Ook de antropoloog kan het niet alleen

Er bleek maar weinig te kloppen van het onderzoek van antropoloog Mart Bax. Wie houdt eigenlijk in de gaten of de antropoloog tijdens zijn eenzame veldwerk niet de mooiste dingen bij elkaar verzint? tekst

Ach, de antropoloog. Hij verdween in een diep oerwoud, om zich te vermengen met een uitheems volk. Maandenlang hoorde je niets van hem of haar. Dan kwam het bericht dat hij weer in het land was gesignaleerd met een grote koffer vol schriften. Dan duurde het weer even voor je van hem hoorde, want hij moest die aantekeningen naast de grote antropologische theorieën leggen, en afronden in de vorm van een proefschrift of wetenschappelijk artikel. Vaak bleef het daarbij, want de antropoloog blaast zijn werk niet van de hoge toren en zijn theorieën lenen zich niet snel voor een sappige krantenkop.

Het is een cliché en er waren ook antropologen die het anders aanpakten. Die zag je steeds vaker, die gingen hun werkwijze toepassen op werelden die ogenschijnlijk veel dichterbij zijn maar ook eigenlijk een samenleving op zich zijn. Zoals de sportwereld, de financiële sector, of - heel modern - het internet. En dan waren er antropologen die een verhaal vertelden dat een spectaculair ander licht gaf op de actualiteit. Zoals Mart Bax, de voormalige VU-hoogleraar die deze week definitief werd ontmaskerd (zie kader).

De zaak-Bax roept de vraag op: wie controleert de antropoloog? Hoe weten we dat hij datgene heeft meegemaakt wat hij opschrijft? "Die positie tijdens veldwerk, vaak lange tijd alleen, maakt ons inderdaad kwetsbaar", zegt Toon van Meijl. Hij is hoogleraar antropologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen en bracht verspreid over ruim drie decennia drie jaar door bij de Maori's, vooral in Nieuw-Zeeland. In die decennia zag hij de wereld ook voor antropologen snel veranderen. "Zo'n zaak als met Bax twintig jaar geleden, dat ligt anders. Neem internet en alle moderne communicatie. Inmiddels is zo ongeveer iedere vierkante kilometer op aarde in kaart gebracht. Het lijkt mij ondenkbaar dat mijn studenten feitelijkheden kunnen verdraaien op een schaal waarop Bax het deed."

Dat bevestigt zijn collega Thijl Sunier, hoogleraar antropologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en Turkije-expert. "Dat beeld van de antropoloog in isolement, dat klopt niet meer. Veel mensen kijken over je schouder mee." Ook binnen het vakgebied is er veel veranderd. "We gaan altijd uitgebreid met elkaar in debat, in de vorm van een seminar. De tijd dat je alles in je eentje deed, is voorbij."

Het grote verhaal, de feiten van een oorlog, een land of een volk, het zou nu direct opvallen als de antropoloog ze verkeerd zou weergeven. Maar die intieme gesprekken met exotische volkeren dan? Bekend is het debat over het werk van Margaret Mead (zie kader). Van Meijl: "Dat gaat om de interpretatie van bronnen. Mead werd er bovendien van beschuldigd de verkeerde mensen gesproken te hebben. Maar dat speelt tachtig jaar terug, antropologen waken er nu voor hun verslag te presenteren als absolute waarheid. Je speelt als onderzoeker zelf ook een rol. En je moet openstaan voor debat met collega's die andere waarnemingen hebben."

Van Meijl hoorde al 'zo'n vijftien jaar geleden' voor het eerst vakgenoten twijfels uitspreken over het werk van Bax. "Ik doe zelf ander onderzoek, maar anderen - die in Bosnië of in kloosters kwamen - herkenden het beeld dat hij schetste totaal niet." Met zijn werk maakte Bax naam, ook internationaal, op congressen werd over hem gesproken. Maar toch, een antropoloog die dingen verzint, voor Van Meijl is het ongekend. Hij moet vijftig jaar teruggaan voor een geval met dergelijke vermoedens, dat van de Peruaan-Amerikaan Castaneda (zie kader). Zelfs als het gaat om contacten met individuen tijdens het veldwerk, is er volgens de Nijmeegs hoogleraar veel veranderd. Ook door de subsidievoorwaarden waaraan tegenwoordig ieder veldonderzoek moet voldoen. "Je moet een plan voorleggen waarin je aangeeft wat je gaat doen en wie je wilt spreken. En je moet iedere maand verantwoording afleggen."

In zijn vakgebied gaat het al langer over de vraag van de thickness of description, zegt Van Meijl. Vrij vertaald: het beeld dat de antropoloog geeft, op hoeveel waarnemeningen is dat gebaseerd? Wat zijn zijn bronnen, en hoe is de kwaliteit van die bronnen? "Daar komt het antwoord op de vraag wie de antropoloog controleert: dat doen andere antropologen", zegt Van Meijl. "Je probeert een artikel voor publicatie altijd te laten lezen door een groep mensen. Daarbij zit iemand die bekend is met het thema, maar ook iemand die de regio goed kent."

Van Meijl denkt wel dat antropologen hun ruwe data - gespreksverslagen, contactgegevens van hun bronnen - ter beschikking moeten stellen aan collega's. "Zo kun je extra controleren of iets klopt." Alle gesprekken op band opnemen, dat biedt volgens hem geen soelaas. "Iedereen weet dat de mensen je de interessantse dingen vertellen in informele gesprekken. Als je gaat opnemen, verandert de sfeer direct." Evenmin zou hij antropologen standaard in koppels in plaats van alleen op pad sturen. "Je moet op zijn minst een flinke tijd alleen zijn. Alleen dan krijg je het beste contact met de mensen die je onderzoekt, moet je ook de taal sneller leren."

"Een antropoloog heeft te maken met twee belangen, die tegenstrijdig kunnen zijn", zegt VU-antropoloog Thijl Sunier. "Je spreekt vertrouwelijk met de mensen die je onderzoekt, en als het nodig is bescherm je hen door niet hun eigenlijke namen te noemen in je verslag. Tegelijkertijd heb je de plicht om je tegenover je collega's te verantwoorden." Het evenwicht tussen beide belangen, daar moet de beroepsvereniging opnieuw over spreken, zegt Sunier - hij is voorzitter van de Antropologen Beroepsvereniging.

Moet de antropologie waken voor snelle jongens zoals psycholoog Diederik Stapel, die zo graag 'leuke' onderzoekjes presenteren dat ze het veldwerk bij elkaar fanataseren? Van Meijl moet het zelf hebben van de langlopende contacten - een Maori die hij al 32 jaar kent logeerde onlangs bij hem thuis. "Ik was laatst op een conferentie waar wetenschappers zich afvroegen of je het kunt voorkomen als iemand kwaad wil. Iedereen zei 'nee, dat kan nooit helemaal'. Maar ik denk dat mensen niet kiezen voor antropologie om snel te kunnen scoren."

Veldwerk controleren? Klik op deze link
Sommige jongere antropologen weten wel een manier om duidelijk te maken op welk veldwerk hun conclusies stoelen. Dinsdag promoveert Janneke Verheijen aan de Universiteit van Amsterdam. Zij sprak arme vrouwen in Malawi en stelde onder meer de vraag waarom ze het risico nemen met HIV besmet te raken. Anders dan hulporganisaties denken, blijkt dit geen geldkwestie en dus valt niet te verwachten dat verbetering van de economische positie van deze vrouwen ook het HIV-probleem uit de wereld helpt, stelt Verheijen. Wie wil controleren op welke gesprekken ze dat baseert, kan in de gratis digitale versie klikken op linkjes die direct leiden naar de aantekeningen van Verheijen of de interviewfragmenten.

Castaneda en de wijze indiaan
De Amerikaanse antropoloog Carlos Castaneda, geboren in Peru, paste het onderzoeksbegrip 'participerend onderzoek' vijftig jaar geleden wel op een heel eigen manier toe. Al vroeg in zijn loopbaan claimde hij in contact te zijn gekomen met een heel bijzondere indiaan van de Yaquistam in Arizona, door hem Don Juan Matus genoemd. Deze wijze tovenaar zou hem hebben getoond hoe hij de wereld moest zien op een niet-Westerse wijze. Zo leerde de antropoloog van de indiaan onder meer om te vliegen. Hoewel de bestseller van Castaneda, uit 1968, 'The Teachings of Don Juan', al snel de kritiek kreeg dat het eerder fictie was dan een onderzoeksverslag, ging de antropoloog onverdroten door met de publicatie van boeken over de wijze Indiaan. Die kritiek schreef hij mede toe aan dat Westerse denken. Ook volgende boeken van Castaneda werden een succes bij het grote publiek.

Mead versus Freeman
Een van de beroemdste antropologische debatten gaat over het beroemde boek 'Coming of Age in Samoa' van de al even befaamde Amerikaanse antropologe Margaret Mead. In dit werk, gepubliceerd in 1928, doet Mead verslag van haar veldwerk op het eiland in de Grote Oceaan. Ze beschrijft onder meer hoe de kindertijd niet wordt gezien als een aparte levensfase, implicerend dat 'jeugd' een cultureel concept is en geen universele betekenis heeft. Hetzelfde geldt voor de adolescentie. Seks tussen tieners was volgens Mead vrij normaal op Samoa. Het werk van Mead en zeker die laatste bevinding werd in de jaren tachtig van de vorige eeuw, na de dood van Mead, heftig in twijfel getrokken door haar Nieuw-Zeelandse vakgenoot Derek Freeman. Hij was teruggegaan naar Samoa en sprak met een inmiddels hoogbejaarde vrouw die volgens Freeman destijds de sleutelinformant van Mead was geweest. Ze bezwoor hem dat ze zestig jaar daarvoor vooral een lolletje had willen maken. Freeman kwam op basis van eigen gesprekken juist tot de conclusie dat ook Samoa een aardig strenge seksuele moraal voor tieners kende.

Later kreeg Freeman weer kritiek van vakgenoten, die erop wezen dat hij vooral gesprekken had gevoerd met jongens uit de hogere klasse. Bovendien was de bejaarde vrouw die hij had gesproken, allerminst de belangrijkste gesprekspartner geweest van Margaret Mead.

Het Bureau en Mart Bax
In de beroemde boeken van J.J. Voskuil komt het als een suf 'Bureau' naar voren, maar het was juist het Meertensinstituut voor volkskunde dat de zaak tegen de voormalig hoogleraar antropologie Mart Bax aan het rollen bracht. 'Het Bureau' ging alle kloosters in Brabant af om te vragen of men daar de zaak herkende die Bax had beschreven in zijn casus van het 'klooster van Neerdonk'. Dit zou een Brabants klooster zijn dat in de negentiende eeuw een forse strijd met het bisdom zou hebben uitgevochten. Geen van de kloosters kon dit beeld bevestigen. Bij wetenschapsjournalist Frank van Kolfschooten riep dat vorig jaar twijfels op, ook over het onderzoek van Bax in huidig Bosnië waar de antropoloog op een 'kleine oorlog' was gestuit die 140 mensen het leven zou hebben gekost. Of dit was gebeurd, daaraan werd al getwijfeld door andere wetenschappers en door journalisten. De Volkskrant stuurde vorig jaar een correspondent naar de regio die al evenmin bewijs vond voor Bax' redeneringen. De voormalige werkgever van de antropoloog, de Vrije Universiteit, zette een onderzoekscommissie aan het werk die beide vormen van veldwerk afgelopen maandag fors bekritiseerde. Voor 'Neerdonk' is geen enkel bewijs en voor het dodental in Bosnië evenmin. Als bijvangst ontdekte de commissie dat Bax veel artikelen maar ook zaken als onderscheidingen en beurzen ten onrechte op zijn curriculum vitae had gezet.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden