Oog in oog met bloed en modder

¿The Menin road¿ (1919) van Paul Nash verbeeldt het door bommen verwoeste land rond het Belgische Ieper. (Trouw)

Haar beroemde romantrilogie speelde zich al af in de Eerste Wereldoorlog. Pat Barkers jongste boek gaat over kunstenaars die worden overvallen door dezelfde oorlog. Wat doet dat met hun ambities als schilder?

Twaalf boeken publiceerde de Britse schrijfster Pat Barker sinds 1982; van al haar werk is haar trilogie over de Eerste Wereldoorlog het bekendst. Na ’De weg der geesten’, het laatste deel van de trilogie, publiceerde Barker vier romans. De nieuwste, ’Modelklas’, kwam dit jaar in Nederlandse vertaling uit. Perfect getimed, want ’Modelklas’ gaat, net als Barkers trilogie, over de Eerste Wereldoorlog, en deze maand was het negentig jaar geleden dat er aan die oorlog een einde kwam.

Niet dat het einde van de oorlog een rol speelt in ’Modelklas’. Als het verhaal begint, rollen we meteen verschillende gevechten in. Nog niet de openlijke conflicten tussen naties, maar de onderhuidse en ongeleide strijd tussen rivalen, zowel in het werk als in de liefde.

Hoofdpersoon van deze roman is Paul Tarrant, een jongen uit een arbeidersgezin, die dankzij het spaargeld van zijn grootmoeder een opleiding kan volgen aan de prestigieuze Slade School of Art in Londen. Deze school bestaat echt; beroemde leden van de tweede generatie ’Bloomsbury’ als Dora Carrington en Mark Gertler, maar ook de befaamde oorlogsschilder Paul Nash, volgden hier een opleiding. Een van de beroemdste docenten was de schilder Henry Tonks, die zijn carrière begon als chirurg en tijdens de Eerste Wereldoorlog een grote rol speelde bij de ontwikkeling van de plastische chirurgie. In ’Modelklas’ treedt hij op als Pauls grote voorbeeld.

Als Tonks tijdens een les modeltekenen opmerkt dat er geen hart zit in Pauls schilderijen, gaat Paul op zelfonderzoek uit. Hij vergelijkt zijn werk met dat van Neville, een succesvolle ex-Slade student, en hij begint een relatie met Elinor, Neville’s vriendin, die door haar ’helm’ van goudblond haar en haar verlangen naar onafhankelijkheid veel van Carrington zelf wegheeft – Carrington op haar beurt had een tijdlang een verhouding met Paul Nash.

Maar dan breekt de Eerste Wereldoorlog uit en komt Paul als verpleger in een veldhospitaal in Noord-Frankrijk terecht. Op dit moment komt Barker echt op gang. Doet het eerste deel van ’Modelklas’ met zijn vele verwijzingen naar historische personages nog wat gewild aan, hier komt haar gave je bijna lijfelijk de wereld van haar personages in te trekken tot volle bloei. Ongenadig en tamelijk abrupt drukt ze je met je neus op de verschrikkingen van het slagveld. Het ene moment zoekt Paul al schilderend de essentie van het Britse landschap, het andere ademt hij de stank in van ’creosootolie, bleekmiddel, ontsmettingsmiddel, aarde, bloed, koudvuur’, verbindt hij het onderlijf van een man wiens penis is afgeschoten, en knipt hij de windsels van een nog bewegend, geamputeerd onderbeen.

Je zou denken dat Pauls verblijf in de hel zijn verlangen naar liefde en erkenning tot luxeproblemen degradeert. Maar zo simpel zit de wereld niet in elkaar. Dat ze dat duidelijk weet te maken is Barkers grootste kracht, zowel in haar trilogie als in deze nieuwe roman. Pauls liefde voor Elinor en zijn poging een ’volwassen’ schilderij te maken, groeien met elke nieuwe gruwel waarmee hij wordt geconfronteerd.

Ondanks de oorlog gaat zijn verlangen in vervulling. Elinor weet voor korte tijd de stad te bereiken waar Paul is gelegerd, en niet lang daarna maakt hij een schilderij, waarvan hij nauwelijks kan geloven dat hij het zelf heeft geschilderd. Zo indringend is zijn weergave van een verpleger en een stervende patiënt, dat hij de verpleger bijna van het schilderij ziet stappen.

Eind goed, al goed? Ook dat zou te simplistisch zijn. Paul raakt gewond en keert naar Londen terug. Daar krijgt hij de langverwachte erkenning voor zijn werk. Maar de kilte van het Londense weer staat symbool voor de koele, bijna steriele verhouding tussen de mensen in de stad. Paul kan aan niets anders denken dan aan de warme kameraadschap die in de hel van het lazaret is ontstaan: „Aan de ambulanceploegen aan het eind van een lange nacht. Aan zuster Byrd die de Salle d’Attente verliet en glijdend en glibberend over de loopplanken naar haar barak ging, waar ze alleen sliep. Hoe eerder hij daar weer was, hoe beter, dacht hij. Hier hoorde hij niet.”

Zal Paul werkelijk teruggaan? Barker laat die vraag open, net als de vraag of Paul de oorlog overleeft. Zo maakt ’Modelklas’ in gecomprimeerde vorm duidelijk wat de trilogie uitgebreid tot uitdrukking brengt: dat leven en overleven twee elkaar uitsluitende begrippen zijn voor wie een oorlog van dichtbij meemaakt. Zo was dat in 1918, en zo is dat negentig jaar later nog steeds.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden