Ook de doeners van Staphorst lezen nu gretig

Aantal achterstandsleerlingen van wite plattelandsschool in vijftien jaar tijd gehalveerd

"Luister en huiver", zegt juf Hilly van Dijk tegen een klas vol blonde kuifjes en staartjes. Ze leest voor uit een boek over een kleine ijsbeer. Die raakt verstrikt in een vissersnet en belandt op een schip. "Wat is een matroos eigenlijk?" vraagt de juf. "En weten jullie wat een horizon is?"

Zo'n 40 procent - van de leerlingen van de Doornveldschool in Staphorst bestaat uit achterstandsleerlingen. Dat betekent dat de ouders laag zijn opgeleid en hun kinderen mogelijk een geringe woordenschat meegeven. Maar voor de kleine Margreet heeft 'matroos' geen geheimen: "Die doet alles op een schip." Een klasgenootje weet te vertellen dat de horizon 'in de verte' is.

De Doornveldschool is een witte plattelandsschool, compleet met een weiland voor de deur, langsrijdende trekkers en een enkele oma in klederdracht op het plein. Naast een landelijk dorp is Staphorst van oudsher ook taalarm terrein: de mensen hier zijn doeners, ondernemers, chauffeurs en stratenmakers. Geen studiehoofden, praters of lezers.

Vandaar dat hun kinderen de school met een taalachterstand betreden. Al spreekt schooldirecteur Bart Hoeve liever van een 'vermeende achterstand'. Want hij en zijn team hebben veel laagopgeleide ouders overtuigd van het belang van lezen. De school heeft een gratis 'prentotheek' voor driejarigen, de kleuters krijgen boekentassen mee, groep 3 moet ook thuis 'leeskilometers' maken.

"Taal is het bindmiddel, taal is alles", zegt Hoeve. Taalverrijking is ook dé missie van de Doornveldschool en die pakt goed uit: in groep 8 halen de leerlingen gemiddeld een Citoscore op havoniveau. Van achterstand naar voorsprong, zo vat Hoeve hun ontwikkeling samen.

Zo'n vijftien jaar geleden stond de school er anders voor. Maar liefst 85 procent van de kinderen werd door het ministerie van onderwijs aangemerkt als potentieel zwak. Een kwart sprak thuis alleen dialect, vertelt Hoeve. "Ik herinner me het jongetje Niek. Zijn juf kwam van buiten en verstond dus het dialect niet. 'De juf is dom', vond Niek, 'want ze snápt me niet'."

Het dialect is uit de lokalen verdwenen. Hoeve hoeft op ouderavonden ook niet meer uit te leggen dat het goed is om met je baby, peuter of kleuter te praten. "Vroeger wel. Dan zei ik: 'Benoem wat je doet: nu gaan we je handen wassen'. Praat, praat, praat, geef je kind woorden mee - zo'n aansporing hebben de Staphorsters van nu minder nodig."

Dat is deels te danken aan het consultatiebureau, zegt zorgcoördinator Ineke Vos. Dat benadrukt óók het belang van praten en lezen. Daarnaast stijgt het opleidingsniveau van de ouders, en dat is te merken aan hun kinderen. "Ze komen nu met meer woorden binnen."

Dus Staphorst heeft de taalarmoede overwonnen? De doeners worden gretige lezers? "Ik hoor andere ouders weleens mopperen: al dat lezen, móet dat nou?", zegt moeder Hanneke op het schoolplein.

Maar zij (meao) en haar man (lts) zijn blij dat de school zo hamert op taal. Want die hebben haar kinderen straks in de maatschappij hard nodig.

Zijn de problemen nu echt verholpen?
Veel plattelandskinderen staan officieel niet als achterstandsleerlingen te boek, omdat het opleidingsniveau van ouders in de loop der jaren iets is gestegen. Maar doen die kinderen het nu beter op school? Is het probleem van de witte achterstand verholpen?

Waarschijnlijk niet, zegt Guuske Ledoux van het Kohnstamm Instituut. Zij deed eerder onderzoek naar de leerprestaties van kinderen van laagopgeleide ouders. "Juist autochtone kinderen blijven achter."

Mogelijk is de definitie van 'laagopgeleid' te streng, zegt Ledoux. De overheid trekt de grens bij ouders die maximaal lager beroepsonderwijs hebben gedaan. Kinderen van ouders die daarna een half jaartje mbo deden, gelden dus niet als achterstandsleerling.

Ten onrechte, vindt Herman Godlieb, directeur van twee basisscholen in Nieuwe Pekela, een Groningse gemeente met veel laagopgeleiden. "Ouders voldoen steeds minder aan die norm, maar de problematiek is niet verminderd."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden