cito-score blijkt geen waarborg voor een toereikend taalniveau. Ongeveer 35 procent van de leerlingen van het Comenius Lyceum zit bij binnenkomst onder het havo-vwo-niveau, en aan de andere, vergelijkbare scholen is dat niet heel anders.

„Ons adagium is taal, taal, taal”, zegt Meijer. „Tot aan het examenklassen is dat een factor, bepalend voor de kans van slagen in alle vakken.” Neem het vak aardrijkskunde. Leraren vermoedden wel dat de uitdrukking ’geringe neerslag’ hun leerlingen misschien weinig zegt, en dus zochten ze een ander woord voor ’neerslag’. „Maar wat bleek? Veel leerlingen struikelden over het woord ’gering’.”

En dus krijgen leerlingen van het Comenius, net als de op de andere scholen, extra lessen in taal. In de brugklas en in de tweede staat een uur per week ’taalontwikkeling’ op het rooster – het vak waarvoor Tunahan had moeten weten wat ’sporadisch’ betekent. „Het gaat vooral om het vergroten van de woordenschat”, vertelt lerares Petra Cats.

Behalve taalontwikkeling staan er voor de lagere klassen van het Comenius ook extra rekenlessen op het rooster én het vak ’referentiekader’, waarin het draait om algemene ontwikkeling. „Als je niet weet wie premier Balkenende is, mis je nu eenmaal veel”, verklaart Meijer. Vandaag gaat het over ontwikkelingshulp, maar dat woord wil de leerlingen even niet te binnenschieten. Hulp van het ene land aan het andere, dat noem je toch ’vriendjespolitiek’? oppert er eentje met een lach.

Dit soort inspanningen maakt deze scholen toch goed voor de integratie, vinden zij zelf. Zo goed, althans, als ze in de gegeven omstandigheden maar kunnen zijn. Alle rectoren wijzen ook op hun resultaten. De meeste leerlingen halen hun diploma. En dat is een bijzondere prestatie. Van de leerlingen zelf – vaak bovengemiddeld slim, maar wel met achterstanden – en ook van de scholen. Hun toegevoegde waarde is ongetwijfeld groter dan die van scholen die leerlingen zonder achterstanden op examenniveau weten te brengen.

Aan z’n examen denkt Tunahan van klas 1C nog lang niet. Ook als de toets klaar is, blijft hij onrustig. Hij staat zomaar op en loopt eens door de klas, blijft maar mopperen tegen z’n klasgenoten. Die zijn intussen bezig met een tekst over lentekriebels: om de beurt moeten ze een stukje voorlezen, de moeilijke woorden moeten ze onderstrepen en later opzoeken. ’Hoteldebotel’ blijkt bijvoorbeeld lastig – ’hotèl de botel’ leest een van de leerlingen hardop. En ook de uitdrukking ’in rap tempo’ komt sommige brugklassers niet bekend voor. ’In rèp tempo?’

De naam Tunahan Demir is om privacyredenen gefingeerd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden