Ook bij stagnatie nog altijd superieur

Nederland blijft met afstand belangrijkste schaatsland. Verschil met Sotsji: niet VS maar Rusland is dé concurrent.

"Een nederlaag motiveert misschien nog wel meer dan een overwinning." De uitspraak is van Kosta Poltavets en dateert van vorig jaar tijdens de WK afstanden in zijn woonplaats Heerenveen. De uitgeweken Oekraïner had als verantwoordelijke man voor de Russische schaatsequipe in teleurstelling het recept voor succes gevonden.

Poltavets gebruikte zijn vedette Ivan Skobrev als voorbeeld van hoe het niet moet. Skobrev was uitgerekend als goedbetaalde kopman van de olympische ploeg in Sotsji op het punt gekomen dat genieten van behaald succes belangrijker was geworden dan het succes zelf. Op de eigen Winterspelen moesten de Russen het vervolgens doen met een magere zilveren medaille voor sprintster Olga Fatkoelina.

Tijdens die Spelen groeide Nederland met 23 medailles en acht titels uit tot grootvorst van het schaatsen. Die uitzonderlijke uitschieter ging gepaard met de vraag wat de sport internationaal nog voorstelt. Dat gebeurt overigens bij meer wintersporten met een dominant land. En net zoals al in het tijdperk-Ritsma voor allrounden klonk de oproep tot 'ontwikkelingshulp' in het buitenland.

Alsof dat buitenland niet vergeven is met uitvliegende Nederlandse trainers en vertrokken rijders. Met als uitgesproken voorbeeld Bart Schouten die met de Canadezen de vijfde plaats behaalde in het medailleklassement en Ted-Jan Bloemen voor zijn nieuwe land tot de wereldrecordhouder op de tien kilometer maakte.

Poltavets geeft volmondig toe dat hij heeft geprofiteerd van de jaren dat hij in Nederland bij DSB en TVM werkte. Hij praatte in Kolomna over zijn sterren Pavel Koelizjnikov (21) en Denis Joeskov (26) met directe (technische) verwijzingen naar zijn oud-pupillen Ids Postma en Jan Bos. Zij wonnen in de Kometahal met driemaal goud net zoveel hoofdprijzen als de Nederlandse mannen.

De uitspraak van de trotse Poltavets is geen vanzelfsprekendheid. De Russen mogen zich na het debacle van Sotsji hebben hervonden, dat geldt niet voor de Amerikanen en Duitsers. Duitsland, in vroeger tijden heersend bij de vrouwen, bleef in Kolomna zelfs op nul medailles staan.

De Amerikaanse sterren van het voorseizoen Brittany Bowe en Heather Richardson-Bergsma, stuivertje wisselend met wereldrecords, werden in de wielen gereden door de opzienbarende Jorien ter Mors. Ook zo'n voorbeeld dat vanuit diepe dalen de hoogste pieken kunnen worden bereikt. Zoals Sven Kramer (als vanouds titels op de vijf en tien kilometer) na al die jaren nieuwe kracht put uit zijn even de mond gesnoerde kwelgeest Jorrit Bergsma. Al gebeurt dat op de kortste afstand even bewonderenswaardig als ternauwernood.

Vorig jaar deed Nederland tijdens de WK in Heerenveen met zeventien medailles en vijf titels ten opzichte van Sotsji een grote pas op de plaats. Kolomna was met zes titels op een totaal van zestien de bestendiging daarvan.

Daarbij moet worden aangetekend dat sinds 2015 met de massastart twee titels meer zijn te verdelen. Zoals dat tijdens de volgende Winterspelen in Pyeongchang ook zal zijn. Tijdens de primeur in Heerenveen werden die terstond een Nederlandse buit voor Irene Schouten en Arjan Stroetinga; nu andere landen zich er serieuzer op gaan richten was die vanzelfsprekendheid in Kolomna voorbij.

Het verschil voor Nederland met Sotsji zit vooral in de wisseling van de belangrijkste concurrrent: de Verenigde Staten zijn weggevallen; de Russen komen vooral op de sprint en middenafstanden imponerend op. Maar nog altijd is Nederland met afstand het belangrijkste schaatsland. Meer landen zouden moeten beschikken over rijders als Koelizjnikov en Ter Mors, niet alleen om de sport naar een nog hoger niveau te tillen, maar vooral attractiever te maken. Een voorgenomen herschikking van de kalender (de WK's afstanden, sprint en allround om het jaar in plaats van elk jaar) zullen hooguit leiden tot minder wereldtitels in de Nederlandse archieven.

De Nederlandse overheersing in Sotsji was verrassend omdat dat op een olympisch toernooi nooit was voorgekomen. In twee decennia WK afstanden is zeker bij de mannen altijd al sprake van volstrekt scheefgetrokken verhoudingen. In de zeventiende WK-editie won Kramer zaterdag het vijftigste Nederlandse goud. De rest van de wereld moet het doen met 44, met elf daarvan voor runner-up op grote afstand Verenigde Staten.

Schaatsen is een van de weinige olympische sporten in Nederland waar de mannen het beter doen dan de vrouwen. Zij kropen in Kolomna iets richting de falende Duitsers. Met de twee titels van Jorien ter Mors en de ploegenachtervolging kwam het totaal op 19; Duitsland is vooralsnog onbereikbaar met 36.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden