ONZEKER EN BANG WANKELT BJELI KOLP NAAR DE TOEKOMST

Misschien is Bjeli Kolp maar een miezerig vlekje, ver van het grote leven. Maar dat wil niet zeggen dat de inwoners - arme sloebers, boerenarbeiders, sowchozniki - zich niks voelen. Ze kijken op een bepaalde manier zelfs neer op die “idioten van politici”, die hun kinderachtige en gevaarlijke spelletjes opdringen aan het “gewone volk”. Wat in Bjeli Kolp gebeurt, levert tenminste iets concreets op. En dat kan van het referendum niet gezegd worden, vinden de inwoners.

WERA DE LANGE

Een jaar lang heeft de 'Staatsboerderij vernoemd naar Kalinin' van Bjeli Kolp zijn bestaan weten te rekken als 'aandeelhoudersmaatschappij', vernoemd naar niemand. Maar nu is de knoop doorgehakt: sinds twee maanden bestaat de staatsboerderij oftewel 'aandeelhoudersmaatschappij' niet meer. Ze is uit elkaar gevallen in kleine eenheden van vrijwillig samenwerkende boeren, die voor het eerst in hun leven werkelijk op zichzelf en elkaar zijn aangewezen.

Stallen, koeien en kalveren, tractoren, trucks, zaai- en pootgoed, alle onroerend goed en levende have van de staatsboerderij zijn verdeeld over deze kleine, werkelijk-vrijwillige cooperaties. Nog niet eerder hebben de inwoners van Bjeli Kolp meegemaakt dat ze niet kunnen rekenen op een vast, voor iedereen gelijk maandloon. Sinds de grote hervorming in februari moeten ze hun inkomsten in het zweet des aanschijns zien te verdienen; de hoogte van hun loon hangt af van de winst van hun cooperatie. Kijk, dat zijn hervormingen! “Wat hier in het district gebeurt, is tenminste tastbaar”, zegt boer Katok.

Bjeli Kolp - honderddertig kilometer ten noordwesten van de hoofdstad - is niet zomaar het zoveelste voorbeeld van beginnend prive-initiatief op het Russische platteland: er zijn niet veel staatsboerderijen op deze manier doorgestoten naar de kern van de zaak. De ontluikende prive-landbouw in Rusland is vooral een zaak van ingenieurs, agronomen, stadsbewoners-met-opleiding. Zeldzaam zijn de gewone kolchozniki en sowchozniki, die het aandurven voor eigen risico te gaan werken.

De weinige Russische dorpsbewoners die een band met de landbouw hebben behouden, zijn zich te goed bewust van de problemen die hen te wachten staan: geen geld, geen toegang tot kredieten, en dus geen machines, geen investeringen. Andere boerenarbeiders zijn te gedemoraliseerd voor experimenten. Eeuwen van horigheid, de oorlog van Stalin tegen de boeren, plus 63 jaar collectieve verwaarlozing hebben van het Russische dorp niet veel meer overgelaten dan een veilige thuishaven voor ledige drankorgels. Wie iets kon en iets wilde, hield het zelden uit in de sowchoze (gewone staatsboerderij) of kolchoze (als cooperatie vermomde staatsboerderij). Dit alles gold en geldt nog sterker voor de arme, verzuurde gronden in Centraal-Rusland dan voor de rijke, Zwarte Aarde in het zuiden.

Het verhaal van het dorpje Bjeli Kolp is daarom vrij uitzonderlijk. Niet dat de inwoners zich helden voelen, verre van dat. Ze weten zelfs niet zo goed wie de hoofdrolspelers zijn in hun revolutie. “Het is eigenlijk net als met de Sowjet-Unie”, lacht mevrouw Vinogradova, voormalig boekhoudster van de staatsboerderij. “Op 17 maart 1991 stemden bijna alle Sowjet-burgers voor het voortbestaan van de Unie, en vervolgens viel de Unie uit elkaar. Hier in het dorp kozen we vorig jaar allemaal voor het voortbestaan van de staatsboerderij, als aandeelhoudersmaatschappij. En vervolgens ging iedereen een andere kant op.” Nu is zij boekhoudster van 'Cooperatie De Bron'. “Alleen de duivel weet, wie die cooperaties hier heeft verzonnen”, zegt ze.

Die duivel heet vermoedelijk Nikolaj Iljits Trawkin, de voortvarende leider van het district Sjachowski, waarin Bjeli Kolp gelegen is. Trawkin experimenteert in zijn district met een eigenwijze versie van de markthervormingen. Hij heeft van Bjeli Kolp de 'voorhoede' gemaakt is dat experiment. Hij wordt er op handen gedragen, omdat hij zich werkelijk van dag tot dag interesseert voor hoe het de boeren vergaat.

En dat is ook wel nodig. Heldhaftig en zelfbewust zijn ze niet, de inwoners van Bjeli Kolp. Eerder onzeker, wankelmoedig, en heel erg bang voor de toekomst. Dat geldt zelfs voor de moedigsten, zoals de 39-jarige Stanislaw Katok, tot zakelijk leider gekozen door de kleine zuivelcooperatie 'Kolpjanka' - veertien man, 340 hectare, 217 veel te magere koeien. Hij zegt: “Ik lig 's nachts vaak wakker. Ze verdubbelen in Moskou de benzineprijs en dat kost ons dan in een klap de verdienste van een hele maand werken.”

Hij zucht. “En ik denk ook vaak: waarom moet bij ons in Rusland alles altijd de verkeerde kant op? De hele wereld neigt naar concentratie van grondbezit, naar steeds grotere boerenbedrijven. En intussen zijn wij nog bezig de boel op te splitsen in kleine bedrijven.”

Stanislaw Katok weet dat zijn koeien zwaar ondervoed zijn; het is niet uit trots dat hij ons de stal van de cooperatie laat zien. “We moeten het tot half mei uitzingen met veel te weinig veevoer. Daarna kunnen ze de wei in, en dan wordt alles makkelijker. Ik zou willen dat we zelf meer voedergraan konden verbouwen. Maar we hebben nog niet eens genoeg zaaigoed voor dertien hectare.” Een luxueuze start is de erfgenamen van 'Vernoemd naar Kalinin' niet gegund. Het blijft voorlopig sappelen. “Ik weet niet of mijn zoon een beter leven krijgt. Als ik dat nou tenminste zeker wist, dan zou het me allemaal makkelijker afgaan”, zegt Katok. “Mijn vader hoopte dat k het beter zou krijgen, en daar is niet veel van terecht gekomen.”

Katok vertelt over zijn conflicten met de voormalige bazen van wijlen de staatsboerderij, die proberen de beste stukjes voor hun eigen cooperaties ('Vriendschap' en 'Akker') te bewaren: de beste tractoren, de beste grond, de nieuwste stallen en het meeste zaaigraan. Maar Katok vertelt ook dingen, waar wij - buitenstaanders en leken - erg enthousiast van worden: in twee maanden tijd is de melkgift van de koeien van Katoks cooperatie verdubbeld. “Dat komt gewoon doordat de koeien geregeld, op vaste tijden, te eten krijgen. Ze krijgen nog steeds veel te weinig. Maar er wordt tenminste voor ze gezorgd.”

Dat was vroeger anders. “Sinds twee maanden wordt er niet meer gestolen. Daar komt het op neer”, zegt Katok. In kolchozen en sowchozen jatten de arbeiders traditioneel als raven. Toen de staatsboerderijen werden omgezet in aandeelhoudersmaatschappijen, stalen de boeren nog meer. De sowchozniki gaven het gestolen voer aan hun eigen privekoeien of, vertelt Katok, “ze verkochten het voor wodka”. De koeien van de staatsboerderij stierven dan ook als ratten, terwijl machines werkeloos stonden weg te roesten, bij gebrek aan losse onderdelen - die waren geroofd. “Nu stelen we niet meer, want nu is dit allemaal werkelijk van ons.” Dat is toch een enorme omwenteling? “Jazeker, dat is een grote revolutie. Maar worden we er zelf ook beter van? Dat moet nog blijken”, zegt Stanislaw Katok.

Opvallend aan de inwoners van Bjeli Kolp is de intensiteit waarmee ze de veranderingen volgen die in hun eigen hoofd plaatsvinden: “Jeltsin kan zich zichzelf niet zo maar verbouwen van een communistische partijbaas in een democraat. Wj kunnen onszelf ook niet zo maar verbouwen. Voordat we weer geleerd hebben dat het land van ons is, dat niemand voor de koeien zorgt als we het niet zelf doen . . . dat duurt een generatie. Het is een zware psychologische last, die we alleen maar kunnen dragen doordat de leiding van het district ons steunt”, zegt Katok, die houdt van een beetje gewichtige termen.

De burgemeester van Bjeli Kolp, de leraar agronomie Petsjagin verzucht: “Ik heb geen hypnotische gave meegekregen. Ik kan er niet voor zorgen dat een man van de ene op de andere dag ophoudt met drinken, stelen en luieren. Ik voel op een of andere manier ook niet voor het standpunt dat het met harde discipline moet, a la Stalin. Er zijn hier veel mensen, die er wel zo over denken, vergis je niet. Maar ik ben het sinds de glaznost geleidelijk aan heel anders gaan zien. Russen kunnen niet ten eeuwigen dage in angst leven. Het moet allemaal zijn tijd hebben.”

De burgemeester - een schriele, verlegen man, die al onder Brezjnjew meedraaide in het dorpsbestuur - beschrijft hoe de nieuwe cooperaties de zwakste broeders van het dorp eerlijk onder elkaar hebben 'verdeeld'. “Tja, dat ging eigenlijk vanzelf: 'Jij neemt Petrow? Goed, dan nemen wij Iwanow wel.' Russen brengen het toch niet op zulke mensen aan hun lot over te laten. Dat moet ook niet.”

De gepensioneerden van de sowchoze zijn ook 'verdeeld'. “Die klagen nooit, de gepensioneerden. Ze hebben een zwaar leven achter de rug. Ze zijn geduldig en ze snappen waar het allemaal goed voor is. Iedere gepensioneerde heeft een vaste persoon in een van de cooperaties toegewezen gekregen, die er op moet toezien dat de ouderen niet tekort komen”, vertelt burgemeester Petsjagin.

Niet in een revolutionaire roes, maar voorzichtig en bangig bouwen de inwoners van Bjeli Kolp aan een andere samenleving. Om dat referendum zitten ze intussen niet te springen. “Het hindert ons, dat referendum”, zegt burgemeester Petsjagin. “Het kost ons tijd; je moet toch weer met de auto naar Sjachowskaja om stembiljetten op te halen, en dat soort dingen. Hoe graag zouden we de cooperaties niet wat kapitaal meegeven! Het is moeilijk genoeg voor ze, zonder al die geldzorgen. Laten ze daar die miljoenen roebels aan uitgeven, in plaats van aan dat referendum.”

Dat neemt niet weg dat de gemeenschap van Bjeli Kolp braaf een commissie “van twaalf hardwerkende burgers” heeft verkozen, gordijntjes voor de stemhokjes heeft aangeschaft, een hoek in het Cultuurhuis heeft vrijgemaakt en een lijst van (931) stemgerechtigde burgers heeft aangelegd.

“Ik heb meer dan genoeg van al die politiek”, zegt boer Stanislaw Katok. “Vertrouwt u mij of vertrouwt u hem? Keurt u dit-of-dat goed? Verkiezingen! Wat moeten we er allemaal mee? We moeten aan de economie werken, niet aan politiek doen.” Het is de kreet in Rusland op dit moment: weg met de politiek, leve de economie!

Boekhoudster Orlowa walgt nog meer dan Katok van al dat gekijf in Moskou. “Al die speculatie, het is toch vreselijk. Op de televisie is nu reclame voor een of ander heel duur restaurant in Moskou. Gelooft u mij: geen van de bezoekers daar, heeft zijn geld met eerlijk werk verdiend. Ik ben nog nooit in een restaurant geweest. Tegen die misdaad en die speculatie moet iets ondernomen worden. Dat zou Jeltsin moeten doen, hij is toch de baas?”

Burgemeester Petsjagin heeft geen idee hoe “zijn schaapjes” gaan stemmen: “Veel mensen zijn nijdig. Veel mensen willen niet in een cooperatie werken. Ze zijn bang. Ik weet niet hoe zich dat gaat wreken.” Uit een merkwaardig soort boerenslimheid weigeren de meesten van onze gesprekspartners te vertellen, hoe ze zondag gaan stemmen. Maar een zekere pro-Jeltsin en anti-Congres-trend laat zich aflezen.

“Iedereen heeft schoon genoeg van die machtsstrijd en niemand is populair hier, ook eltsin niet”, legt boekhoudster Orlowa uit. “Maar de mensen willen rust. En een betere dan Jeltsin is nu eenmaal niet voorhanden.” Ze wordt opeens resoluut als we vragen of ze voor vervroegde verkiezingen van parlement en president is. “Nee, alsjeblieft, geen verkiezingen. Laat er alsjeblieft niet te veel veranderen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden