Onzichtbare watervreters

De productie van eten en drinken is goed voor 85 procent van het jaarlijkse waterverbruik in de wereld. Een ander menu haalt meer uit dan korter douchen, stelt hoogleraar watermanagement Arjen Hoekstra.

Je kunt beter thee drinken in plaats van koffie en bier in plaats van wijn. Dat heeft niet zo zeer te maken met de invloed op de gezondheid, als wel met de watervoetafdruk van deze producten. Voor de productie van thee is minder land nodig dan voor de koffieteelt en dat vergt dus ook minder water. Het maken van een kop koffie kost 140 liter water, een kop thee 30 liter, heeft de Twentse hoogleraar watermanagement Arjen Hoekstra uitgerekend.

Hoekstra beseft dat de consument nooit zijn kopje koffie zal laten staan, ook al weet die dat dat kopje ongeveer een badkuip meer water kost dan een kop thee. "Daarom richt ik mijn pijlen op de voedingsmiddelenindustrie en de supermarkten. Die moeten zorgen voor een duurzamer watergebruik door de hele voedselketen, want de landbouw is een grootgebruiker."

Van het jaarlijkse waterverbruik in de wereld is 85 procent toe te schrijven aan het fabriceren van ons eten en drinken. Dat neemt alleen maar toe door een groeiende bevolking en toenemende welvaart, weet de hoogleraar. "Bij meer welvaart gaan mensen hun menu veranderen. Ze consumeren bijvoorbeeld meer vlees en zuivel, die in de productie juist veel meer water vergen. Water is in principe een hernieuwbare grondstof, het blijft immers regenen, maar omdat het verbruik toeneemt en de regenval constant blijft moet er wel iets gebeuren. Je ziet al dat er in waterarme gebieden fossiele grondwatervoorraden worden aangesproken. Dat is niet duurzaam."

Om die noodzakelijke bewustwording te bewerkstelligen heeft Hoekstra tien jaar geleden de watervoetafdruk bedacht en in de jaren erna uitgewerkt. Zo is zeer inzichtelijk gemaakt wat de belangrijkste voedingsmiddelen aan zoet water nodig hebben om te groeien en uiteindelijk via een hele keten op het bord van de consument terecht te komen. "Dat waterverbruik is lang verborgen geweest, maar de voetafdruk werpt er een nieuw licht op. Bedrijven zijn zich meer en meer bewust van hun waterverbruik waar dat voorheen als gegeven werd aangenomen. Het is echt een onderwerp aan het worden."

Hoekstra is ook toezichthouder van het Water Footprint Network waarbij inmiddels 200 bedrijven zijn aangesloten die zoeken naar een duurzamer gebruik van water. "Neem Coca-Cola, dat zich als een van de eerste bedrijven meldde. Hun watervoetafdruk is vooral groot door het suikergebruik. Soms is de suiker geteeld in droge gebieden. Dat behoeft veel irrigatie en vergroot daarmee de kans op vervuiling van oppervlaktewater en verdroging. Als je puur kijkt naar de teelt, verbruikt rietsuiker het meeste water, meer dan de derivaten uit mais. Bietsuiker is het gunstigst. Het verschilt uiteraard per regio. Wij leveren de gegevens aan en doen de nulmeting. Coca-Cola moet dat dan voor elke regio tegen het licht houden."

Het frisdrankenconcern is inmiddels drie jaar bezig. "Dat heeft veel opgeleverd in het denken binnen het bedrijf, maar nog niet in daadwerkelijke vermindering in waterverbruik en -vervuiling in de keten", erkent Hoekstra. "Het zijn doorgaans complexe concerns met veel managementlagen. De verantwoordelijke voor duurzaamheid is iemand anders dan de verantwoordelijke voor inkoop. Ze weten ook niet precies wie hun toeleveranciers zijn in al die regio's waar ze werken "

Dat geldt voor veel producten. "Neem bijvoorbeeld katoen, ook zo'n watervreter. Een bedrijf als C&A inventariseert nu waar al hun katoen vandaan komt, om daar de watervoetafdruk van te schatten. Die is zelden duurzaam, denk maar aan het opdrogen van de Indusrivier door de irrigatie van katoen in Pakistan of de watervervuiling in de katoenindustrie in Bangladesh. Maar als je bij katoen begint over watergebruik fronsen er vele wenkbrauwen. Dat duurzaamheid ook over water gaat, daar hebben de meeste kledingfabrikanten nooit bij stilgestaan. Er zitten veel ingesleten gewoontes bij grote bedrijven."

Is Coca-Cola de zaak niet aan het traineren? "Als je het negatief wilt bekijken, dan vraag je je af waarom ze niet eerder wat hebben gedaan. Maar ik begrijp dat wel vanuit zo'n bedrijf. Het is zo'n nieuw onderwerp en het zijn lange ketens. Verandering kost veel tijd. Of het nog gaat lukken? Ik ben niet optimistisch dat het allemaal vrijwillig zal gaan gebeuren. Daarom hoop ik op druk vanuit de consument, vanuit milieugroepen, en uiteindelijk ook vanuit de supermarkten. Die laatste regisseren de keten en kunnen duurzaamheidseisen stellen."

Het waterprobleem wordt steeds urgenter, zegt Hoekstra. "Er zijn al gebieden waar rivieren soms de zee niet eens meer halen. De Gele Rivier in China bijvoorbeeld. Industrie, huishoudens en boeren tappen steeds meer water af. De Colorado in de Verenigde Staten is ook zo'n voorbeeld. Die komt droger en droger te staan. Dat betekent dat er steeds vaker een beroep moet worden gedaan op grondwater. Op veel plekken zakt het grondwaterpeil jaarlijks met een meter. Dat is niet duurzaam."

Naast de productiegroei is het bedrijven van landbouw in droge gebieden een andere oorzaak van watertekorten. "Noord-China exporteert voedsel naar Zuid-China, terwijl het noorden een droog gebied is waar het niet veel regent. Daar is nu een groot grondwaterprobleem aan het ontstaan. Als gevolg gaan de Chinezen in Afrika land opkopen voor landbouw. In feite is dat een waterprobleem, maar dat proces is slecht zichtbaar."

Oezbekistan is ook een duidelijk voorbeeld van teelt op de verkeerde plek, vindt Hoekstra. "Dat land is een van de grootste katoenproducenten, maar h voornamelijk woestijn. Dat is niet logisch, want katoenteelt vraagt zeer veel water. Met de fabricage van een enkel T-shirt is al 2700 liter water gemoeid. Het gevolg is dat het Aralmeer, ooit een van de grootste waterbekkens ter wereld, nagenoeg is drooggevallen."

Een land als Nederland heeft zat water, maar importeert relatief veel goederen met een hoog waterverbruik. De Nederlandse watervoetafdruk ligt voor 95 procent in het buitenland. "Water is een mondiale grondstof. De watervoetafdruk laat dat mooi zien. Nederland importeert eigenlijk water. Dat is niet alleen via katoen uit Oezbekistan, Turkije en Pakistan, maar ook via veel andere landbouwproducten. Veevoer uit Zuid-Amerika dat nodig is voor de vleesproductie, boontjes uit Kenia, asperges uit Peru, aardbeien uit Zuid-Spanje, om maar wat te noemen. Het zijn toch erg vaak gebieden waar het weinig of niet regent en waar dus veel geïrrigeerd moet worden. Het zou goed zijn als de consument dat weet als hij in de supermarkt staat. Waterverbruik van levensmiddelen is nu niet expliciet gemaakt, maar een aangepast menu zet veel meer zoden aan de dijk dan bijvoorbeeld korter douchen."

Hoekstra's ideale wereld is er een waar landbouw voornamelijk plaatsvindt in regengebieden. "De wereld kan zeker gevoed worden vanuit louter regengebieden, maar zo ver is het nog lang niet. Waar je mee kunt beginnen is in gebieden die irrigatie nodig hebben die irrigatie te verminderen. Dat kan met slimme technieken. Daarmee zijn enorme winsten te behalen. Er wordt veel water verspild, maar daar wordt amper over nagedacht. Opbrengst per hectare is altijd het leidend criterium. In droge gebieden zou opbrengst per druppel water logischer zijn."

Omdat zoet water schaars wordt en het een onmisbare grondstof blijft, pleit Hoekstra voor overheidsbeleid dat het maximale verbruik van water per stroomgebied per jaar vaststelt. "Deze watervoetafdruk-caps gaan uit van de regenval in een stroomgebied van een rivier. Een deel van het water gaat naar landbouw, industrie en huishoudens, een deel gaat naar de instandhouding van ecosystemen. De politiek deelt toe."

Dat is soms lastig, realiseert de waterexpert zich. "In Kenia bijvoorbeeld telen ze bloemen die worden geëxporteerd naar Europa. Dat schept banen en er wordt veel geld mee verdiend. De teelt vindt echter wel plaats in een droog gebied en verbruikt en vervuilt meer water dan nodig, wat effecten heeft op het lokale ecosysteem. Dat is niet duurzaam. Een keuze pro duurzaamheid is gezien de economische voordelen op korte termijn wel lastig. Ik hoop echter op verandering. Door keuzes van de kritische consument in de winkel en door bedrijven die de juiste investeringen doen in de keten."

Koffiemarkt is H2O-handel
Koffie is het belangrijkste agrarische handelsproduct ter wereld. De productie ervan is zeer waterintensief. Per kop komt het neer op 140 liter water. Dat betekent dat voor elke kop koffie van 125 milliliter 1120 koppen water nodig zijn. Water dat ook voor iets anders gebruikt kan worden. Koffiehandel is dus ook waterhandel. De totale Nederlandse koffieconsumptie bedraagt 2,4 procent van alle gebruikte koffie in de wereld. Daarmee is jaarlijks 2,6 miljard kubieke meter water gemoeid. Dat is ruim een derde van al het water dat jaarlijks door de Maas stroomt.

Bron en meer informatie: www.waterfootprint.org

Bedenker van de watervoetafdruk
Arjen Hoekstra (1967) studeerde civiele techniek aan de TU Delft en is nu hoogleraar watermanagement aan de Universiteit Twente. Als waterexpert adviseert hij regeringen, maar ook bedrijven, maatschappelijke organisaties en instellingen als Unesco en de Wereldbank. Vanaf 2002 ontwikkelde hij het begrip watervoetafdruk om zicht te krijgen op de verborgen liters water die in de vorm van consumentenproducten de wereld overgaan. Daarna richtte hij het Water Footprint Network op waar bedrijven hun watergebruik kunnen laten doorlichten en plannen kunnen maken om dat te verminderen. Op Wereldwaterdag (donderdag 22 maart) wordt zijn nieuwe boek gepresenteerd: 'The Water Footprint Of Modern Consumer Society'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden