Ook de agent moet vechten in Kunduz

null Beeld

Nederland gaat in het Afghaanse Kunduz agenten trainen. De eis: wie opgeleid wordt, mag niet vechten tegen de taliban. Of dat realistisch is, wordt ter plekke betwijfeld.

Plaatsvervangend politiecommandant Abdurrahman Aktash van Kunduz ondersteunt af en toe zijn rechterarm die in het verband zit. "Mijn arm is nog wel wat pijnlijk", zegt hij met een grimas. "Het had niet veel gescheeld of ik had hier niet gezeten."

Aktash had afgelopen maand alle geluk van de wereld. Op 10 maart zou hij met zijn baas Abdul Rahman Sayedkhili en een collega-officier uit een naburige provincie nog even een avondpatrouille doen bij de bazaar in de Noord-Afghaanse stad, toen een zelfmoordenaar zichzelf op vijf meter afstand van hen opblies.

Normaal gesproken patrouilleerden ze altijd met de auto, zegt Aktash, maar deze avond besloot Sayedkhili dat ze maar eens te voet moesten gaan. "We hadden het er even over of dat niet onvoorzichtig zou zijn, maar hij zei: 'Ach, het is al acht uur, dan zijn er geen kerels met bomvesten meer'." Ze waren nog maar 150 meter van het zwaar versterkte politiehoofdkwartier toen de bom afging, die ook twee agenten en twee burgers doodde.

Sayedkhili en de andere collega verloren het leven, maar Aktash raakte wonderwel alleen licht gewond. Hij lag een week in het ziekenhuis, maar is inmiddels weer aan het werk. "Ook mijn rechterbeen had een wond, maar verder gaat het wel weer", zegt Aktash.

De controversiële politiechef Sayedkhili was afgelopen najaar door de Afghaanse president Karzai naar Kunduz gestuurd om orde op zaken te stellen in de sinds 2009 door steeds meer talibangeweld geteisterde provincie, waar Nederland dit jaar rekruten van de Afghaanse Geüniformeerde Politie (AUP) gaat trainen.

De voormalige moedjahidienstrijder wijdde zich met overgave aan die taak. Samen met Amerikaanse en Duitse elitetroepen organiseerde de politiechef maandenlang harde en vaak nachtelijke schoonveegoperaties in een handvol districten waar taliban het voor het zeggen hadden. Waarmee hij zichzelf tevens hoog op de dodenlijst van de taliban plaatste.

In het etnisch zeer verdeelde Kunduz waar Tadzjieken en Pashtoenen - de traditionele achterban van de taliban - de grootste minderheden vormen, maakte de Tadzjiek Sayedkhili zich met zijn vechtersmentaliteit verre van populair onder de Pashtoenen. Tijdens de operaties zouden de mensenrechten regelmatig met voeten zijn getreden, reden waarom veel Pashtoenen zich onevenredig hard behandeld voelden door de politiechef en mogelijk zelfs in de armen van de taliban werden gedreven.

De operaties hadden wel als resultaat dat een groot aantal, mogelijk honderden, talibanstrijders en -commandanten is gedood en dat vele anderen vermoedelijk zijn uitgeweken naar naburige provincies of buurland Pakistan om zich te hergroeperen.

Eind januari stelde Sayedkhili, die de week daarvoor de parlementaire hoorzitting over de politiemissie in Den Haag miste omdat hij volgens de Afghaanse minister van binnenlandse zaken 'te druk was', dat alle districten in Kunduz die onder controle stonden van de taliban waren schoongeveegd. Zo'n 1200 man lokale politie - de impopulaire Arbaki, een vrijwel ongetrainde en onbezoldigde dorpsmilitie van gewapende burgers - zouden ervoor moeten zorgen dat ze niet terug kwamen.

Het optimisme van de politiechef lijkt niet alleen te worden gelogenstraft door zijn eigen dood, maar ook door die van twee andere prominente leiders die in Kunduz door de taliban zijn vermoord; de provinciale gouverneur Muhammad Omar in oktober en de gouverneur van het vorig jaar zeer roerige district Char Dara in februari. En door die van ruim honderd anderen die sinds eind december het leven verloren bij zelfmoordaanslagen van taliban op twee rekruteringscentra van het leger in Kunduz, en op een overheidskantoor in het noordelijke district Imam Sahib.

Daar staat tegenover dat inmiddels ook enkele talibanleiders hebben besloten de wapens neer te leggen en het nog wankele vredes- en verzoeningsproces van de Afghaanse regering te steunen.

Een van hen is Mullah Salahuddin, een beruchte talibancommandant uit Imam Sahib, die met tien strijders twee weken geleden tijdens een persconferentie in Kunduz Stad demonstratief zijn kalasjnikov overhandigde aan de nieuwe politiechef Samiulluah Qatra. Die hing hem als beloning een traditionele mantel om zijn schouders en beloofde hen weer op te zullen nemen in de gemeenschap.

"Ik heb twee jaar bij de taliban gezeten, maar wat ik zag beviel me steeds minder", vertelt de 50-jarige Salahuddin, ooit commandant van de grenspolitie, die er een imposante gestalte, een grijze baard en dito tulband op na houdt. "Ze persten iedereen geld af, vermoordden mensen en dwongen mij en anderen om mee te doen aan de heilige oorlog tegen buitenlandse troepen. Er zat weinig anders op, ze waren met te veel."

"Velen van hen waren zelf buitenlanders, uit Pakistaans Waziristan maar ook Tsjetsjenen", zegt Salahuddin, die door de vele geallieerde militaire operaties in zijn district steeds verder in het nauw werd gedreven. "Ik kwam tot het inzicht dat de taliban fout bezig waren en besloot me over te geven, net als sommige anderen. Nu wil ik bijdragen aan de veiligheid in mijn district en ik roep andere taliban op dat ook te doen."

Op de vraag of hij niet bang is voor wraakacties van zijn voormalige strijdmakkers, schieten zijn ogen vuur. "Zeker niet, ik zal tegen ze vechten als ze komen. Geef me vijf strijders en ik kan wel honderd taliban aan."

Ondanks dergelijke successen erkent Aktash dat de taliban waarschijnlijk niet definitief zijn verdreven uit de gebieden waar ze zaten, en dat zij nu van tactiek veranderen. "De gewapende strijders zijn weg, maar de taliban sturen nu mensen zonder wapens naar de districten. Zij moeten daar infiltreren om aanslagen voor te bereiden door zelfmoordterroristen en met bermbommen."

Volgens de plaatsvervangend politiechef zijn er de afgelopen drie maanden zo'n zeshonderd explosieven gevonden, waarvan er twintig ook zijn ontploft. Ook werden twee weken geleden een 15-jarige jongen, een bommenmaker en een handlanger opgepakt die bekenden een zelfmoordaanslag op buitenlandse militairen te hebben willen plegen. En er zijn inlichtingen dat er meer terreurcellen in Kunduz actief zijn.

Om de heroverde gebieden ook in handen te kunnen houden is de behoefte aan politiemannen in Kunduz heel groot, zegt Aktash. Hij is daarom heel blij met de komst van de Nederlandse trainers, die vanaf deze zomer politiemensen in het veld gaan begeleiden en begin volgend jaar een zesweekse basisopleiding gaan geven in een nieuw te bouwen trainingscentrum op de Duitse basis in Kunduz.

"De ervaring leert dat de politie in Kunduz vaker in gevecht raakt met de taliban dan het Afghaanse leger", zegt Aktash. "Dat komt omdat wij in de eerste lijn zitten, wij hebben bijvoorbeeld veel van hun controleposten overgenomen."

Een van die politieposten ligt langs de hoofdweg naar het zuidelijker gelegen Baghlan, een transportroute die vorig jaar nog grotendeels in handen was van de taliban. Over de controle van de weg is toen fel gevochten tussen taliban en de gezamenlijk opererende Afghaanse en buitenlandse troepen. Op een aantal plaatsen getuigen stukken nieuw asfalt van de zware bermbommen die hier door taliban werden geplaatst.

Bij de controlepost staan politieagenten van de AUP auto's en vrachtwagens te controleren op wapens en drugssmokkel. Zij worden geassisteerd door medewerkers van de anti-narcoticadienst en ANCOP, een beter getrainde politie-eenheid die wordt ingezet als de gewone politie het niet kan bolwerken.

Op een strategisch gelegen heuvel naast de weg ligt hun basis, een klein gebouwtje omgeven door een dikke muur van grindbakken tegen raketbeschietingen. Op het dak staat een mitrailleursnest met een subliem uitzicht over de vruchtbare vallei en de bergen langs de Kunduzrivier. Een paar agenten lummelen wat rond, want de laatste tijd is het hier een stuk rustiger dan voorheen.

"Vanuit dat dorp daar zijn we een paar maanden geleden regelmatig beschoten", wijst de commandant van de post Jamal Udin (38), naar een nederzetting van lemen huizen aan de andere kant van de rivier. De lege patroonhulzen in het grind rond zijn voeten bewijzen dat er ook is teruggevuurd. "Ons werk verschilt van dat van de gewone politie", zegt de ANCOP-commandant. "Zij hebben civiele taken en moeten criminaliteit aanpakken, en wij worden ingezet als er tegen de taliban gevochten moeten worden in onveilige gebieden. Twee maanden geleden stonden hier alleen gewone agenten, maar toen er een aanval kwam, zijn wij hier naartoe gestuurd."

Udin heeft vorig jaar meegevochten bij veel anti-talibanoperaties in heel Kunduz. Hij heeft inlichtingen dat een grote groep verjaagde taliban zich in het oosten van de provincie Baghlan aan het voorbereiden is op het jaarlijkse lente-offensief. "Ik heb gehoord dat er in het district Naghrin zo'n 550 talibanstrijders zitten, en ik ben bang dat die terug zullen komen om ons aan te vallen."

Mocht dat gebeuren dan mogen daar volgens de Nederlandse regering geen door Nederland opgeleide Afghaanse politiemensen bij worden ingezet, althans niet bij offensieve militaire acties. De Afghaanse regering heeft die toezegging ook gegeven, maar in de praktijk zal moeten blijken hoe hard die garantie is.

Als de situatie erom vraagt zullen ook politieagenten tegen de taliban moeten vechten, zegt plaatsvervangend commandant Aktash in Kunduz. "Dat is de realiteit van vandaag. Het is niet hun taak om te vechten, en ik vind het ook terecht dat Nederland hier de nadruk op legt, maar soms moeten we wel. Toch hoop en denk ik dat er minder gevochten zal worden omdat de taliban nu minder sterk zijn."

In de buurprovincie Takhar denkt zijn collega-politiechef Charjahan Noori ook dat aan vechten niet te ontkomen is. "Het is geen politietaak om militaire operaties uit te voeren, want dat is aan het Afghaanse Nationale Leger ANA. Maar op dit moment is het wel nodig, vooral om infiltraties door de taliban snel aan te pakken", aldus Noori. "Het ANA is nog niet sterk genoeg en te weinig getraind om overal te worden ingezet. Pas als dat zo is kunnen we weer aan ons eigen werk gaan, zoals de wet handhaven en criminelen opsporen."

Aktash patrouilleert, voorzichtiger geworden, toch maar weer met de auto. "Ik ben nu dertig jaar politieman, maar de laatste tijd heb ik inderdaad wel eens gedacht aan opstappen. Ook mijn zonen dringen daar wel eens op aan", bekent hij. "Toch blijf ik. We zullen als politieapparaat nog omzichtiger moeten opereren, maar het blijft onze taak om boeven te vangen en dat wil ik doen. En op den duur zal ik ook wel weer te voet patrouilles gaan doen."

Ook Geüniformeerde Politie vecht tegen taliban

De Afghaanse Nationale Politie (ANP) is primair verantwoordelijk voor de wetshandhaving en het bestrijden van criminaliteit. Ze valt onder het ministerie van binnenlandse zaken en de belangrijkste eenheden zijn de Grenspolitie (ABP), de Criminele Opsporingsdienst (CID) en de Geüniformeerde Politie (AUP).

De AUP heeft in theorie vooral civiele taken, maar was de afgelopen jaren ook voortdurend betrokken bij gevechten tegen extremistische terreurgroepen als de taliban. Daarbij sneuvelen gemiddeld per maand honderd politiemensen.

De Afghaanse regering werkt samen met de internationale gemeenschap aan een groter en professioneler korps, maar door analfabetisme en te korte trainingen gaat dat moeizaam. De huidige sterkte is zo'n 112.000.

Nederlandse trainers gaan vanaf de zomer Afghaanse agenten in de provincie Kunduz opleiden. De langere training van de elite-eenheid ANCOP blijft vooralsnog alleen in handen van de Navo, vooral de Amerikanen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden