Ook de dominee krijgt straks een beoordelingsgesprek

Ledenverlies en steeds minder dominees plaatsen de PKN voor een probleem. Oud-minister Veerman presenteert de oplossing: teams van predikanten voor samenwerkende gemeenten.

We noemen het het ’eendprincipe’, een redenering van het karakter: ziet het eruit als een eend, loopt het als een eend, en kwaakt het als een eend, dan is het een eend. Wanneer een geestelijke nu álle eigenschappen heeft van een bisschop – bijvoorbeeld dat hij regionaal leiding geeft aan een groep geestelijken die zelf op kleinere schaal ook leiding geven – zou je zeggen: dat ís een bisschop.

Zoniet in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). De synode van de PKN bespreekt vandaag in Lunteren een rapport over de toekomst van het protestantse predikantschap. Diep in dat rapport duikt de bisschop op. Een speciale onderzoekscommissie onder leiding van oud-minister Cees Veerman stelt voor zo’n soort functie te introduceren in de PKN, als onderdeel van een ’cultuuromslag’ die vereist is, omdat de kerk per week zo’n 1200 leden verliest. Krimpende gemeenten hebben steeds meer moeite om de eindjes aan elkaar te knopen en komen soms op het punt dat er geen geld meer is om een dominee te betalen.

Om dat probleem op te lossen, stelt de onderzoekscommissie van de PKN voor dat gemeenten gaan samenwerken. Niet langer moet iedere gemeente proberen zelfvoorzienend te zijn en een dominee aan te stellen die álle predikantstaken – pastoraat, preken, catechese – op zich neemt. In plaats daarvan zouden samenwerkende gemeenten gebruik moeten gaan maken van de diensten van een team van theologen die ieder gespecialiseerd zijn in een deel van het domineeswerk.

Dat betekent behalve voor de gemeenten ook voor de predikanten nogal een verandering. Eeuwenlang waren zij een soort kleine zelfstandigen met hun eigen ’winkeltje’, nu zullen zij intensief moeten gaan samenwerken met collega’s – zoals bijvoorbeeld gebeurt in grote huisartsenpraktijken.

De commissie-Veerman stelt voor om verschillende typen predikanten te onderscheiden, afhankelijk van opleidingsniveau en werkervaring. Ze lijkt ook daarbij de medische wereld als voorbeeld te nemen: na afronding van de theologiestudie en de toelating tot het domineesambt wordt een predikant voor één jaar aangesteld als ’juniorpredikant’ in een gemeente. Na dat jaar volgt in principe een periode van vier tot zes jaar als ’basispredikant’, waarin het de bedoeling is dat de dominee zich met een postacademische masteropleiding specialiseert tot ’seniorpredikant’.

Ieder team van predikanten bestaat, afhankelijk van de hoeveelheid werk en de specifieke behoeften in de gemeenten die zij bedienen, uit een seniorpredikant en een aantal junior- en basispredikanten. Daar kunnen ook nog theologen met een HBO-opleiding aan toegevoegd worden, maar zij hebben minder kerkelijke bevoegdheden dan de academici.

Ieder team van predikanten wordt aangestuurd door een seniorpredikant, die net als managers in het bedrijfsleven ook functionerings- en beoordelingsgesprekken moet voeren. De seniorpredikanten binnen een bepaald kerkdistrict (classis) vallen weer onder een soort ’supergeestelijke’ – ziedaar de bisschop die geen bisschop mag heten, omdat de protestantse kerkstructuur geen bestuurlijke hiërarchie kent. Het rapport komt tot een wat moeizame formulering: „Werken in een team vraagt om een vorm van leiding die meer inhoudt dan de rol van voorzitter of coördinator, maar niet ten koste gaat van de vrijheid of de collegialiteit binnen het ambt.”

Door gezamenlijk gebruik te maken van een predikantenteam zouden gemeenten kosten kunnen besparen. Mochten zij toch in geldnood komen, dan kunnen zij net als nu een beroep doen op de solidariteitskas van de PKN. Dat geld wordt door alle gemeenten samen bijeengebracht. In de toekomst blijft dat zo, maar als een gemeente een bijdrage wil ontvangen, moet ze aantonen dat ze samenwerkt met anderen.

De commissie-Veerman stelt voor dat de gemeenten hun solidariteitsbijdrage verdubbelen naar tien euro per lid per jaar. Met dát voorstel zullen de synodeleden vandaag vermoedelijk moeite hebben. Zeker na de verloren miljoenen van de mislukte ledenregistratie Numeri staat niemand te springen om de portemonnee te trekken. Maar de solidariteitskas is niet bedoeld voor het landelijke bestuursapparaat, het is geld van gemeenten voor gemeenten. En dat de nood aan de man is, leert een blik in het huishoudboekje van de PKN: aan het eind van 2007 was de solidariteitskas leeg. En het begrote saldo voor eind 2008: 0 euro.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden