opinie

Ook de autonome mens is niet alleen

Er is kritiek op het moeten volgen van een behandelverbod. Beeld ANP XTRA

In veel medische discussies staat autonomie centraal. Maar wat bedoelen we hier nu eigenlijk mee, vragen Suzanne Metselaar en Yvo Smulders, beiden verbonden aan het VU Medisch Centrum, zich af.

Politici, artsen en ethici buitelen over elkaar heen bij discussies over het levenseinde. Telkens staat daarbij één begrip centraal: autonomie. Wie aan autonomie tornt, schendt fundamentele mensenrechten, betogen velen. 

Onvoorwaardelijk respect voor autonomie wordt gebruikt voor legitimering van dingen die voor veel mensen intuïtief ingewikkeld aanvoelen, zoals euthanasie bij vergevorderde dementie of beëindiging van een gezond maar 'voltooid' leven. Er is ook kritiek, vooral omtrent het oprekken van criteria voor euthanasie of hulp bij zelfdoding, of het moeten volgen van een behandelverbod, zoals een reanimeer-mij-niet-penning. 

'Autonomie is te ver doorgeschoten', klinkt het. Dat líjkt tegenstrijdig: een fundamenteel mensenrecht dat te ver doorschiet. Maar die is slechts schijn, want de kern van het probleem is niet dat autonomie té belangrijk is geworden, maar dat een verkeerde definitie ervan wordt gehanteerd.

In de ethiek worden twee benaderingen van autonomie onderscheiden: individualistische en relationele autonomie. Individualistische autonomie voert de boventoon in het huidige debat en steunt op een concept van negatieve vrijheid: vrij zijn betekent dat je zelfstandig beslissingen neemt over zaken die je eigen leven betreffen en dat niets je daarbij in de weg wordt gelegd. Dat impliceert dan ook dat mensen zo min mogelijk beperkt of tegengewerkt mogen worden in het maken en tot uitvoer (laten) brengen van keuzes, zeker als die gaan over hun dood. Daar vraagtekens bij zetten wordt gezien als schending van een fundamentele vrijheid.

Afstemming

Het begrip relationele autonomie is eind jaren tachtig van de vorige eeuw opgekomen. Hierin staat geen individualistisch, maar een sociaal en relationeel mensbeeld centraal. Wie wij zijn, wordt bepaald door onze relaties met anderen. Autonomie en afhankelijkheid staan zo beschouwd helemaal niet op gespannen voet. 

Relationele autonomie betekent: regie voeren over je leven, gebonden aan de grenzen van je sociale, lichamelijke en geestelijke staat van zijn. Daarvoor is interactie en afstemming met anderen, je familie, vrienden, maar bijvoorbeeld ook de arts die je ontmoet tijdens je ziekte onontbeerlijk. Uit een relationeel autonomiebegrip volgt een concept van positieve vrijheid: de mogelijkheden hebben om je leven vorm en betekenis te geven, actief ondersteund door anderen. Zelfontwikkeling, iemands fundamentele waarden en authenticiteit (handelen naar wat past bij de persoon) staan hierbij centraal. Dat is anders dan het formuleren van ge- en verboden rondom het levenseinde, zoals de eis te sterven op een volledig zelfbepaald tijdstip.

De implicaties van deze verschillende autonomieopvattingen zijn belangrijk, niet in het minst voor de formerende politici in Den Haag. Individualistische autonomie leidt tot eisen en verboden. Hulp bij zelfdoding wordt bijvoorbeeld een opeisbaar recht, wat weer wetten en regels uitlokt. Als autonomie echter niet als individualistisch, maar meer als relationeel begrip wordt gezien, dan staan bij levenseindebegeleiding geen ge- of verboden centraal, maar is het gesprek over de stervenswens en de betrokkenheid van dierbaren het belangrijkst.

Wensen, geen eisen

Bij gesprekken over hoe men later wil sterven wordt niet gevraagd wat mensen 'met alle geweld' wel of niet willen. De vraag zou eerder zijn: wat zijn je diepste overtuigingen waarmee we als omgeving (familie, artsen, et cetera) rekening moeten houden, en hoe wil je dat we dat doen? Deze alternatieve benadering werkt veel motiverender: iemand kan wensen aangeven in plaats van eisen, kan naasten motiveren in plaats van gebieden. Dit past allemaal veel beter bij wat wij zijn: relationele mensen, niet alleen.

Suzanne Metselaar is medisch-ethicus en filosoof, Yvo Smulders is hoogleraar interne geneeskunde. Beiden zijn verbonden aan het VU Medisch Centrum.

Lees ook:

Controle maakt het lijden draaglijk

Welk einde is gepast voor mijn demente moeder?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden