Ooit machtig man in Congo, nu aangeklaagd in Den Haag

Het Internationaal Strafhof in Den Haag heeft zaken lopen tegen 27 verdachten in zeven conflictsituaties. Wat komt er kijken bij de vervolging van politici en krijgsheren? Trouw verbleef een half jaar in de wandelgangen van het internationaal strafrecht. Deel 4: de zitting.

Voor haar veiligheid moet haar identiteit tegen elke prijs geheim blijven. Niemand op de publieke tribune mag weten wie Getuige 87 is. De vrouw zit achter een strook lichtgroene plissé luxaflex, dat voor de bezoekers een hap uit het zicht op de rechtszaal neemt. De monitoren geven haar gezicht in bewegende blokjes weer. Op de koptelefoontjes, waarmee het publiek de zittingen volgt, wordt haar stem zwaar vervormd weergegeven.

Sylvia Steiner, de Braziliaanse rechter die het proces leidt, vraagt de getuige om zo meteen de eed na te zeggen. De blokjes bewegen na elke zin. "Als u op enig moment moe bent, in nood verkeert, of als u een pauze in de ondervraging nodig heeft, hoeft u het alleen maar te zeggen", legt Steiner vriendelijk uit. Onzichtbaar achter de luxaflex bevindt zich naast de getuige een psycholoog om haar tijdens de zitting te ondersteunen.

Tussen de publieke tribune en de rechtszaal, zit kogelvrij glas. De bezoekers hebben al hun persoonlijke bezittingen, zoals mobiele telefoons, beneden in kluisjes moeten doen. Zelfs een flesje water is taboe. Alleen pen en papier zijn toegestaan.

De rechtszaal vertoont een overdaad aan lichtbruin. Niet alleen de bureaus, ook de panelen waarmee de muren zijn bedekt, zijn van hout. Het tapijt is beige gestreept. Links zit de verdachte: Jean-Pierre Bemba Gombo. De voormalige vice-president van Congo zit tussen twee bewakers in. De brede man, met forse buik en kogelrond gezicht, gaat gekleed in een smaakvol kostuum. Hem gadeslaan vanaf de publieke tribune geeft het onbehaaglijke gevoel van de betrapte voyeur. Bemba kijkt terug. Ooit was hij, zoon van een puissant rijke Congolees, een machtig zakenman. Naar goed Congolees gebruik hield Bemba er ook een rebellenlegertje op na.

Als commandant van zijn Mouvement de Libération du Congo (MLC) stuurde hij zijn militieleden vanuit Congo naar de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR) om de toenmalige president van het buurland in 2002 en 2003 te helpen met het neerslaan van een opstand. Het Internationaal Strafhof heeft Bemba als commandant aangeklaagd voor misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden - wegens de moorden, verkrachtingen, plunderingen die zijn mannen begingen.

Het hof heeft vier dagen gereserveerd voor het horen van deze beschermde getuige à charge. Het is aan Bemba's advocaten om haar verbaal in het nauw te drijven. Het proces is een mentale krachtmeting die draait om strategisch denken en hogere idealen.

Het spel is begonnen. De verdediging vraagt of de gordijnen iets verder open kunnen, zodat niet alleen de advocaten, maar ook de verdachte de getuige kan zien. Met een beleefd lachje verklaart rechter Steiner dat het gordijn in de standaardpositie hangt, zodat de publieke tribune geen zicht heeft op de getuige. De verdediging probeert het nog even. "De vorige keer werd het met een knijper geregeld", zegt Bemba's advocaat. Maar Steiner ziet er niets in. De verdachte moet wel zicht hebben op de getuige, maar alleen via de monitor, en niet direct.

Aanklager Petra Kneuer, een vrouw met een ernstige frons die zelden van haar gezicht verdwijnt, mag de getuige als eerste ondervragen. Voorzichtig neemt Kneuer de vrouw terug naar de fatale dag in 2002 die haar leven totaal zou veranderen. "Alstublieft, onthul niets dat kan leiden naar uw identiteit", vraagt Kneuer met klem. Geen verwijzingen naar een huidige woonplaats. Geen namen van familieleden. De blokjes bewegen. Meteen vertalen de tolken haar Afrikaanse woorden in het Frans en Engels.

Het is nog vroeg in de ochtend, eind oktober 2002, als de getuige ziet hoe buurjongens achter haar huis in Bangui, de hoofdstad van de Centraal-Afrikaanse Republiek, het op een lopen zetten. "De mannen komen eraan. De slechte mensen. De Banyamulengue!" roepen ze. Veel buurtbewoners wachten de komst van Bemba's milities niet af en slaan op de vlucht. Maar Getuige 87 blijft, samen met haar jongere broer en nog een derde persoon, in een huis van haar omvangrijke familie. Ze gaat koffie verkopen, zoals gewoonlijk, langs de kant van de weg.

Maar dan gaat het heel erg mis. De koffieverkoopster ziet hoe de milities vrachten aan geplunderde televisies, radio's, matrassen, potten en pannen meesjouwen. Als de avond valt, is haar woning aan de beurt. Drie mannen roven het huis leeg. Berooid blijven Getuige 87 en haar familie achter.

Terwijl ze vertelt, maakt de vrouw toch een foutje. Per ongeluk noemt ze namen. Op de publieke tribune hebben bezoekers het gehoord. Maar er is genoeg tijd om de namen uit de videobeelden van de zitting te knippen, die met 30 minuten vertraging, op de site van het strafhof via internet worden uitgezonden.

De plundering blijkt slechts een voorbode. Om negen uur vallen opnieuw drie Banyamulengue het huis binnen. De man die de leider lijkt te zijn, voert de koffieverkoopster mee naar de veranda aan de achterkant. Hij dwingt haar op de grond te gaan liggen. In de rechtszaal klinkt de vervormde stem van de getuige die verder vertelt: "Terwijl hij zijn geweer in zijn rechterhand hield, rukte hij mijn ondergoed uit. Hij gespte zijn riem los, haalde zijn penis eruit en penetreerde mij. Hij ejaculeerde. Hij stond op, deed zijn riem vast en riep een van zijn maten, die hetzelfde deed. Toen de tweede klaar was, riep hij de derde persoon, die hetzelfde deed. Toen ik opstond, liep het sperma uit mijn vagina."

In enkele zinnen beschrijft Getuige 87 het misdrijf dat haar in het diepst van haar wezen moet hebben gekrenkt. Maar ze zegt niets over de fysieke pijn van het gewelddadige binnendringen, niets over de emotionele schade van de groepsverkrachting. "Ik was zo boos", vat ze onhandig haar gevoelens samen. Als ze het huis weer ingaat, ziet ze dat haar verkrachters er met het spaargeld van de familie vandoor gaan. "Ook het geld dat ik met het verkopen van koffie had verdiend."

Onbewogen luistert Bemba naar het verhaal over het misdrijf, waarvan zijn mannen worden beschuldigd. Hakken klinken op het parket van de publieke tribune. Een gesoigneerde vrouw, gekleed in een zwart mantelpak met lange rok, zwaait naar Bemba. Een man neemt plaats met een kort knikje, dat respect voor de aangeklaagde commandant uitdrukt. De aanhangers van Bemba zijn gearriveerd. De Congolezen zitten zo dicht mogelijk bij de voormalige krijgsheer, die vanachter het kogelvrije glas korte blikken van verstandhouding met hen wisselt. De eerste uren van de intensieve ondervraging zitten erop.

De familie had echter nog één waardevol bezit. De getuige hoorde een enorme kabaal, en kwam aangesneld. Ze probeerde door een spleet in de deur in de slaapkamer te kijken waar een militielid al bij de brommer stond. Nee, riep haar broer. En toen gebeurde het. "Ik hoorde drie schoten." Haar broer kreunde. "Hij zei iets van: 'Dank je, dank je.' Je hebt me vermoord. Nu kun je in vrede gaan."

Radeloos rende ze naar de buren. Maar het was te laat en te donker om iets te doen. Pas de volgende dag kon de familie het lichaam begraven. De brommer hadden de milities niet meegenomen. Er zat een uitstekend anti-diefstalslot op.

Aan het einde van de tweede dag kan de verdediging beginnen met de ondervraging. Advocaat Nicholas Kaufman stelt zakelijke vragen. Wie waren de onderzoekers van het strafhof met wie de getuige sprak? Hoe wist de koffieverkoopster dat het Bemba's mannen waren? Verstond ze hun taal, het Lingala, nu wel of niet? Waarom is ze na zo'n gewelddadige verkrachting niet naar de dokter gegaan? Ze had er het geld niet voor, vertelt de getuige. Pas jaren later kwam ze in contact met onderzoekers van het strafhof die haar meenamen naar een arts voor medisch onderzoek. Op de publieke tribune wordt gelachen. "De getuige vertelt leugens", fluistert een Bemba-aanhanger. Een andere Congolees antwoordt: "Het is een hoer."

Op de laatste dag van het verhoor vraagt advocaat Kaufman de getuige op een tekening van het menselijk lichaam aan te geven waar precies de kogels het lijf van haar broer waren binnengedrongen. Maar het lukt de getuige maar niet de kruisjes te zetten. Kaufman herinnert haar aan het feit dat de aanklager het lichaam van haar broer heeft opgegraven om te zien waar de kogelgaten zaten. "Is dit niet de reden dat u de exacte punten van de inslagen niet op de diagram, dat ik u heb gegeven, wilt tekenen? Omdat u bang bent dat die niet kloppen met het bewijs van de aanklager?" stelt Kaufman. Aanklager Kneuer protesteert: de advocaat stelt geen vragen, maar maakt ruzie met de getuige.

Rechter Steiner geeft de aanklager gelijk.

Na vier dagen is het verhoor voorbij. De koffieverkoopster mag naar huis. Het is weekend. De rechtbank gaat dicht. Bemba wordt in een wagen teruggereden naar de gevangenis van Scheveningen, waar hij sinds 3 juli 2008 vastzit.

De aanhangers van Bemba
"Er is geen gerechtigheid in deze wereld! Totaal niet!" roept een man in de lobby van het strafhof. De stemverheffing detoneert in deze omgeving, waar iedereen altijd zo beleefd met elkaar verkeert. "Onze president Jean-Pierre Bemba is onschuldig. Ze hebben geen enkel bewijs dat hij enig misdrijf heeft begaan. Ik doe een beroep op hoofdaanklager Moreno-Ocampo om hem vrij te laten." Michel Bayela is een van de aanhangers van de Congolese krijgsheer/politicus Bemba die regelmatig op de publieke tribune zijn te vinden. Overmand door emoties roept hij: "Ik ben Congolees. Mijn hart bloedt voor mijn president. Bemba heeft een vrouw. Bemba heeft kinderen, die nu zonder hun vader leven. Ze zijn getraumatiseerd!"

Sinds een half jaar woont Bayela in Nederland. Vroeger was hij politiek activist voor de kleptocraat Mobutu. "Ik riep mensen op om op zijn partij te stemmen." Na de val van de dictator vluchtte Bayela naar Zuid-Afrika. Maar de Congolese president Kabila 'stuurde mannen om mij te vermoorden'. Na overleg tussen de Zuid-Afrikaanse regering en de VN-Vluchtelingenorganisatie werd hij in Nederland opgenomen. Heeft hij ooit de wapens opgenomen? "Dat vroegen de VN ook al. Maar ik ben nooit een soldaat, nooit een rebel, nooit een militielid geweest."

In een rood fauteuiltje in de lobby zit kolonel Liboto-Ngoy. Ooit nog gediend in het leger van Mobutu. Zijn bijnaam: Pharaon, Farao. Tien jaar was hij de bodyguard van Jean-Pierre Bemba. Ze reisden overal samen naartoe. Maar in de Centraal-Afrikaanse Republiek, waar de misdrijven plaatsvonden waarvoor zijn baas terechtstaat, is Bemba nooit geweest, weet de bodyguard. "Hij verbleef op 2000 kilometer afstand." Een pistool? Nee hoor. Met een trotse grijns strekt hij zijn arm uit om de lengte van het wapen aan te geven dat de bodyguard in die dagen bij zich droeg. "We beschermden onze leider met een kalasjnikov."

Toen hij zijn militiegroep MLC tot een partij had omgevormd, leek de politieke carrière van Bemba - een geschat vermogen van honderden miljoenen euro's - voorspoedig te gaan. Van 2003 tot 2006 was hij vice-president. "Hij is een echte democraat", stelt bodyguard Liboto-Ngoy, die hem ook beschermde tijdens de presidentsverkiezingen van 2006, waarbij Bemba echter naast de hoofdprijs greep. Na een geweldsincident in 2007 zocht de militieleider/politicus zijn toevlucht tot de Zuid-Afrikaanse ambassade in Kinshasa, om naar Portugal te vluchten. Kabila had zich handig ontdaan van een geducht politiek rivaal, is de overtuiging van Bemba's aanhangers.

Wat Bemba echter niet wist, was dat het strafhof een arrestatiebevel tegen hem had uitgevaardigd. "Het was een valstrik. En heel goed voorbereid", zegt de bodyguard. Op 24 mei 2008 werd Bemba in België opgepakt. "Een politieke arrestatie", oordeelt Liboto-Ngoy. Want, zo vraagt hij zich met andere aanhangers af: waarom vervolgt het Internationaal Strafhof alleen Bemba, maar niet Kabila of Rwanda's staatshoofd Kagame? Presidenten die waarschijnlijk geen schone handen hebben.

Twee jaar geleden was er in Den Haag nog een demonstratie voor de vrijlating van Bemba. "Toen de politie de vrouw van Bemba met een stok probeerde te slaan, heb ik haar beschermd. Ze hebben twee politiehonden op me afgestuurd, die me hebben aangevallen", vertelt Liboto-Ngoy, wiens strakke gelaat tijdens het interview wat verzacht.

Geregeld bezoekt de bodyguard zijn baas in de gevangenis. "Hij maakt het goed. Hij stelt zich wat gereserveerd op." Een halfblinde Congolese vrouw met een rollator valt in. "Hij is een leíder. Dan kun je je ook niet zo maar tussen de anderen mengen."

Elke dag stuurt de bodyguard een verslag naar Bemba's vrouw, die in België woont en de zittingen vooral via internet volgt. Bayela komt zo vaak hij kan naar het strafhof. "Op de publieke tribune zit ik op de eerste rij. Ik wil zijn gezicht kunnen zien. Want hij herinnert me aan Congo. Ik kijk naar hem. Hij kijkt naar mij. Soms krijg ik tranen in mijn ogen. Waarom laten ze hem niet vrij?"

Er is nog één hoop. Doelend op rechter Sylvia Steiner die het proces tegen Bemba leidt, zegt de bodyguard: "Ze doet het op een evenwichtige manier. We hebben vertrouwen in Sylvia."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden