Ook de bijdrage van de brave burger heeft wel een grens

amsterdam – De overheid doet graag een beroep op de burger en de burger biedt de overheid met plezier de helpende hand. Maar aan die bijdrage zit wel een grens, waarschuwt de socioloog Imrat Verhoeven. Verhoeven stelde met Marcel Ham, hoofdredacteur van Tijdschrift voor sociale vraagstukken, een bundel samen over burgerschap. Het boek, ’Brave burgers gezocht’, wordt vanavond in Amsterdam gepresenteerd.

Het kabinet-Rutte staat voor miljardenbezuinigingen, en streeft daarnaast naar een kleinere overheid. De grote vraag wordt dus, zegt Verhoeven, of de overheid de taken die zij niet meer voor haar rekening kan nemen, doorschuift naar de markt – zoals in de jaren tachtig – of naar de samenleving. „Het eerste, de markt, leidt tot een verschraling van de verzorgingsstaat”, zegt Verhoeven. „Gaan ze richting burger, dan is het gevaar dat de overheid geen betrokkenheid meer toont, dat er wordt geredeneerd dat mensen er zelf wel uitkomen. Dat is niet zo.”

De overheid moet een steuntje in de rug blijven geven. Anders trekt de burger zich terug. Verhoeven: „Uit onderzoek weten we dat mensen zich wel belangeloos willen inzetten, maar ook dat enige vorm van betrokkenheid en erkenning van de overheid nodig is om de inzet van burgers te blijven garanderen. Anders haken brave burgers af. Een overheid die dit negeert, snijdt zichzelf in de vingers. Daar zijn we bij dit kabinet wel bang voor.”

De auteurs onderscheiden twee vormen van burgerschap: sociaal en politiek. Traditioneel is het sociale burgerschap, waarbij mensen zich inzetten voor anderen, in Nederland sterk ontwikkeld. Het politieke burgerschap, samen te vatten als kritisch volgen van de overheid, ligt hier op een lager niveau dan bijvoorbeeld in Amerika en Frankrijk.

Meedoen is in Nederland populairder dan meepraten, stelt Verhoeven vast.

Overheid en burgers zijn er wel over eens wat goede, dan wel brave burgers zijn. Het zijn mensen die gaan stemmen, die wetten en regels opvolgen, die belasting betalen én die zich inzetten voor anderen die het minder hebben getroffen dan zijzelf.

Met name de latere kabinetten-Balkenende hebben het burgerschap inhoud proberen te geven. Balkenende deed een moreel beroep op mensen hun bijdrage te leveren aan de gemeenschap. Dat paste, zegt Verhoeven, heel goed bij het beeld dat mensen zelf hebben van goed burgerschap. „Als we de diverse bijdragen in de bundel overzien, hebben we het idee dat mensen het doel, dat ze met de overheid mee kunnen doen, onderschrijven, en dat dat zelfs wel in een behoefte voorziet. Met zijn morele beroep op de burger zat Balkenende er dus niet zo heel ver naast.”

Verhoevens collega-wetenschappers Justus Uitermark en Krijn van Beek zijn in de bundel juist heel kritisch over de overheid die de burgers verantwoordelijkheid wil laten nemen. „Participatie wordt nu meer gewenst door de staat dan door de burgers”, schrijven zij. Die overheid heeft daarvoor professionals in dienst, die ’voorschrijven hoe mensen een betaalde baan moeten krijgen, hoe ze zich onbetaald moeten inzetten en hoe ze zeggenschap moeten uitoefenen’.

De wetenschappers adviseren de overheid zich te beperken tot bijvoorbeeld goed onderwijs, omdat dat in het algemeen leidt tot meer mogelijkheden om mee te doen in de samenleving. Burgers kunnen buiten de overheid om dingen organiseren.

Verhoeven is het met dat wat hij noemt vrij extreme standpunt niet eens. In de bundel staan ook voorbeelden van participatie die zowel voor de overheid als voor de deelnemers zelf bevredigend en zelfs succesvol zijn. Soms kunnen die projecten best zonder bemoeienis van ambtenaren. Maar soms ook niet, en dan moet de brave burger in de ogen van Verhoeven kunnen rekenen op enige stimulans en begeleiding vanuit de overheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden