'Onze vrienden hebben voor enkele topstukken gezorgd'

In een van de oude kloostergangen op de eerste verdieping van het Utrechtse Catharijneconvent, nationaal museum voor religieuze kunst, zit in een vitrine een bijzonder aandoenlijk Christuskindje op zijn billen. Geheel bloot, de knietjes gekruist, een olijke glimlach op het gezicht, in de linkerhand een aardbol, de rechter steekt twee vingers en een duim omhoog. Het middeleeuwse beeldje, Christus als Salvator Mundi, is nog niet zo lang geleden verworven met een schenking van twee oudere zussen uit Deventer, beiden lid van de Vereniging van Vrienden van het Catharijneconvent.

,,Ze gingen altijd mee met de excursies die ik ieder jaar voor de vrienden organiseer'', zegt Niels Koers, die achttien jaar coordinator van de vereniging is geweest. ,,Toen een van de zusters overleed, bleek ze een bedrag te hebben gereserveerd voor een aankoop voor het museum. De directeur had dit beeldje, dat enkele tienduizenden guldens moest kosten, al langer op het oog, maar het was aanmerkelijk duurder dan de schenking. Daarop heeft de achtergebleven zuster het bedrag aangevuld.'' Met het uitstapje naar deze vitrine wil Koers nog eens onderstrepen hoe nuttig en belangrijk het voor een museum kan zijn om er een betrokken vriendenvereniging op na te houden. ,,Als die mevrouw hier komt, is het toch een beetje haar beeldje dat hier staat.''

Vele honderden musea in Nederland beschikken over een vriendenkring; een vereniging van vrijwilligers die zich op de een of andere wijze inzetten voor het museum waarmee zij zich verbonden voelen. Dat doen ze in de eerste plaats door geld te doneren - de oorspronkelijke taak van vriendenkringen, die sinds de 19de eeuw zijn ontstaan. Maar in sommige musea geven de vrijwilligers ook rondleidingen, staan ze in de museumwinkel, maken ze een nieuwsbrief of organiseren ze lezingen. De belangstelling voor deze verenigingen is de laatste jaren flink gegroeid, tussen 1988 en 1994 nam het aantal leden van vriendenkringen toe van 150 000 naar 200 000. De Nederlandse Federatie van Vrienden van Musea (NFVM) beschikt niet over precieze cijfers, maar volgens secretaris Anneke Hoogeweg is er sinds de laatste peiling sprake van een lichte groei. Meer belangstelling voor cultuur, meer vrije tijd en het feit dat musea door gebrek aan financiële middelen en personeel aangewezen zouden zijn op vrijwilligers: het zijn enkele verklaringen voor de toegenomen belangstelling voor vriendenkringen.

In het geval van het Catharijneconvent is de groei die Niels Koers sind zijn komst in 1982 voor de Vereniging van Vrienden wist te bewerkstelligen het gevolg van actieve werving. Was er in zijn begindagen nog sprake van een wat stoffig clubje van misschien 250 oudere pastoors die af en toe een tientje stortten, inmiddels telt de bloeiende vereniging zo'n 1 550 leden. Koers is een regelaar pur sang. Gekleed in een makkelijk vest en met steeds een verse sigaret in de aanslag, beweegt hij zich licht gehaast met de grootste vanzelfsprekendheid via de vele trappen, gangen en liften van de ene naar de andere kant van het pas verbouwde museum. De vriendenkring, waarvan hij in april afscheid neemt, is z¡jn kind, dat is duidelijk. En passant wijst de coordinator een passage aan in het jaarverslag 1998, waarin melding wordt gemaakt van 'het uitreiken van de Gerard Evers-penning aan drs. N. Koers, een onderscheiding van de Nederlandse Federatie van Vrienden van Musea aan personen die een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan het bestaan van een vriendenkring.'

Hoe het zonder Koers verder moet weten ze in het museum nog niet precies. Begin jaren tachtig werd Niels Koers, zoon van een gereformeerde dominee en behept met een grote belangstelling voor religieuze kunst, afgekeurd als leraar Nederlands. Tijdens een bezoek aan het Catharijneconvent dacht hij: ,,Hier zou ik wel iets willen doen, maar dan moet ik zelf een baantje bedenken.'' En zo geschiedde. Koers stortte zich als vrijwilliger op de Vereniging van Vrienden en zette allereerst de 'Catharijnebrief' op, een nieuwsbulletin voor leden dat vier keer per jaar verschijnt. Hij bedacht allerlei manieren om meer vrienden te werven. Zo mochten de leden op de jaarlijkse excursies die hij organiseerde een introducé meenemen. ,,Die werden dan vaak ook weer lid omdat ze het zo leuk vonden'', zegt Koers. Hij zegt het zelf: om van zo'n vereniging iets te maken moet je het leuk vinden om met mensen om te gaan. Moet je ook postzegels willen plakken en het niet erg vinden om voor een excursie met honderd - hoofdzakelijk - oudere dames en heren bij de Makro pakjes sinaasappelsap en flesjes wijn in te gaan kopen. ,,Ik vond het altijd heerlijk om te dollen met de mensen.''

Bij het Catharijneconvent staan geen vrijwilligers in de museumwinkel en de rondleidingen worden door professionals of studenten verzorgd; de vriendenkring dient hier zogezegd het klassieke doel: de aankoop van kunstwerken voor het museum mogelijk te maken. ,,In de loop der jaren hebben wij voor enkele tonnen aangekocht. Er zitten werkelijk topstukken bij, zoals hier, deze twee middeleeuwse houten beeldjes uit een passie-retabel. Ze werden destijds door directeur Defoer bij een antiquair in New York ontdekt: een beeldje van Veronica met de doek en twee treurende vrouwen onder het kruis. Deze laatste groep bleek afkomstig uit dezelfde retabel als een beeldje dat al in het bezit was van het museum. Dat is natuurlijk heel bijzonder.'' Heeft de vriendenvereniging inspraak in het beleid van het museum, bijvoorbeeld inzake de verbouwing? ,,Die taak hebben de vrienden niet, maar ik zeg wel wat ik ervan vind. Persoonlijk vind ik de verbouwing niet op alle onderdelen mooi. Er was even sprake van dat wij een tekort op de begroting zouden aanvullen, maar dat hoefde uiteindelijk gelukkig niet. Zoiets is een grensgeval. We zijn er voor de kunstwerken, maar als je geen muren hebt om ze op te hangen, of als er geen mensen komen omdat je geen restaurant hebt, dan is dat ook einde verhaal.''

Wat als Koers zelf een deel van het museum zou mogen inrichten? Dan zou hij meer aandacht schenken aan de nostalgische kant van het geloof. ,,Nu hangt er soms een enkel bidprentje in een vitrine, of zoals hier op zolder: zo'n kitscherig porseleinen beeldje. Dat is natuurlijk een hele industrie geweest, die vond je in elke huiskamer terug. Het is toch veel leuker om die objecten in grote hoeveelheden te laten zien, en niet alleen dat ene topstuk te tonen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden