Ook bij mijn eigen kind kon ik geen patroon vinden

Aangenomen om professor Plooij's groeisprongen-theorie nader te onderzoeken en verguisd toen bleek dat haar onderzoek zijn theorie juist onderuit haalde - het overkwam Carolina de Weerth, biologe, afkomstig uit Argentinië, maar al langer in Nederland wonend. Het is ook niet niks, als je de boodschapper moet zijn van het nieuws dat de wetenschappelijke basis voor de bestseller 'Oei, ik groei'ob0 niet deugt.

En dat op een moment dat het boek over de mentale ontwikkeling van baby's in acht duidelijk voorspelbare sprongen nog altijd razend populair is bij jonge ouders. Sinds het boek van het echtpaar Frans Plooij en Hetty van de Rijt in 1992 verscheen, zijn er 200 000 exemplaren verkocht en is het vertaald in het Engels, Frans, Duits en Spaans.

Het is dan eigenlijk ook niet verwonderlijk dat Plooij vervolgens probeert om De Weerths promotieonderzoek naar zijn hand te zetten en, als dat niet lukt, in een soort paniekreactie de buitenwacht met een persbericht waarschuwt voor de ondeugdelijkheid van háár bevindingen.

Lastig is het wel, omdat Plooij, toen bijzonder hoogleraar psychosociale belasting in Groningen, De Weerths promotor is. Uit woede - De Weerth houdt vast aan haar voorlopige resultaten die een veel chaotischer verloop van de ontwikkeling laten zien en wil het onderzoek voortzetten - trekt Plooij zich in 1995 terug uit het onderzoek. De promovenda vindt in de ontwikkelingspsycholoog prof. P. van Geert een nieuwe promotor en hoopt maandag in Groningen te promoveren op 'aan emotie gerelateerde gedragingen van baby's'. Een van de stellingen bij haar proefschrift luidt: 'Dit onderzoek heeft tot een onverwachte ontplooiing geleid.'

Het is in 1992, kort voor het verschijnen van 'Oei, ik groei', dat Carolina de Weerth enthousiast begint aan het promotieonderzoek, geïnitieerd door Frans Plooij zelf. In een artikel in het gezaghebbende Journal of child psychology and psychiatry hebben zijn vrouw en hij dan al geschreven over hun onderzoek onder vijftien moeders en hun pasgeboren baby's. Twintig maanden lang hielden de moeders een wekelijks dagboek bij. Uit die verslagen meent het echtpaar een patroon te ontwaren. De moeders geven in praktisch dezelfde perioden aan dat hun kind huilerig en zeurderig is. Dat gedrag, concluderen Plooij en De Rijt, is de voorbode van een groeisprong. En in het eerste levensjaar van het kind zijn er acht van die sprongen. In 'Oei, ik groei' geven de schrijvers precies aan in welke weken die sprongen eraan zitten te komen.

“Dat verbaasde me”, vertelt De Weerth. “Dat het boek uitkwam toen ik aan het onderzoek begon. Het was zo onlogisch: je zet een onderzoek op om meer bewijs voor de theorie te vinden en ondertussen ga je die theorie al wijd verspreiden. Maar Plooij vond dat ouders recht hadden op de informatie die hij uit zijn onderzoek had.”

Ze vond het ook best een leuk boek. Dat wil zeggen, de stukjes waarin de auteurs de moeders laten vertellen over de moeilijke periodes van hun kind. “Zoals het ook onrustverlagend werkt wanneer je in een blad als Ouders van Nu leest over de ervaringen van andere ouders. Als je net moeder bent, is het prettig te weten dat ook andere kinderen soms veel huilen zonder reden (ziekte, honger, tandjes die doorkomen). Maar wat ik niet goed vond, was de omschrijving van de vaardigheden die volgens Plooij en De Rijt bij iedere sprong hoorden. Volgens die schema's zouden baby's flink veel sneller moeten zijn dan in de ontwikkelingstesten die de Nederlandse orthopedagogen gebruiken. Ik hoorde verhalen van ongeruste moeders bij consultatiebureaus, omdat hun kind - volgens de lijstjes in 'Oei, ik groei' - achterbleef in ontwikkeling. Ik voelde zelf hun frustraties tijdens de observaties die ik in mijn eigen onderzoek deed aan de hand van die lijstjes. Zo vaak als ik 'nee' moest invullen bij een bepaalde vaardigheid die een baby volgens Plooij en De Rijt op dat moment al zou moeten kunnen bezitten.”

De twijfel werd bevestigd naarmate haar onderzoek (drie uur per week observaties bij vier moeders en hun baby's gedurende vijftien maanden) vorderde. Om zeker te zijn van haar zaak werden nog eens twintig moeders gevraagd een wekelijks dagboek bij te houden en werden er speekselmonsters genomen. Als baby's voorafgaand aan een groeisprong zo onrustig waren, zou er immers een verhoogde hoeveelheid van het stresshormoon cortison in het speeksel aanwezig kunnen zijn. Dat bleek niet zo. En in de lastige periodes van de baby's was ook geen patroon te ontdekken, laat staan acht duidelijke sprongen.

“Toen ik aan het onderzoek begon, dacht ik: zij hebben die groeisprongen gevonden, ik ga het bevestigen. Ik vond hun theorie ook heel aannemelijk. Dat was misschien wel dom van me, ja. Naïef ook. Want achteraf wist ik dat er psychologen waren die ook al twijfels hadden. Er waren ook andere wetenschappers die zagen dat het onwaarschijnlijk was dat alle baby's zich zo duidelijk volgens eenzelfde patroon zouden ontwikkelen. Maar niemand sprak het uit. Want als je dat doet, zeg je eigenlijk: ik vertrouw je niet. Of: je gegevens zijn niet goed. Zonder dat je dat op zo'n moment kan onderbouwen. Beter is het te zeggen: laten we het grondiger bekijken. Dat is dus precies wat ik heb gedaan.”

Als ze alle momenten van snelle ontwikkeling van de onderzochte baby's naast elkaar legt, zijn er hooguit 1 tot 4 pieken waar te nemen. Twee schieten eruit: rond zeven maanden en rond twaalf maanden. “Dat zijn precies de momenten dat er - ook volgens verschillende andere onderzoeken - veel ontwikkelingen, motorisch of mentaal, tegelijk zijn.”

Juist in de periode dat het conflict met Plooij hoog oploopt, krijgt De Weerth haar eerste kind. Dochter Micaela wordt morgen vier.

“Ik heb over haar in het eerste jaar zelf een weekboek bijgehouden”, zegt De Weerth. “Maar ook bij mijn eigen kind kon ik geen patroon ontdekken. Heel handig was wel, dat ik door het onderzoek maandenlang had kunnen aanschouwen hoe moeders met hun baby's omgingen, de fles gaven, luiers verschoonden. Alleen door te observeren deed ik als het ware praktijkervaring op. Over sommige dingen die ik zag, dacht ik: zo ga ik het ook doen, of zo juist niet.”

Dochter Florencia is net één geworden. Geen weekboek over haar. De Weerth denkt ook niet dat haar wetenschappelijke kennis over de ontwikkeling van baby's er iets toe doet in haar rol als moeder. “Ontwikkelingsboeken boeien me niet. Ik lees liever een roman. Alleen als ze ziek zijn, wil ik er een medisch boek bijpakken. Als ze hoesten bijvoorbeeld, ga ik ook precies na of ze die rochel bij het in- of het uitademen hebben. Maar als mijn kinderen in een moeilijke periode zitten en veel huilen, zoek ik net als alle andere moeders naar voor de hand liggende verklaringen. Het kwijlt, dus het zullen de tandjes wel zijn bijvoorbeeld. Een huilend kind pak ik gewoon op, verder ga ik me daar thuis niet in verdiepen.”

“Wat ik van mijn onderzoek vooral heb geleerd, is dat alle kinderen zich in een eigen tempo en op hun eigen manier ontwikkelen. Als er al een algemene trend is, is het dat alle baby's rond hun eerste verjaardag minder gaan huilen. Dat is ook niet zo gek: ze hebben dan meer mogelijkheden dan alleen huilen en zeuren om de aandacht van de moeder te krijgen. Ze kruipen of lopen naar haar toe, trekken aan haar, brabbelen, kijken boos of verbaasd. Daarbij komt dat de moeder, na een jaar van alles uitproberen, zelf stabieler is in de omgang met haar kind. Dat brengt ook rust.”

De Weerth begrijpt het succes van 'Oei, ik groei' best. Het geeft een verklaring voor gedrag dat ouders niet kunnen verklaren. En als langdurig gehuil niet te verklaren is, denken vooral moeders al snel: dan doe ik iets niet goed. De groeisprongen van Plooij namen dat schuldgevoel aanvankelijk weg, maar brachten er veelal zorg voor in de plaats als de ontwikkeling niet volgens het boekje ging.

“Florencia is een groot kind, maar traag in ontwikkeling. Het is ook heel geruststellend te weten, dat er diverse wegen zijn om uiteindelijk tot hetzelfde te komen. Lopen gaat ze toch wel een keer.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden