’Ook de belwinkel moeten we screenen’

De ministers Guusje ter Horst en Ernst Hirsch Ballin beseffen dat de Wet Bibob op onderdelen moet worden aangepast. ( FOTO JOÿL VAN HOUDT)Beeld Joel van Houdt

Bij het screenen van ondernemers op eventuele malafide praktijken, stuiten gemeenten vaak op problemen. Gegevens uit het buitenland laten vaak op zich wachten. In afwachting van deze informatie, verstrekken gemeenten soms tijdelijke vergunningen. Minister Hirsch Ballin van justitie is hierop tegen. ’Liever voorlopig geen vergunning dan voorlopig wel een vergunning.’

Ondernemers die geen controleerbare bedrijfsinformatie uit het buitenland kunnen leveren voor een integriteitstoets, krijgen voorlopig geen vergunning. Minister Ernst Hirsch Ballin (CDA, justitie) wil zo’n tussenvorm tussen weigeren en verstrekken juridisch mogelijk maken. „Een Bibob-onderzoek is voor de aanvrager niet vrijblijvend. Hij moet eraan meewerken dat de benodigde gegevens boven water komen.”

Dat zegt hij naar aanleiding van het onderzoek van Trouw en Binnenlands Bestuur over de werking van de Wet Bibob (Bevordering Integriteit Beoordeling door het Openbaar Bestuur). Gemeenten mogen op basis van die wet de integriteit screenen van ondernemers die een vergunning aanvragen of die inschrijven op een opdracht van de overheid. In de praktijk lopen gemeentebesturen echter vaak aan tegen het ontbreken van gegevens uit het buitenland. Het lukt gemeenten en het Landelijk Bureau Bibob vaak niet om snel te checken of een buitenlandse rechtspersoon volledig in de haak is en of een ondernemer in een ander land wellicht een strafblad heeft. Daardoor komen gemeenten, die bij het verstrekken van vergunningen gebonden zijn aan termijnen, in de knoei, zo is een veelgehoorde klacht.

„Dan zouden we dus kunnen zeggen: zolang we die informatie niet hebben, geven we geen vergunning en leggen we de procedure tijdelijk stil. We concluderen dan dat er ’enig gevaar’ is vanwege het ontbreken van transparantie ten aanzien van in Verweggistan gevestigde rechtspersonen”, zegt Hirsch Ballin.

Hij reageert daarmee op de handelwijze van de gemeente Utrecht die onlangs een voorlopige vergunning heeft verstrekt omdat de benodigde informatie nog niet boven water was. Hirsch Ballin: „Een voorlopige vergunning is geen alternatief voor het verbeteren van de termijnen. Liever voorlopig géén vergunning dan voorlopig wél een vergunning”.

Collega-minister Guusje ter Horst (PvdA, binnenlandse zaken) kondigde eind vorig jaar al aan dat de Bibob-toets ook toepasbaar wordt op bedrijven die niet vergunningplichtig zijn, zoals belwinkels en avondkappers. „Zo’n belwinkel die ogenschijnlijk geen klanten heeft en toch een hoge omzet, moeten we kunnen screenen”, vindt Ter Horst. Bij een negatieve uitkomst moet zo’n bedrijfje gesloten kunnen worden, net zoals woningen nu al kunnen worden dichtgespijkerd waar drugshandel plaatsheeft of waar overlast wordt veroorzaakt.

Volgens beide voor Bibob verantwoordelijke ministers is het ’van belang dat alle gemeenten deze wet actief toepassen. Anders bestaat de kans dat de criminaliteit zich verplaatst naar kleinere gemeenten’. Uit het onderzoek van Trouw en Binnenlands Bestuur blijkt dat twee derde van de gemeenten, vooral de kleinere, de Wet Bibob amper toepast. „Misschien is dat omdat er in de grote steden meer criminaliteit is, misschien omdat er meer deskundigheid en ambtelijke capaciteit is. Of misschien zijn beide veronderstellingen waar”, zegt Ter Horst.

Maar de kleinere gemeenten moeten de wet wel actiever gaan toepassen, beseffen zij en Hirsch Ballin. Aan het einde van deze kabinetsperiode moet er jaarlijks vijfhonderd maal advies worden gevraagd aan het Landelijk Bureau, zo is het streven. In 2008 gebeurde dat 267 maal (plus 34 aanvullende adviezen). Bij inwerkingtreding van de wet ging het kabinet nog uit van zo’n duizend adviesaanvragen per jaar.

Het Landelijk Bureau moet dan wel sneller over de brug komen, erkennen de bewindslieden, al is er volgens hen inmiddels wel wat verbeterd. In de eerste helft van dit jaar werd 55 procent van de adviezen op tijd geleverd – 45 procent dus nog steeds niet, tot aanhoudende ergernis van veel gemeenten. Onder meer door de bestanden van achttien verschillende instanties waar mogelijk digitaal te koppelen, moet het allemaal vlotter kunnen, hopen Ter Horst en Hirsch Ballin.

Het verplicht stellen van de Bibob-screening vinden de ministers geen goed idee. „Het goede van dit instrument is juist dat het het bewustzijn vergroot onder gemeenten dat criminelen ook binnen hún grenzen actief kunnen zijn”, stelt Ter Horst. Hirsch Ballin: „Verplicht stellen gaat ten koste van die alertheid”.

De tien RIEC’s (regionale informatie- en expertisecentra) die volgend jaar allemaal operationeel moeten zijn, kunnen de gemeenten helpen hun expertise te vergroten. Ook kunnen ze ondersteunen bij het aanvragen van een Bibob-advies aan het Landelijk Bureau. De RIEC’s kunnen ook werken met gesloten bronnen als justitieregisters, is het plan. „Maar ze gaan zelf géén Bibob-adviezen geven. Ze nemen niet de taak over van het Landelijk Bureau”, verzekert Hirsch Ballin.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden