Onze voorouders?

We leerden op school dat het heidenen waren, een wild en ongeletterd volk afkomstig uit Midden-Duitsland. Gekleed in berenvellen en gewapend met enorme knotsen waren ze in holle boomstammen aan het begin van onze jaartelling de Rijn afgezakt en hadden ze zich in het rivierengebied gevestigd. De Bataven, een stelletje barbaren.

Ze zijn op een zeker moment opgelost in de geschiedenis. Een verdwenen volk, geassimileerd met de Romeinen of opgegaan in andere bevolkingsgroepen. Maar het Museum Valkhof in Nijmegen brengt ze vandaag weer tot leven in een grote tentoonstelling. En niet alleen als een primitief oervolk. Alle beelden over de Bataven zijn er neergezet - in de ogen van de Romeinen, maar ook in die van Nederlanders in de 16de eeuw en van de huidige tijd. Daarnaast liggen er archeologische bodemvondsten, die ook hebben bijgedragen tot de beeldvorming. Van de grote Romeinse schrijver Tacitus begrepen we dat ze groot en sterk waren, fantastische ruiters en topzwemmers: 'Zij waren zelfs in staat met wapens, paarden en al in ongebroken formatie de Rijn over te steken.' Ze dienden in het leger van de keizer en staken daarin met hun lengte en hun blonde en rossige haar boven de rest uit. Ze waren bovendien zo loyaal aan de keizer dat hij ze graag als zijn persoonlijke lijfwachten aanstelde. En vanwege hun houding tegenover het Romeinse regime hadden ze een streepje voor in het wereldrijk: volgens Tacitus hoefden ze geen 'vernederende schattingen' te betalen en waren 'vrijgesteld van lasten'. Maar het waren ook bierdrinkers en de lust om te dobbelen zat hen in de genen.

De verhalen die we van de Romeinen over de Bataven hoorden, zijn in latere tijden herverteld en opnieuw ingekleurd. Ze gingen een eigen leven leiden en gaven de naar identiteit zoekende bevolking van de Lage Landen tussen 1500 en 1800 een roemrijk verleden. In de tijd van de Tachtigjarige Oorlog tegen de Spanjaarden spiegelde men zich graag aan de Bataven. Immers, 'onze nationale voorouders' hadden met hun opstand in 69-70 na Chr. immers ook al gestreden voor vrijheid. Zelfs de top van de cultuur bemoeide zich met Bataven en met de wijze waarop zij door de Romeinen waren behandeld. Rembrandt schilderde de samenzwering van de Batavenleider Civilis, anderen als Govert Flinck en Ferdinand Bol werkten mee aan een complete galerij van kolossale schilderijen over de Batavengeschiedenis voor het Paleis op de Dam. Vondel dichtte een treurspel over de 'Batavische Broeders of Onderdruckye Vryheit' (1663), waarin Claudius Civilis en zijn broer Julius Paulus de hoofdrollen speelden. P.C. Hooft schreef zijn tragedie over de gefingeerde stamvader der Bataven 'Baeto oft Oorsprong der Hollanderen' (1617): hij had daarmee een belangrijk aandeel in de beeldvorming over de Bataven in de zeventiende eeuw.

Met het opkomend nationalisme in de negentiende eeuw beleefden de Bataven weer een revival. In de schilderkunst, maar naderhand ook in historische romans en jeugdboeken. De eerste leerboeken op school schotelden de Bataven voor als een ruw maar bepaald niet achterlijk volk, een beeld dat met de verzuiling werd versimpeld tot heidenen die het ware geloof misten, tot naaktlopers en opstandelingen.

Dat beeld van de wilde Batavier laat ons niet los. Annie M.G. Schmidt zette hem in 'Tante Patent' neer als de Grote Sof, die plotseling uit het verleden opduikt in een uiterst keurig stadje en de inwoners onbedoeld aanzet tot de Impulsieve Beweging. De brave burgers bekeren zich tot een spontaner leven waarin je doet waar je zin in hebt en waarin je 'slaat als er iets te slaan valt'. De losbandigheid is maar van korte duur, maar het idee om het 'juk der beschaving' af te werpen zegt wel iets over onze visie op de Bataven. Hun nagedachtenis is nog springlevend, getuige de vele bedrijven, sportclubs en schutterijen die hen vernoemden. De fietsfabriek is een duidelijk voorbeeld ('Op een Batavus heeft u altijd de wind mee'), net als de onder studenten populaire Batavierenrace. Ook in ons nieuwe, fraudebestendige paspoort zijn we die edele wilden en hun opstand niet vergeten. En in de discussie over migranten duiken ze zelfs op als de 'eerste allochtonen' van ons land.

Naast al deze verhalen óver de Bataven, wil de expositie in Nijmegen ook laten zien hoe zij zichzelf zagen. Prachtige vondsten uit een tempel bij Empel illustreren hun religie. Schrijfmateriaal als bronzen doosjes en waszegels dat bij Tiel uit de bodem kwam, leert dat ze verre van ongeletterd waren en dat er in elk dorpje wel mensen waren die konden lezen of schrijven. En nader onderzoek van oude vondsten die doorgaans aan de Romeinen zijn toegeschreven, geeft archeologen te denken dat het hier misschien wel veel eerder om eigendommen van de Bataven gaat - voorwerpen uit het heiligdom van Elst, villa's, kleding, spelden. Al die ontdekkingen van de laatste vijftien jaar staan in schril contrast met de verhalen van Tacitus en zijn navolgers over mensen die hun dierenvellen met een takje van een doornstruik aan elkaar knoopten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden