Ooit als korengeest begonnen

Met de tentoonstelling 'Held op stokken' zoekt De Beyerd in Breda naar 'de kunst van het vogelverschrikken'. De vogelverschrikker verschijnt in talloze gedaanten, bekleedt tal van andere functies dan afschrikken, en staat desalniettemin op het punt van uitsterven.

In de etalage van de poelier staat een opgezette haas in jagerskostuum, compleet met schietgeweer en wildtas kruislings om de borst gesjord. Elders prijst een forellenrestaurant de huisspecialiteit aan met een manshoog geschilderde forel die, gulzig grijnzend, met een hengel over de schouder uit vissen gaat. Met wat goede wil vallen deze logica tartende voorbeelden nog wel recht te breien, want misschien was de haas op weg naar de schiettent van de kermis (waar hij de hoofdprijs in zijn wildtas zou stoppen) en trok de wandelende forel naar een zoetwaterkreek om daar in plaats van zichzelf, stekelbaarsjes voor in zijn aquarium te gaan vangen.

Maar de bezoeker van de tentoonstelling 'Held op stokken-de kunst van het vogelverschrikken' in De Beyerd van Breda, krijgt het al in de eerste zaal aanmerkelijk lastiger wat logisch denken betreft. In een fruitboom bungelt een kanariekooi. Niet alledaags wellicht, maar ach; stedelijke Surinamers laten hun prijsparkieten met kooi en al uit, of dat nou op een parkeerplaats langs de snelweg of op een druk stadsplein is. Echter: in de kooi in de fruitboom zit parkiet noch kanarie, maar een poes. Dezelfde poes die haar leven lang om die kooi drentelde om de vogel te grijpen die nu gevlogen is. Aan het inzetten van de achtervolging of anderszins beramen van een aanvalsplan hoeft de gekooide poes niet eens te beginnen. Het enige wat haar daar in die boom rest, is in opperst chagrijn tegen langsfladderende vogels blazen of grommen. Precies de reden waarom de fruitteler zijn poes aan de tak hing.

En dan mag de gekooide poes nog van geluk spreken, want eeuwenlang was het gebruikelijk om daartoe gedode kraaien, kippen en konijnen aan een boom te hangen. Hun aanblik en geur moesten hongerige vogels afschrikken. De soort als bevechter van de eigen soort.

Alles is paradoxaal aan de vogelverschrikker. Staat hij als menselijke gedaante in een leeg akkerveld om de vogels te verjagen, dan is uitgerekend hij het die met zijn horizontaal gestrekte armen een uitrustpunt voor afgematte vogels vormt, degene die juist vogels lókt. Mede-initiatiefnemer van 'Held op stokken' H.J.A. Hofland noemt de vogelverschrikker dan ronduit 'een aanvliegpunt'. En waar is het veiliger nestelen in een akker die godweet hoeveel marters, vossen of andere roofzuchtige peuzelknagers herbergt, dan in de beschutte stroarmen van de vogelverschrikker zelf? Er zijn vogelverschrikkers wiens hoofd uit een vogelhuisje met toegangstreetje bestaat -dan weet een beetje vogel toch zeker wel waar je, in momenten van kou, honger en anderszins verlatenheid, wezen moet.

Ook aan het karakter van de vogelverschrikker worden tal van tegenstrijdige eigenschappen toegekend. De Nederlandse molik, Engelse scarecrow, Franse épouvantail, Spaanse espantajo of Latijnse formido, staat voor eenzaamheid, lijden, monsterlijk, als 'de dood op stok', maar tevens voor 'tevreden stropop' of decoratieve 'raffiarekel'.

Al even talrijk is zijn verschijningsvorm: van opgehangen dode dieren, ratelaars, waaiende blikjes en spiegels, luidsprekers met verschrikte vogelgeluiden, vanen & vlaggen, tot de oranje zwaailichten en gaskanonnen bij de startbanen van luchthavens. Het beroemdst maakte de mens de vogelverschrikker door hem zijn menselijke gelijkenis te geven. (Er bestaan opmerkelijk weinig vrouwelijke vogelverschrikkers, terwijl die met hun rokken toch veel knappere wapperonrust bewerkstelligen.)

Bij de tentoonstelling verscheen een gelijknamig boek, dat er jammerlijk niet uitziet. De vormgevers gingen zo doldriest creatief te werk dat je ogen tollen van de minuscule bijschriften, van het willekeurig in- en uitspringen in ook nog eens verschillende kleuren en lettertypen, zinloze wisseling van hoofdletter naar kleine letter, en van de foto's die consequent over twee pagina's lopen, waardoor vrijwel elke afgebeelde vogelverschrikker hopeloos wordt geklieft.

Daarentegen zijn de teksten en onderwerpkeuze verrukkelijk. In het mooiste essay legt Sophie Olie uit dat de Griekse Priapos of Romeinse Priapus als beschermgod van tuinen, wijngaarden en schaapskudden gold. Zijn enorme fallus verwijst ook wel naar vruchtbaarheid, maar meer nog naar afschrikking als beschermer van kruispunten of terreinafbakening. ,,Standbeelden van Priapus werden op duidelijk zichtbare plekken neergezet, meestal op een verhoging. Ze stonden altijd alleen en er was een bepaalde onderlinge afstand.'' Studie onder kapucijnapen leerde volgens Olie dat de mannetjes zelfs bij een vermeende bedreiging van de groep, deze beschermend de rug toekeerden, waarbij ze hun fallus toonden. ,,Dit gedrag is niet enkel een dreigement, maar tevens de belangrijkste demonstratie van rang binnen de groep. Het presenteren van het genitaal dient ertoe het territorium voor vreemden vast te stellen en heeft niets te maken met geslachtsdrift.'' Manshoge afbeeldingen van Priapus stonden in het veld als wachter, afbaker en bezweerder van boosaardige geesten of korendemonen die een slechte oogst konden veroorzaken.

Dat de mens de vogelverschrikker naar zijn eigen verschijningsvorm modelleerde, verklaart Olie in uiterst aangename logica met de destijdse angst voor korengeesten. ,,Bij de graanoogst werden ze 'gevangen' door de laatste korenhalmen af te snijden. Van de laatste schoof werd en wordt soms nog een pop gemaakt in de 'verschijningsvorm' van de geest. Na de oogst wordt hij in de velden gezet tot het nieuwe seizoen. Hij waakt over het terrein waar hij als het ware eerst in verscholen ging, en hij is van een demon veranderd in een wachter die zorgt voor een vruchtbaar jaar.''

Een prachtige duiding, die zichzelf al verhalend illustreert want wat is de functionele vorm van een korenschoof anders dan de menselijke afbeelding, en dus de oervorm van de vogelverschrikker zelf?

Vijanden kent de vogelverschrikker niet, tenzij het fanatieke demonstranten in Teheran of Amman zijn die poppen van Ronald Reagan of Benjamin Netanyahu verbranden, zoals Hofland in zijn voorwoord stelt. En ook die openbare poppenterechtstellingen kennen hun paradox: ,,Dan was de gebeurtenis voorbij en de betogers gingen rustig naar huis, terwijl in een verre hoofdstad het doelwit van hun wraak zijn televisie uitzette en ongeschonden aan tafel ging.''

In de lucht doemde andersoortige vijandschap op, waar de arme vogelverschrikker al helemaal geen greep meer op kreeg. De vliegbasis Leeuwarden gaf De Beyerd de glazen koepelklep van een F16-cockpit in bruikleen, die na een 'vogelaanvaring' aan flarden ging. En wat een argeloos passerende eidereend met een stalen straalmotor vermag aan te richten, toont een gerafeld turbinewiel.

'Held op stokken' is een toegewijde, ruim geschakeerde, zowel ernstige als luimige tentoonstelling met navenant trefzeker geschreven boek. Jammer dat de indrukwekkendste en meest vergeefse vogelverschrikker van Nederland ontbreekt: Zadkine's 'Verwoeste stad' in het centrum van Rotterdam. Maar uit het versje als slot van de tentoonstelling put je weer twijfelmoedige logica van de bewapende haas, die bij nader inzien - al dan niet op weg naar de kermis - slimmer blijkt dan hij zich uitdoste:

Over smaak valt niet te twisten,

zei de vos tegen de haas

toen ze elkaar op een malse wei

diep in de ogen keken.

De haas hield van gras,

maar de vos hield van haas.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden