Ook een verslaafde is vrij mens

We zijn geen automaten, zegt arts en predikant Guus Labooy. Stroompjes en stofjes beïnvloeden stemming en gedrag, maar er is ook nog zoiets als de vrije wil. Een verslaafde kan zelf besluiten uit zijn neurobiologische gevangenis te stappen.

Verlangen, boosheid, opwinding, het is allemaal in de hersenen terug te vinden in de vorm van stroompjes en stofjes. Met behulp van weer andere stroompjes en stofjes kunnen onze stemmingen en gedrag deels beïnvloed worden. De vrije wil is dan teruggedrongen in een hoek. Het lichaam heerst over de geest.

Nee, zegt Guus Labooy, arts en predikant. Dat van die stofjes en stroompjes klopt natuurlijk wel, maar toch is de mens vrij, tot het tegendeel blijkt.

Vijf jaar werkte Guus Labooy in een kliniek met alcoholverslaafden. Het snakken naar een slok speelt zich in de hersenen af. Jaren van teveel drinken veranderen het neurobiologische patroon en dat kan dan niet meer zomaar teruggedraaid worden. Alsmaar gaat het sein: een glas, nu.

Labooy werkt al jaren niet meer als arts, hij is tegenwoordig predikant. Maar zijn werk in die kliniek heeft bijgedragen aan zijn kijk op de mens, die hij gedreven uitdraagt. De mens is vrij. Niet ons lichaam is uiteindelijk de baas, maar onze wil, die in de geest huist. Zelfs een verslaving of een psychiatrische aandoening weerspreekt het bestaan van de vrije wil niet.

In zijn nieuwste boek, ’Waar geest is, is vrijheid’, legt hij uit hoe hij dat ziet.

Zijn argumenten haalt hij niet alleen uit de ervaring hoe mensen met drankzucht toch kunnen veranderen. In hem huist ook een wetenschapper en op de vraag naar een uitleg, legt hij filosofische argumenten op tafel.

Daarvan zijn er genoeg. De denkende mens is al eeuwen gefascineerd door die vreemde mengeling waar hij zelf uit bestaat: materie en nog iets anders. Geest of ziel, Labooy gebruikt die begrippen door elkaar. In de ziel zetelt de vrijheid, zegt hij. Maar de ziel staat niet tegenover het lichaam, zoals Descartes meende, op zijn beurt weer geïnspireerd door Plato.

Tegen dat dualisme van Descartes is genoeg in te brengen, zegt Labooy en begint zijn filosofische betoog.

Een argument om zo’n tweedeling tussen materie en geest bijvoorbeeld af te wijzen, is dat je niet kunt aanwijzen wat zo’n losse geest dan tot juist deze geest maakt.

Een uitgangspunt dat in dit soort redeneringen vaak klinkt, is dat het altijd iets materieels is waardoor een persoon herkend kan worden. Dat zit dan in het lichaam en daarom kan van een losse geest niet duidelijk gemaakt worden waarom zo’n geest juist deze geest is. De conclusie is dan dat een losse geest niet kan bestaan. Kortom, de mens is zijn lichaam, niets meer.

Deze redenering wordt verdedigd door de zogeheten fysicalisten, die ontkennen dat de geest los verkrijgbaar is. Onderzoek naar de werking van de hersenen lijkt de visie te ondersteunen dat de mens vooral uit een lichaam bestaat. Treurig? Prozac helpt. Geen zin in seks? Viagra. Stofjes bepalen, zonder dat we het in de gaten hebben, of we verliefd op iemand worden, of we zin in drank hebben, of we waanvoorstellingen zien, of we besluiten onze hand uit te steken. Een kwestie van chemie, niets meer of minder.

„Dat maakt ons tot automaten,” zegt Labooy, bijna boos. „En dat zijn we niet.”

Hij deelt de kritiek van de fysicalisten op het dualisme van Descartes, maar Labooy volgt een ander traject. De filosofische argumenten zijn hem daarbij aangereikt door Duns Scotus, een filosoof uit de dertiende eeuw.

Ook Duns dacht erover na of een losse geest wel déze geest kan zijn. De oplossing die Duns Scotus voor dit probleem bedacht, is dat de dingen voor hun individualiteit niet afhankelijk zijn van de materie. Individualiteit, betoogde Scotus, is er van meet af aan. Het is niet iets bijkomstigs. Omdat alles altijd al wezenlijk individueel is, is een geest dat ook. Niet dat de mens volgens Duns uit losse onderdelen bestaat, zoals geest en lichaam. De mens is volgens hem een compositie van beide. Duns heeft juist veel meer plaats voor de onderlinge verwevenheid van geest en lichaam dan Descartes. Labooy: „Met die twee-heid heeft God ons gemaakt.”

Met deze visie van zeven eeuwen oud betoogt Labooy dat de mens uit meer bestaat dan stofjes en stroompjes en dat we ons door die stofjes en stroompjes niet willoos hoeven laten meevoeren tot gedrag of gevoelens die we eigenlijk niet willen. We hebben altijd een soort vetorecht.

Geldt dat ook voor alcoholisten? Labooy: „Neurobiologische hersenprocessen vormen, bepalen en sturen ons inderdaad. Vijftien jaar drinken verandert het neurobiologische patroon, dat is heel moeilijk omkeerbaar. Het is een soort gevangenis. Maar net als in een echte gevangenis heb je de vrijheid om daar wel of niet in te willen zijn. Iets anders is, of iemand die wil ook direct kan realiseren.”

Verslaafden die willen stoppen met drank en die dat langdurig proberen, veranderen door het consequent volhouden van dat wilsbesluit op den duur ook het neurobiologische patroon in hun hersenen, vertelt Labooy. „Daar is ook onderzoek naar gedaan.”

„Dan nog blijven ze zich aangetrokken voelen door wat ik de vleespotten van Egypte noem, maar ze zijn wel vrij om zich daartegen te verzetten. Zoals alcoholisten ook vrij zijn om te besluiten welk voorbeeld ze aan hun kinderen willen geven. Het voorbeeld van doordrinken zonder rem of van proberen weerstand te bieden aan dat verlangen. Zoals hun kinderen vrij zijn om te besluiten dat patroon over te nemen of anders met drank om te gaan.”

Maar is er niet in modern onderzoek aangetoond dat de vrije wil helemaal niet bestaat? Labooy: „U denkt misschien aan het veel geciteerde onderzoek van Libet? Ik bespreek dat uitvoerig in mijn boek. De conclusie die aan Libet wordt toegeschreven is dat de vrije wil niet zou bestaan. Opvallend is dat Libet zelf die conclusie niet trekt. Ik onderbouw dat met behulp van Duns Scotus.”

Guus Labooy: Waar geest is, is vrijheid. Filosofie van de psychiatrie voorbij Descartes. Uitg. Boom, euro29,50.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden