Ook Atlantische Oceaan heeft afvalput

Een verzameling tandenborstels, afkomstig uit de enorme ¿Great Pacific Garbage Patch¿. (FOTO JONATHAN ALCORN)

Gyres zijn uitgestrekte oceanische spiraalvormige zeestromingen. Ze fungeren als fuik voor zeezwerfvuil en creëren zo enorme afvalbergen in zee. Zo’n berg was al eens gezien in de Stille Oceaan, maar nu blijkt ook de Atlantische Oceaan zo’n blijkt te hebben.

Petflessen, visnetten, miljoenen flarden van halfvergane kunststofvoorwerpen: in de Sargassozee, voor de kust van Florida, drijft een reusachtige verzamelplaats van zeezwerfvuil. Een internationaal onderzoeksteam ontdekte de plasticzwerm. Dat de wereldoceanen dit soort afvaleilanden herbergen, was al eerder vastgesteld: de zogenoemde Great Pacific Garbage Patch in de Stille Oceaan werd twaalf jaar geleden ontdekt. Nu blijkt dus ook de Atlantische Oceaan zijn eigen onbedoelde megastort te hebben.

De nieuwe concentratie van plastic en ander afval is onlangs ontdekt door Amerikaanse en Duitse wetenschappers aan boord van het onderzoeksschip Atlantic Explorer van het Bermuda Institute of Ocean Sciences, dat vorige week terugkeerde uit de Sargassozee.

De Atlantic Explorer deed daar onder meer onderzoek naar diepzeestromingen, sedimentafzettingen en de CO2-huishouding. De plasticonderzoekers waren aan boord omdat wetenschappers al langer vermoedden dat in dit gebied grote hoeveelheden zwerfafval aanwezig zijn.

De Sargassozee, vooral bekend als paaigebied van de ernstig bedreigde Europese en Amerikaanse palingen, ligt in de zogeheten Noord-Atlantische gyre. Gyres zijn uitgestrekte oceanische spiraalvormige zeestromingen en ze fungeren waarschijnlijk op meer plaatsen als fuik voor zeezwerfvuil, afkomstig van schepen en diffuse bronnen op land. Maar tot dusverre ontbrak daarvoor hard bewijs.

Het afvalkerkhof in de Stille Oceaan werd in 1997 gesignaleerd in de North Pacific Gyre, tussen Japan, Hawaii en de Noord-Amerikaanse Westkust. Amerikaanse zeebiologen, oceanografen en milieubeschermers maken zich al langer zorgen over die Great Pacific Garbage Patch.

„Nu komt het zeezwerfvuil-probleem ook voor ons in Europa dichter bij huis”, constateert de Duitse aquatisch chemicus Michaël Gonsior, die meevoer op de Atlantic Explorer. „Wat we soms aantroffen, was verbazend. Plastic op de stranden en in het zeewier, en één keer heb ik een kunststof fles uit het water gehaald, die niet kapot was, maar waarin wel een mismaakte grote vis spartelde. Waarschijnlijk is die als larve naar binnen gezwommen en kon hij er toen niet meer uit.”

Oceanische giga-maalstromen ontstaan door de draaiing van de aarde in samenspel met passaatwinden op het grensvlak van hete woestijnlucht en een koeler zeeklimaat. Het afval wordt in die spiraal gezogen, alsof het de afvoerput van een badkuip betreft. De grenzen van zo’n oceanische plastic- en rubberdump verschuiven voortdurend, maar algemeen wordt aangenomen dat de Pacific Garbage Patch bijna 34 keer zo groot als Nederland is. Hoe groot de net ontdekte patch in de Atlantische Oceaan is, is nog niet duidelijk, waarschijnlijk minder groot dan de Pacific Garbage Patch.

Gyres zijn te vinden in alle wereldzeeën. Dat daar niet eerder afvalconcentraties zijn aangetroffen komt doordat een aantal gyres buiten de zeevaartroutes ligt en doordat de kunststofresten, die merendeels vlak onder het oceaanoppervlak zweven, vanuit vliegtuigen vrijwel onzichtbaar zijn. Satellieten zijn niet geprogrammeerd om plastic klonten te detecteren.

Het plastic is gevaarlijk voor het zeemilieu en mogelijk ook voor de mens. Dieren kunnen erin verstrikt raken. Volgens een rapport uit 2006 van de UNEP, het milieubureau van de Verenigde Naties, is van zeker 267 diersoorten (waaronder 51 vogelsoorten en 32 zeezoogdieren) bekend dat zij komen vast te zitten in visnetten en ander plastic afval.

Biologisch afbreekbaar is plastic niet, maar onder invloed van ultraviolet zonlicht degradeert het wel tot minuscule snippertjes, soms niet groter dan een miljoenste millimeter in doorsnee. Algen hechten zich aan die snippers en daar komen daar weer grotere zeedieren op af. Het plastic hoopt zich op in de magen van die zeedieren, waardoor zij minder voedsel kunnen opnemen en verzwakken. Door de algenaangroei worden de plasticdeeltjes zwaarder en zinken ze naar diepere lagen van het zeemilieu.

Maar de meeste zorgen maken milieudeskundigen zich over de verwantschap van het plastic met giftige koolwaterstofverbindingen, die volop in de oceaan aanwezig zijn. Het gaat bijvoorbeeld om PCB’s, die lang zijn gebruikt als isolatie- en koelvloeistoffen. PCB’s zijn net als plastic waterafstotend, waardoor ze tot de plastic berg worden aangetrokken en hem nog giftiger maken. En er zaten toch al giftige stoffen in zoals broomhoudende vlamvertragers, die oorspronkelijk aan sommige kunststoffen zijn toegevoegd.

Wanneer die gifstoffen via de voedselketen opklimmen tot in commercieel bejaagde vissoorten, krijgt de consument ze uiteindelijk op zijn bord, nog afgezien van de ecologische schade die de gifstoffen onderweg aanrichten onder het zeeleven.

Amper terug van de Atlantic Garbage Patch in Sargassozee is chemicus Michaël Gonsior afgelopen dinsdag opnieuw uitgevaren. Ditmaal vanuit San Francisco richting de afvalspiraal in de Pacific, op de driemaster Kaisei van het Amerikaanse Ocean Voyages Institute. Tegelijk met de Kaisei is ook een schip van het Scripps oceanografisch onderzoeksinstituut uitgevaren.

Sinds zeezeiler Charles Moore de Pacific Garbage Patch in 1997 ontdekte, zijn verschillende kleinere expedities op touw gezet. Moore zelf is enkele keren terug geweest met zijn eigen milieuorganisatie, de Algalita Society. Ook de Universiteit van Honolulu heeft de patch bezocht en onder meer gegevens verzameld over de relatie tussen het plastic afval en de algengroei.

Het onderzoeksteam van de Kaisei-expeditie wil een wetenschappelijke standaard neerzetten voor al het verdere onderzoek naar zwerfvuilzwermen op zee. Daartoe worden zowel de samenstelling en concentraties van het afval zelf in kaart gebracht, als de gevolgen voor de groei en stofwisseling van een aantal algen- en vissoorten. Ook de mogelijke giftigheid binnen de voedselketen is onderwerp van studie.

Een belangrijk deel van het onderzoek richt zich op de vraag of en hoe het plasticafval op te ruimen is, zonder dat dat al te veel schade aan het ecosysteem toebrengt. De Kaisei-expeditie hoopt een manier te vinden om het afval te recyclen, of tot diesel te ’kraken’. Misschien moet het op land, misschien kan het ook aan boord van een fabrieksschip, zegt Mary Crowley, de oprichtster van het Ocean Voyages Institute.

Tot slot wordt onderzocht of de fysieke eigenschappen van het plastic – vooral de lichtbreking – wiskundig zodanig te beschrijven zijn, dat satellieten geprogrammeerd kunnen worden voor de opsporing van de samenscholingen van plastic.

Amerika is zich dit jaar in hoog tempo bewust geworden van het plasticprobleem op volle zee. Het Kaisei-team heeft medewerking gekregen van onder meer de staat Californië (van overheidswege is een onderzoekster aan boord) en van de ruimteorganisatie Nasa. Ook de wereldwijde belangenorganisatie van de recyclingindustrie BIR heeft actieve steun toegezegd.

Europa, loopt nog wat achter. Maar, zeggen Gonsior en zijn collega Andrea Neal, die aan het hoofd staat van het Kaisei-onderzoeksteam: „Naarmate we de stand van zaken in de Sargassozee beter in beeld krijgen, zullen ook Europese en andere overheden wakker worden.”

(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden