'Onze rol wordt niet erkend'

Jongeren die gewerkt hebben aan vrede eisen een beloning van de Malinese regering

GAO, MALI - Onder een rieten afdak zit een groep jonge mannen in een halve cirkel bijeen. De sfeer is gespannen. "Wij willen dat onze inspanningen erkend worden", zegt Issa Boncana met ingehouden woede. "Maar ruim een jaar na de bevrijding is er nog helemaal niets gebeurd."

Ahmadou Sarr valt hem bij: "Alle autoriteiten hebben onder dit afdak gezeten. Maar als het erop aankomt worden we niet gezien en niet gehoord!"

Boncana en Sarr zijn leden van een verzetsbeweging uit Gao, de stad in noordelijk Mali waar het Nederlandse leger zijn kamp heeft opgeslagen. Tijdens de bezetting door Toearegrebellen en djihadisten verdedigden Les Jeunes Patrouilleurs (de jonge patrouilletroepen) de belangen van de lokale bevolking.

Gewapend met niet veel meer dan stokken en stenen opereerden ze in de nachtelijke uren als burgerwacht. Overdag spanden de Patrouilleurs zich in om de situatie in de stad zo leefbaar mogelijk te houden. Ze gaven bloed aan de gewonden in het plaatselijke ziekenhuis, blokkeerden het Onafhankelijkheidsplein van Gao toen de djihadi's er een publieke amputatie wilden uitvoeren, en gaven informatie door aan het gevluchte Malinese leger.

Boncana: "Door onze rol tijdens de bezetting hebben we oog gekregen voor de problemen in dit deel van Mali. De werkloosheid onder jongeren is een belangrijke oorzaak van het gebrek aan ontwikkeling. Dat raakt ook de Patrouilleurs. De meesten van ons zijn werkloze scharrelaars die zonder geweld een belangrijke bijdrage aan de vrede hebben geleverd. Daarvoor willen we beloond worden. Bij voorkeur in de vorm van een baan. Maar de Malinese overheid houdt zich afzijdig."

Vorig jaar stak de jeugd van Gao, onder wie een flink aantal Patrouilleurs, het huis van burgemeester Sadou Diallo in brand. Ze voelden zich gepasseerd, omdat ze niet waren uitgenodigd voor een zitting in de hoofdstad Bamako over de situatie in het noorden van Mali.

"Ik heb het hun vergeven", verklaart Diallo laconiek vanachter het bureau in zijn ruime werkkamer. "Hun ouders hebben mij als burgemeester gekozen en we moeten verder met elkaar."

Volgens Diallo, van huis uit kroegbaas en hotelexploitant, doen de jongeren er verstandig aan niet te veel uit hoofdstad Bamako te verwachten: "De overheid? Er is in Mali geen overheid! Mijn ambtenaren wilden vandaag in staking gaan omdat er geen geld uit de hoofdstad komt om de salarissen te betalen." Hij zwaait demonstratief met een balpen. "Ik houd het stadhuis al een jaar draaiende met de dagopbrengst van mijn hotels."

Het gapende gat van de staat wordt opgevuld door Minusma, de vredesmacht van de Verenigde Naties die de orde in het noorden van Mali moet helpen herstellen. Gao biedt niet alleen onderdak aan een contingent Nederlandse militairen, er zijn tal van andere eenheden in en om het stadje gelegerd.

De bevolking ziet de VN-invasie met de nodige scepsis aan, om niet te zeggen dat het klachten regent: de militairen zitten achter Malinese meisjes aan (er zouden zelfs pornovideo's zijn gemaakt), drijven de prijzen op de plaatselijke markten op, rijden met veel poeha door de stad (waar geen gevaar dreigt), doen niets aan de onveiligheid in de omringende woestijn en communiceren nauwelijks met de inwoners van Gao, zodat niemand een idee heeft van het nut van de geldverslindende VN-operatie.

Sadou Diallo vat de onvrede onder de burgers krachtig samen: "Dat hele Minusma is van nul en generlei waarde."

Bij de Jonge Patrouilleurs hangt intussen een stemming van opstand in de lucht. "Wij zijn nergens bang meer voor", verklaart Boncana. "We hebben ons teweer gesteld tegen Toearegrebellen en djihadstrijders en laten niets meer over onze kant gaan. Als de overheid niet aan onze eisen tegemoet komt, pakken we desnoods de wapens op! De hele bevolking staat achter ons."

Onder het rieten afdak stijgt een koor van instemmende kreten op.

Fransen wel populair
Anders dan Minusma zijn de militairen van Serval, de Franse interventiemacht die in januari 2013 het noorden van Mali binnenviel, wel populair in Gao. "Serval heeft ons onze vrijheid teruggegeven", zegt Boubacar Touré, directeur van Radio Koïma. Omdat hij niet wilde meewerken aan het invoeren van de sharia, zag Touré zich genoodzaakt met de uitzendingen te stoppen.

"Een dag na de komst van de Fransen konden we de lucht weer in," aldus Touré. "Maar de bezetting heeft zijn sporen nagelaten. Wantrouwen en discriminatie dreigen in Gao de kop op te steken. Daarom roepen we op tot verzoening tussen de bevolkingsgroepen. De wonden moeten helen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden