Ook bij tegenslag was het feest

Het geluk kwam haar niet aanwaaien. Keer op keer bleken haar dromen bedrog. Maar ze vond haar weg, alleen met haar zoon.

Ze had 70 willen worden, maar toen ze besefte dat ze dat niet zou halen was ze toch niet ontevreden. „Ik heb het goed gedaan”, zei ze.

Het was een woelig leven geweest, met tegenslag en soms keuzes die helemaal verkeerd uitpakten. Toch had ze haar leven altijd weer een goede draai kunnen geven.

Als lerares aan een kappersopleiding had Margriet Jansen ook anderen geholpen hun draai te vinden. Ze kon het niet hebben als haar leerlingen het thuis slecht hadden. Eerst waren het Nederlandse meiden uit Rotterdamse volksbuurten, later meisjes met buitenlandse ouders die buiten de les haar hulp zochten. Ze waren ook bij Margriet thuis welkom om te schuilen of tot rust te komen. Soms mislukte het om een meisje te behoeden voor een gedwongen huwelijk. Dan kreeg Margriet later toch een bedankkaartje uit Turkije.

Ze kon putten uit een rijke ervaring met ontheemd zijn, mislukte relaties en vervliegende dromen. Maar ze was er nooit bitter om geweest. Voor haar was er altijd wel een aanleiding voor een feest. Dan ging ze de hele nacht door.

Ze was een echte Rotterdamse geworden. Haar hart lag op de tong: ze doorspekte haar woorden met gescheld. Zo sprak ze nu eenmaal, iedereen wist het en nam er geen aanstoot meer aan. Maar soms, als het bier haar overweldigde, dan klonken haar woorden in Rotterdamse oren ineens wat bekakt. In de roes kwam de spraak van haar vroege jeugd bovendrijven en dan wist haar zoon Jeroen dat Margriet nodig naar bed moest.

Haar moeder Jeane Roelofs was van haar bevallen in Amsterdam, in de woning van een familielid aan de Jan van Galenstraat. Daar logeerden haar ouders als vader Gerard Jansen op verlof was van de pakketvaart op Nederlands-Indië. De rest van het jaar woonden ze op Java, in Buitenzorg (Bogor), waar de Nederlanders in koloniale tijden verkoeling zochten. Terwijl vader op en neer voer, woonde Margriet met haar moeder (en later nog een broertje) in een villa met drie baboes.

Toen Margriet tien was, werd het gezin, met alle andere Nederlanders, Indonesië uitgezet. Vooral voor haar moeder was dat een schok: haar familie had vele tientallen jaren in Indië gewoond. Ineens moest ze voor altijd naar het land van wind, regen en kou, waar de mensen hoogstens eens per week in bad gingen en zo ongastvrij waren dat je alleen te eten kreeg als dat was afgesproken.

Het gezin kreeg een flat in de Rotterdamse Zuidwijk, die in allerijl uit de grond werd getrokken om de schreeuwende woningnood te stillen. Er kwamen meer Indische mensen te wonen en er was zelfs een toko.

Margriet werd een gewoon Rotterdams meisje. Ze kon goed leren en haalde met gemak het mulo-diploma. Toen wilde ze beginnen aan haar droombestaan, een leven als danseres. Met moeite had ze haar strenge vader kunnen overhalen dat ze naar een balletopleiding mocht; de huppelacademie noemde hij dat. Met haar lenige lichaam werd ze toegelaten, maar al gauw bleek dat haar gewrichten te soepel waren, dat haar botten snel uit de kom zouden vliegen. Haar droom was voorbij en wat er resteerde leek haar niet te interesseren. Op een dartbord gooide ze pijltjes naar mogelijke beroepen. Het werd kapster.

Na een particuliere opleiding kon ze met haar keurige uitspraak en manieren aan de slag in zaken waar dure dames kwamen. Ze vond het toch wel mooi werk en ze heeft er nooit spijt van gehad dat ze het pijltje gevolgd had.

Haar lenige lichaam heeft ze gehouden. Als ze op een feestje werd uitgedaagd om nog eens een spagaat te doen, dan zat ze ook op rijpere leeftijd in een oogwenk in die gestrekte spreidstand.

Ze werd verliefd op Dick, een schoolvriend van de mulo. Ze raakte zwanger en ze trouwden. Maar na twee maanden trof ze hem in bed met een man. Het prille huwelijk was kapot. In september 1969 werd ze, 22 jaar oud, de alleenstaande moeder van Jeroen.

Ze trok weer in bij haar ouders, nu in de wijk Lombardijen. Moederen, werken en feesten, dat was haar leven. Ze zat veel in het café, en Jeroen mocht mee vanaf dat hij vier was. Het jongetje vond het geweldig, al die colaatjes die hij aangeboden kreeg en al de muntjes voor de flipperkast. Margriet kocht voor hem een oude flipperkast voor thuis. Opa en oma hielden zijn opvoeding in de gaten.

Op haar 28ste wilde Margriet zelfstandig wonen en ze kreeg een flatje in de buurt van haar ouders. Ze stopte met werken om zich helemaal aan Jeroen te wijden. Ze vulde haar bijstandsuitkering aan als thuiskapster. De weekeinden waren altijd feestelijk, met tussen de vijf en 25 mensen in huis. Margriet zorgde er altijd voor dat ze minstens acht slaapzakken had voor mensen die de weg naar huis niet meer konden vinden.

Ze had relaties, maar die leidden tot niets. Zoals die met een crimineel die ze op een beter pad hoopte te krijgen. Toen hij eens hard moest remmen met zijn Ford Thunderbird vlogen de bankbiljetten van duizend gulden door de auto. Zulke avonturen waren leuk voor kroegverhalen, maar niet voor het leven.

Tot Randy verscheen, een Amerikaanse duiker die veel geld verdiende als onderwater-lasser. Ze zagen elkaar niet zo vaak, want hij was wekenlang op zee. Misschien juist daardoor kon de verhouding opbloeien. Toen hij genoeg had verdiend, volgde ze hem in 1980 naar Amerika. Met Jeroen kwam ze terecht in een afgelegen gebied in de westelijke staat Washington. Het ’dorp’ met 41 mensen lag over tientallen kilometers uitgestrekt langs een weg. Daar had Randy zich ingekocht in de boerderij van zijn vader.

Het werd een diepe teleurstelling. Randy bleek een heel andere man dan die ze in Rotterdam had gekend. Hij mishandelde haar, maar ze hield het vol met hem, al was het maar omdat haar vader had gezegd: „Binnen een paar maanden ben je terug”. Ze wilde zijn gelijk niet erkennen.

Toen Randy, verdwaasd door alcohol en drugs, ook de kleine Jeroen begon te slaan, vluchtte ze en dook met haar zoontje onder. Pas toen haar vader geld had gestuurd met de post, kon ze na enkele weken het vliegtuig naar Nederland betalen.

Ze belandde weer in de bijstand, maar wilde werken. Na een paar jaar vond ze deeltijdwerk in een kapsalon. Haar kringetje van alleenstaande moeders vond haar stapelgek dat ze ging werken voor twintig gulden meer dan de uitkering. Ze zocht bevrediging in het werk, mannen hoefden van haar niet meer.

Op een avondopleiding haalde ze haar lesbevoegdheid en in 1983 werd ze docent haarverzorging in het beroepsonderwijs. Dat bleek haar roeping te zijn. Ze stortte zich er met hart en ziel in.

Er volgde weer tegenslag. Borstkanker, maar ze kwam er er doorheen, zij het geschonden. Haar vader tobde met zijn gezondheid en dagelijks hielp ze haar moeder om hem te verzorgen. Vlak voor zijn dood zei hij tegen Margriet dat hij van haar hield. Dat was voor het eerst dat ze dat hoorde.

Sindsdien was ze vaker bij haar moeder thuis dan in haar eigen woning. Toen tien jaar later ook haar moeder achteruit ging, nam Margriet de verzorging op zich, naast haar werk en (nog altijd) de kroeg of de kantine van Jeroens voetbalclub. Moeder stierf in 2006.

Toen knapte er iets bij Margriet. Haar uitbundigheid werd gedempt. Ze dronk haar biertje liever in het winkeltje dat Jeroen was begonnen dan in het café. Op school ergerde ze zich aan de groeiende bureaucratie die haar dwong ook les te geven in vakken zoals koken waar ze niets van afwist. Zelf kookte ze weinig. Maar ze hield het vol tot vlak voordat ze met pensioen zou gaan in 2010.

Sinds het voorjaar voelde ze zich rot. Ze begon ook te hyperventileren. Allemaal psychisch, dachten de artsen. In augustus kreeg ze geen lucht meer en liet zich opnemen in het Delta Psychiatrisch Centrum. Na twee dagen werd duidelijk dat haar probleem helemaal niet in haar hoofd zat, maar in haar longen. De kanker was niet meer klein te krijgen.

Voor het huwelijk van Jeroen met Paulien kwam ze in oktober even van het beademingsapparaat af om getuige te zijn. Jeroen was groot en gelukkig, ze had haar taak volbracht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden