Onzeker, maar niet over zijn kunst

Rien van Holland 1930-2014

Zijn leven lang is Rien van Holland op zoek geweest naar zekerheden. Die vond hij vooral in de beeldende kunst. Over zichzelf kon hij onzeker zijn, maar niet over de talloze tekeningen, schilderijen en gedichten die hij tot zijn dood maakte. Zijn werk was goed, daar kon geen twijfel over bestaan.

De bron van Riens onzekerheid lag in zijn jeugd. Zijn moeder begreep haar artistieke zoontje met zijn bijzondere gaven niet. Net zeven jaar oud kon Rien al prachtige tekeningen maken in zijn 'teekencahier'. Op school kreeg hij een 9 voor tekenen - en een 3 voor rekenen. Thuis kon hij zich al tekenend terugtrekken in zijn eigen wereld. Met zijn vader, directeur van het Amersfoortse filiaal van de Amsterdamsche Bank, had Rien wel een goede band, maar die kon weinig tijd aan zijn enige kind besteden. In 1941 vertrok Riens moeder naar Middelburg. Een tante nam haar plaats in.

Op de Rijks HBS in Amersfoort vond Rien een luisterend oor bij zijn lerares Nederlands. Met haar kon hij goede gesprekken voeren. Ze kocht schetsboeken voor Rien en stimuleerde hem om naar de Rietveld Academie voor beeldende kunsten te gaan. In de culturele wereld van Amsterdam bloeide hij op. Op de academie leerde hij teken- en schildertechnieken, bij het Concertgebouworkest kon hij zijn liefde voor klassieke muziek kwijt. In de binnenzak altijd een schetsboekje om dirigent Eduard van Beinum of een van de musici in vast te leggen.

De bescheiden toelage van zijn vader besteedde Rien liever aan verf en kwasten dan aan eten. Hij ging ook gedichten schrijven, mede geïnspireerd door de zeer bewonderde Gerrit Achterberg, bij wie hij begin jaren vijftig logeerde. In de bundel 'Getuigen tegenover Achterberg' (2012) verhaalt Rien van Holland over de bijzondere ontmoeting. De tekeningen in de bundel zijn door Rien gemaakt.

Via een hospita kwam hij in Amsterdam in contact met de rooms-katholieke kerk. De christelijk-gereformeerde student werd gegrepen door de mystiek en de verering van Maria, in wie hij een liefdevolle moeder zag. Rien kon hevig onder de indruk en zelfs in de ban raken van een kunstenaar, denker of godsdienst, maar had er ook behoefte aan om zelf bewonderd te worden, als bevestiging dat hij een geslaagde tekening of een mooi schilderij had gemaakt.

Na baantjes op de reclame-afdeling van papiergroothandel Bührmann en bij museum Ons' Lieve Heer op Solder ging Rien eind jaren vijftig als creatief therapeut werken in jeugddorp De Glind. Probleemjongeren een uitlaatklep bieden door ze te leren tekenen, schilderen of beeldhouwen bleek hem op het lijf geschreven. In zijn gedrevenheid was Rien niet te stuiten: hij richtte in De Glind een tamboerkorps op, waarvoor hij de vlag en kleding ontwierp, en een toneelvereniging.

Zijn beroepsmatige bestemming vond hij pas goed in de psychiatrie. In het psychiatrisch ziekenhuis Wolfheze werd Rien creatief therapeut. Met zijn lange wapperende haren, Franse baret en versleten manchesterbroek viel hij arbeidstherapeut Anneke Runau op. Dat bleek wederzijds. "Anneke, mag ik je een keer tekenen?" was zijn openingszin. De eerste zoen werd gewisseld tijdens de 'Love-in' in de personeelsoos van Wolfheze. Rien was achttien jaar ouder, maar dat was geen probleem omdat hij volgens Anneke 'eeuwig jong' is gebleven. Bovendien bleken ze een vergelijkbare jeugd te hebben meegemaakt.

Humor
Ze trouwden in 1969 en al snel werden twee dochters geboren. Het gezin verhuisde naar Zandvoort omdat Rien als therapeut in psychiatrisch ziekenhuis Santpoort ging werken. Omgaan met psychiatrische patiënten was zijn passie. "Hij stond bekend om zijn humor en deed net zo gek mee. Daarmee pakte hij de mensen", zegt Anneke. In hun nieuwe huis in Heerhugowaard werd de jongste dochter geboren. Ze bleek verstandelijk beperkt. Pas na zeven moeizame jaren werd die diagnose gesteld.

Na zijn omzwervingen langs werkgevers en woonplaatsen bleek Heerhugowaard de plaats waar Rien zich definitief nestelde. Anneke en hij gingen als vrijwilliger in het buurthuis werken. Zijn creatieve gaven wendde Rien aan voor scholen, sportverenigingen en kerken waarvoor hij kunstobjecten en illustraties maakte. Hij werd een plaatselijke bekendheid die zich graag bij allerlei gelegenheden liet zien en daar met mensen in gesprek raakte.

Naast zijn werk in Santpoort gaf Rien privé teken- en schilderles. De garage achter het huis werd bestemd tot atelier. Kinderen kwamen graag voor tekenles bij 'meneer Rien'. Door zijn ervaring in de psychiatrie kreeg hij gesloten kinderen met gedragsproblemen aan het praten.

Net zoals Rien zich als kind in zijn eigen wereld kon terugtrekken, was zijn atelier ook de plek waar hij de rust vond om te schilderen en te tekenen. Voor Anneke, die het gezin en de huishouding draaiend moest houden, was dat weleens moeilijk. Het geloof zorgde af en toe ook voor spanningen. Rien was na zijn katholieke periode teruggekeerd in de gereformeerde kerk om daarna warm te lopen voor de gereformeerd vrijgemaakte kerk. Uiteindelijk sloot hij zich aan bij de PKN. "Rien was op zoek naar God. Daar heeft hij altijd een kerk bij nodig gehad."

Ook op politiek gebied was hij zoekend. Van huis uit ARP switchte hij naar de Partij van de Arbeid en later naar de ChristenUnie om - tot genoegen van Anneke - te eindigen bij de SP. Rien trok zich het lot van armen en misdeelden sterk aan en spiegelde zich aan rebelse figuren. In zijn Provo-tijd hingen posters met Fidel Castro en Che Guevara aan de muur; later tekende en schilderde hij tegendraadse mensen als Annie M.G. Schmidt, Joop den Uyl, bisschop Tiny Muskens, Harry Kuitert en pater Jan van Kilsdonk.

In de jaren negentig groeide bij Rien en Anneke de gezamenlijke overtuiging dat er meer moest zijn tussen hemel en aarde. Hun jongste dochter zag en hoorde dingen die haar ouders niet begrepen, zoals een engelenwereld. Door de antroposofische leer van Rudolf Steiner te bestuderen 'vielen de puzzelstukken op hun plaats': hun dochter was een van de 'nieuwetijdskinderen' die met een boodschap op de wereld zijn gekomen. Dat maakte haar beperkingen beter te aanvaarden, maar in 2006 moest ze toch naar een instelling omdat de zorg thuis niet meer was vol te houden.

Rien bleef gestaag tekenen, schilderen en dichten. "Ik schrijf met verf en schilder met woorden", zei hij daar zelf over. Zijn veelzijdige oeuvre groeide uit tot zo'n drieduizend tekeningen, aquarellen, acryl- en olieverfschilderijen en vele honderden gedichten. Dat leverde hem de aandacht en waardering op waar hij naar hunkerde - al had hij dat volgens vrienden zelf niet zo in de gaten.

Rien maakte het liefst portretten, om het wezen van een mens te kunnen vastleggen. Liefst met een model in levenden lijve, maar van een foto lukte het ook als hij een 'klik' met de persoon voelde. Zoals met psychiater Herman van Praag, na het lezen van een interview in Letter & Geest. "Ik moet dat portret nog afmaken", zei hij tegen Anneke. Een hartstilstand belette de uitvoering. In Riens atelier staat het onvoltooide schilderij van Van Praag nog op de schilders-ezel. In het interview heeft Rien een citaat onderstreept: 'Wij zijn bovenal onze geest'.

Marinus (Rien) van Holland werd geboren op 12 juli 1930 in Amersfoort. Hij overleed op 11 januari 2014 in Heerhugowaard.

Zijn gedichten waren mede geïnspireerd door Gerrit Achterberg, bij wie hij begin jaren vijftig logeerde

Zelfportret. Kinderen kwamen graag voor een tekenles bij 'meneer Rien'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden