Onzinnige kruistocht tegen streektalen

Zijn streektalen slechts cultureel erfgoed? Onzin, betoogt Drent en streektaalschrijver Anne Doornbos. 'Wat is daarvoor het bewijs?'

ANNE DOORNBOS en SCHRIJVER EN VOORZITTER VAN HET HUUS VAN DE TAOL IN DRENTHE

De, zo lijkt het, persoonlijke kruistocht van schrijver Gerard Stout heeft nu ook Trouw bereikt, na eerdere etappes in de regionale media in het noorden en in sommige van zijn - vele - geschriften (Opinie, 21 oktober). Tijd voor een weerwoord. Het lijkt mij dat ik ten aanzien van Stouts beweringen ("Rol van het dialect is zo goed als uitgespeeld") recht van spreken heb. Ik ben opgegroeid in Erica, hetzelfde dorp als Stout en zanger Daniël Lohues, vrijwel van dezelfde generatie als Stout én schrijver in de streektaal. Al is dat laatste voor Stout passé; hij beperkt zich in het vervolg tot het Nederlands.

Stout is wel een van de meeste gelauwerde schrijvers in het Drents. Onlangs kreeg hij de Culturele Prijs van Drenthe voor zijn Drentstalige verhalen en romans. Maar inmiddels begint zijn aversie tegen diezelfde streektaal merkwaardige vormen aan te nemen.

undefined

Anekdotes

Voorstanders staven hun opvattingen over de waarde van regionale talen met (pseudo)wetenschappelijk onderzoek waarvan de baten bij voorbaat vaststaan, betoogt hij. En als die uitslag niet past, volgen anekdotes uit de persoonlijke levensloop, vindt Stout. Die anekdotes zal ik dus vermijden. Maar zijn beweringen over het wetenschappelijk onderzoek, onderbouwt hij niet.

Merkwaardig is dan wel dat hij vervolgens zijn persoonlijke ervaringen als scheikundedocent ten tonele voert als bewijs voor zijn eigen stellingen. Niks wetenschappelijks aan, dunkt me. Evenmin als zijn karikaturale analyse van het taalgebruik in gezinnen, waar volgens Stout slechts in bevelsstructuur gesproken werd en geen gedachtenwisselingen plaatsvonden. Dat herken ik totaal niet. Ik ben opgegroeid in een gereformeerd boerengezin, waarin ruimte was voor persoonlijke gesprekken en lezen vanzelfsprekend was. En lezen gestimuleerd werd: ik was al jong lid van de bibliotheek in Erica, net als Gerard Stout.

Stout stelt dat laaggeletterdheid samenhangt met regionale talen, zo u wilt dialecten. Hij staaft dat met cijfers uit krimpgebieden en steden uit de Randstad. Maar daarin gaat hij volkomen voorbij aan de voornaamste oorzaak van laaggeletterdheid, namelijk sociaal-economische achterstand. Er is een directe relatie tussen het al dan niet hebben van werk en laaggeletterdheid, zo is ook te lezen in het rapport van het Expertisecentrum Beroepsonderwijs uit 2011.

Datzelfde rapport meldt dat de laaggeletterdheid al sinds 1994 in Nederland toeneemt. Dat kun je dan moeilijk wijten aan het teruglopende gebruik van streektalen, denk ik dan. Of, andersom geredeneerd, misschien juist wel.

undefined

Erkenning

Dankzij de beperkte woordenschat van de streektalen is hun rol bij het in "verwarring brengen van kinderen tijdens hun groei, zodat ze zelf leren nadenken en keuzes maken" op korte termijn uitgespeeld, betoogt Stout. Deze stelling gaat voorbij aan de groeiende belangstelling voor die streektalen en de erkenning ervan door de overheid. En dat niet alleen in Nederland, maar ook in streken als Catalonië en Wales, waarvan de talen door Stout ook worden afgeschreven.

Maar goed, dankzij Stout weet ik nu wat er in mijn jeugd misgegaan is. Hadden mijn ouders mij maar opgevoed in het Nederlands in plaats van mij met vrijwel onverstaanbare eenlettergrepige klanken in het gareel te houden! Dan had ik leren nadenken en mijn eigen keuzes kunnen maken. En had ik kunnen studeren, was ik misschien wel op mijn dertigste directeur geworden van een welzijnsinstelling en ooit met pensioen gegaan als gemeentesecretaris.

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden