Oog voor een ander

Fietsongeval in Rijswijk. Beeld anp

Veel wetenschappers zouden blij zijn indien de resultaten van hun onderzoek worden gestaafd met voorbeelden uit de dagelijkse praktijk, maar voor de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) zal dit ongetwijfeld niet gelden.

De onderzoekers van deze stichting signaleren al jaren een forse groei van het aantal ernstige ongelukken met fietsers. Vorige week was er veel publiciteit rond drie fietsers die om het leven kwamen: een toerfietser na een botsing met een wielrenner, een jonge wielrenner na een botsing met een auto, en een vrouw die van achter door een motor werd aangereden.

Allerminst heiligen
Overigens is het aantal ongelukken dat dermate fataal afloopt vrij constant; het aantal doden na ongeval onder fietsers schommelt steeds rond de 200 per jaar. Het ongeluk tussen de vrouw die met een toertochtje bezig was en een wielrenner is echter wel illustratief voor het sterk stijgende aantal ernstige ongevallen tussen fietsers onderling, meestal 'beperkt' tot zwaar letsel. Veel wielrenners schijnen zich te ergeren aan de 'langzame' oudere fietsers, die vaak weinig anders doen dan zich in inderdaad rustig tempo voort te bewegen over fietspaden die juist voor het langzamere rijverkeer zijn bedoeld. Veel fietsers ervaren de agressieve vanzelfsprekendheid waarmee nogal wat wielrenners de smalle fietspaden voor zichzelf 'opeisen', als bedreigend en gevaarlijk.

Fietsers zijn allerminst heiligen, zoals voetgangers in Nederlandse steden steeds vaker zullen kunnen beamen. Wie over een trottoir loopt moet zich tegenwoordig aanwennen als over een evenwichtsbalk strak vooruit te bewegen; een klein stapje zijwaarts kan immers een botsing betekenen met een fietser die meent de voetganger van achter rakelings te moeten passeren. In mijn jeugd was het gebruik van de stoep voor anderen dan voetgangers voorbehouden aan de allerkleinsten die het fietsen net hadden geleerd; als je een beetje groter was hoorde je je als fietser naar de straat te verplaatsen. Tegenwoordig racen fietsers van alle leeftijden en in alle uitdossingen tot en met het 'keurige' pak - zo'n fietsduivel roept bij mij altijd het gezegde op: al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding - over de voetpaden. Als ze je van voren tegemoet fietsen kijken ze je vaak aan met een brutale blik van 'wat doe jij wandelaar op 'mijn' stoep?'

Stereotype GroenLinkse fietser
Fietsers, wielrenners, scooters, automobilisten; zij vormen een dwarsdoorsnee van de Nederlandse samenleving. En dan lijkt het aantal mensen dat geen rekening wenst te houden met een ander, toe te nemen. Sommigen zullen dat wijten aan liberalen met hun verlangen naar ruimte voor burgers om hun eigenbelang na te jagen. Maar ruimte bieden aan het volgen van je eigen keuzes staat allerminst gelijk aan het over de medeburger heen walsen.

In karikaturale voorstellingen zijn het vooral VVD'ers die zo hard mogelijk over de linkerbaan van de snelweg wensen te scheuren. Dat beeld stoelt niet op enig onderzoek naar correlaties tussen politieke voorkeur en weggedrag. Bij zulk onderzoek zou bovendien dus ook het verkeersgedrag van wielrenners en van fietsers op trottoirs moeten worden betrokken. Benieuwd of de stereotype GroenLinkse fietser zich dan in het verkeer voorkomender gedraagt dan de even stereotype VVD-automobilist. Een aantal bekende politici die in het verleden met hun auto - al dan niet met dronken kop - tegen paaltjes of anderen opreden, behoorden in elk geval tot PvdA of CDA.

Boeiender zou het eigenlijk zijn indien kon worden nagegaan of politici die de mond vol hebben van 'sociale' politiek of naastenliefde, dergelijke deugden ook zelf in hun dagelijkse weggedrag - of blijkens andere omgangsvormen - beoefenen. Mijn ervaring is dat mensen die van de daken schreeuwen hoe 'sociaal' ze zijn zelden degenen zijn die werkelijk rekening houden met hun medeburgers. Medemenselijkheid behoeft geen camera of megafoon; wie graag de eigen 'goedheid' uitvergroot getuigt bovenal van zelfgerichtheid.

Het meer scheiden van fietspaden tussen snel en langzamer tweewielerverkeer kan bijdragen aan de verkeersveiligheid, hoewel daar alleen al in fysieke zin beperkingen aan zitten. Ergens zullen die gescheiden paden elkaar voorts ook weer moeten kruisen. Zonder mentaliteitsverandering zal het aantal ongelukken toch maar moeizaam drastisch zijn terug te dringen. De grote vraag is hoe het zo vaak in stilte vertoonde goede gedrag kan doordringen uitgerekend tot mensen die toch al zo weinig oog voor hun omgeving hebben.

Patrick van Schie is historicus en directeur van de Teldersstichting, het onafhankelijk wetenschappelijk bureau ten behoeve van het liberalisme gelieerd aan de VVD. Hij schrijft deze column op persoonlijke titel.

 
Medemenselijkheid behoeft geen camera of megafoon; wie graag de eigen ‘goedheid’ uitvergroot getuigt bovenal van zelfgerichtheid.
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden