Onze politici ontberen visie - gelukkig maar

De roep om daadkracht, visie en een charismatische leider klinkt alom. Hans de Bruijn snapt dat wel, maar raadt het sterk af. Doormodderen is beter.

Hans de Bruijn (1962) is hoogleraar bestuurskunde aan de TU Delft. Wekelijks verzorgt hij de rubriek 'Framing' in dit katern.

Er staat een nieuw politiek jaar voor de deur, vol onzekerheden. Europa piept en kraakt. Er is ruzie met Rusland. De barbaren van IS halen het Midden-Oosten overhoop. De economie loopt niet goed. De zorg bevalt ons niet. En al die ontwikkelingen hangen bovendien samen, op een moeilijk te voorspellen manier.

Eén ding is duidelijk: we hebben politiek leiderschap nodig om ons door deze verwarrende tijden te loodsen. Iets anders is ook duidelijk: onze politiek leiders liggen al decennia lang onder vuur en krijgen steeds hetzelfde verwijt - er is geen visie en er is geen daadkracht.

Er is geen visie: onze bestuurders hebben geen duidelijke beeld van waar het met Nederland en Europa naar toe moet. Er is geen daadkracht: onze bestuurders modderen maar door. En dat is niet alleen de kritiek uit het café, maar ook van velen die zichzelf tot het weldenkend deel der natie rekenen.

'Geen visie' was het oordeel over Mark Rutte, toen hij ruim een jaar geleden een lezing hield over het veranderende Nederland. Angela Merkel krijgt hetzelfde verwijt - geen visie op Europa, en dan is ze ook nog trots op haar Politik der kleinen Schritte, van voorzichtige stapjes. 'Niemand regeert' luidt de titel van een boek van NRC Handelsbllad-columnist Marc Chavannes - die klaagt over de 'eindeloze verstroping', over een Nederland dat met een 'onbemande bestuurderscabine', 'zonder piloot', de toekomst in vliegt. In de gure wereld van 2015 is dus meer leiderschap nodig, kan de stellingname zijn - waarbij leiderschap staat voor visie en daadkracht.

Over geen onderwerp wordt zoveel afgeleuterd als 'leiderschap'. Een eenvoudig testje om dat te bewijzen:

1)

neem een willekeurig boek over leiderschap,

2)

ga na wat daarin wordt beweerd over wat een goed leider kenmerkt,

3)

beweer vervolgens het tegenovergestelde

4)

en dat tegenovergestelde is ook waar.

Neem managementgoeroe Steven Cophey. Volgens hem denkt een goed leider in win-winsituaties. Daar zit iets iets in. Er zijn leiders die we goed vinden omdat ze zulke situaties altijd weer weten te creëren.

Maar draai het eens om. Een goed leider durft te denken in win-losesituaties, durft keuzes te maken, durft de pijnlijke confrontatie met verliezers aan. Dát is pas leiderschap - in plaats van dat naïeve en weeïge geloof in win-winsituaties. Nu is met Steven Cophey niet zoveel mis, maar veel goeroes die over leiderschap orakelen, hebben iets van een kwakzalver: wat ze zeggen is heel erg waar, maar ook heel erg niet waar.

Waarom slaan de kwakzalvers zo vaak de plank mis? Leiderschap is natuurlijk sterk contextgebonden. Wat hier werkt, werkt daar totaal niet. Churchill was een groot leider in oorlogstijd, maar zei het zelf: "Wie een oorlog kan winnen, kan zelden vrede maken." Hij won de oorlog in mei 1945 en verloor de verkiezingen in juli 1945.

Wat is die context van vandaag, waarin leiderschap vorm moet krijgen? Harvard-filosoof Michael Sandel zet ons op een spoor. Onze wereld is extreem vervlochten. Alles hangt met alles samen. De Amerikaanse huizenmarkt is van invloed op onze economie. Een ongeregeld zooitje rebellen in Oekraïne zet onze verhoudingen met Rusland op scherp. Iedereen is van iedereen afhankelijk. Europa van Amerika, Amerika van China, China van Europa. Den Haag van het bedrijfsleven, het bedrijfsleven van Den Haag - en ga zo maar door. Nederland, Europa, de wereld: het zijn spaghetti-achtige netwerken geworden.

Die spaghetti roept twee heel belangrijke emoties op, zegt Sandel. De eerste is het gevoel dat we de controle over ons bestaan kwijt zijn. Niemand is in control - iedere bestuurder, waar ook ter wereld, weet: er zijn krachten die groter zijn dan ik. De tweede: die spaghetti-achtige wereld haalt onze morele schema's overhoop - we weten niet meer wat goed en fout is. Hou ze vast: we zijn out of control en we zijn ons moreel kompas kwijt.

Het grote voorbeeld is de eurocrisis. Wat maakt die crisis zo benauwend? Dat zijn de onvoorstelbare miljardenbedragen die worden rondgepompt. Maar vooral dat in deze crisis niemand in control lijkt te zijn - niet als het om de oorzaak en al helemaal niet als het om de oplossing gaat.

De oorzaak is onder andere Griekenland. De omvang van de Griekse economie bedraagt rond de 2 procent van die van EU. Zo'n Mickey Mouse-economie kan heel Europa doen wankelen. Het is een angstaanjagend idee - misschien zit Europa wel vol met dit soort Mickey Mouses, die niemand ziet. Hoe reageert Europa op de eurocrisis? Met kleine, sukkelige stapjes en halve maatregelen, die stuk voor stuk het resultaat zijn van ellenlange onderhandelingen tussen de eurolanden. Het beeld dat zo ontstaat is dat Europa voortdurend achter de feiten aanhobbelt.

Europa moddert door. Europa neemt nooit grootse besluiten, alleen kleine besluiten, die vervolgens worden bijgesteld of uitgesteld of afgesteld. Waarom doet Europa dat? Vanwege die spaghetti: bij de besluitvorming zijn talloos veel partijen betrokken, met verschillende belangen en opvattingen. Dan kun je niet daadkrachtig doorpakken.

En dan is er de morele vraag. Wie zijn de good guys, wie de bad guys? Wij vinden dat Noord-Europa goed is en Zuid-Europa fout. De noordelijke landen houden zich keurig aan de begrotingsafspraken, de zuidelijke landen niet - Griekenland heeft zelfs gelogen over het begrotingstekort.

In Zuid-Europa hoor je een ander verhaal. De Noord-Europeanen hebben schandalig veel geprofiteerd van de euro. Ze hebben Zuid-Europese landen als een vampier leeggezogen. Die konden immers niet meer devalueren om zo hun export aan te jagen. Het Noorden is fout, het Zuiden is goed.

Het is de eurocrisis in een notedop: niemand is in control en er is geen morele duidelijkheid. Het angstaanjagende is dat bijna alle vraagstukken die ons beroeren precies dezelfde kenmerken hebben. Migratie, opwarming, de banken, de zorg, onze pensioenen, grote infrastructurele projecten - steeds weer geldt: er zijn talloos veel partijen bij betrokken, allemaal met verschillende opvattingen en belangen. Niemand heeft er greep op, er is geen goed of fout - daar denkt iedereen anders over.

Het leven is een aaneenschakeling van eurocrises.

Tja, natuurlijk klinkt dan de roep om leiderschap. Om daadkracht in plaats van dat doormodderen. Om houvast aan een heldere visie, om morele duidelijkheid over goed en fout.

Ziehier de eerste paradox van politiek leiderschap anno nu. Hoe complexer onze wereld wordt, hoe minder mogelijkheden er zijn voor onze leiders om richting te geven aan onze toekomst. Maar tegelijk: hoe complexer onze wereld, hoe onzekerder wij worden en hoe sterker de roep om leiderschap. Die klacht over het tekort aan politiek leiderschap zegt dus vooral ook iets over onze onzekerheid. Over ons onvermogen om ons tot onze ingewikkelde wereld te verhouden.

Over vijf dagen is de wereld nog net zo ingewikkeld als nu, dus reken er maar op: ook in 2015 wordt het visieloos doormodderen. Tot zover het slechte nieuws. Maar er is ook goed nieuws. Want wat weten we over wat werkt en wat niet?

Daar is allereerst het prachtige boek van Harvard-hoogleraar Joseph Nye naar het leiderschap van Amerikaanse presidenten: 'Presidential Leadership and the Creation of the American Era'. Nye onderscheidt twee soorten presidenten. Je hebt er met een visie, die de wereld daadkrachtig willen veranderen - het type leider waar velen naar verlangen. Hij noemt het transformational leadership - presidenten die een grote verandering willen bewerkstelligen. En er zijn presidenten met een transactional style - zonder uitgesproken visie, ze vinden kleine stapjes belangrijker dan de grote sprong voorwaarts, willen gewoon netjes en voorzichtig besturen.

George H.W. Bush, de wat grauwe en grijze president uit het begin van de jaren negentig, was zo'n transactiepresident. Typisch Bush senior: hij loopt een vergadering in en vraagt waar die over gaat. "We gaan nadenken over uw visie", is het antwoord. Hij heeft er geen zin aan. "Ach, dat visiegedoe", is zijn beroemde verzuchting.

Grauw en grijs of niet, Bush handelt tijdens zijn presidentschap twee grote internationale crises zonder brokken af: het einde van de Koude Oorlog en de Iraakse inval in Koeweit. En Nye constateert dat meer presidenten zonder visie het erg goed doen. Ze zijn wendbaar, omdat ze geen last hebben van een visie - handelden daardoor naar bevind van zaken. Géén duidelijke visie betekent dat ze vaak voorzichtig besturen en precies analyseren. Sterker, juist door hun voorzichtige stijl kunnen ze grote structurele veranderingen doorvoeren.

Als je grote veranderingen voorzichtig en geleidelijk doorvoert, hebben ze vaak meer kans van slagen dan als je ze met een big bang probeert.

Van de publieke sector naar het bedrijfsleven. Een paar jaar geleden verscheen 'Enduring Success. What We Can Learn from the History of Outstanding Corporations' van Christian Stadler over de sterkste Europese ondernemingen. Een paar conclusies. Succesvolle ondernemingen hebben geen charismatisch leider - leiders met uitgesproken visies zijn zelfs een risico. Als die visie namelijk niet werkt, leiden ze met hun charisma een bedrijf zo naar de afgrond.

Succesvolle leiders houden niet van radicale innovatie of van gewaagde veranderingen. Ze zijn 'slim conservatief' - het is precies hetzelfde beeld als bij de Amerikaanse presidenten. Intelligente leiders hebben heel veel respect voor bestaande structuren in bedrijven. Ze praten eindeloos met hun mensen over de verandering die nodig is. Veranderingen van de organisatie gaan geleidelijker dan geleidelijk. In kleine stappen werden de bedrijven heel groot.

Het zijn geen toevallige observaties die we in deze studies tegenkomen. De politieke econoom Charles Lindblom zei het tientallen jaren geleden al: hoe meer onzekerheden er in de wereld zijn, hoe gevaarlijker de grootse visie, die daadkrachtig wordt uitgevoerd. Hij kwam, met gevoel voor humor, met de term 'doormodderen'. Je zet een kleine stap, leert wat de gevolgen daarvan zijn en zet vervolgens een volgende stap - in het beste geval in dezelfde richting, maar misschien ook wel in een andere richting - of je zet zelfs een stapje terug.

Wie kleine stappen zet, kan leren en is wendbaar, en maakt hooguit kleine fouten. Wie grote stappen zet, kan grote fouten maken. Doormodderen betekent dat je wendbaar bent, veerkrachtig, op het laatste moment nog van strategische koers kunt veranderen.

Zet die woorden eens om in Engelstalig managementjargon, en opeens klinkt het fantastisch: adaptiveness, resilience, real time strategies. En zo krijgt dat voorzichtige doormodderen opeens een positieve betekenis. En zie: wat je er ook van vindt, al doormodderend heeft Europa ingrijpende veranderingen doorgevoerd. Blijkbaar kan het, een grote en diepe crisis managen door kleine stapjes. Bovendien, het kan niet anders.

Het is dus doormodderen in het leven en daar is helemaal niks mis mee - het werkt. Charisma, visie, daadkracht - het is soms zelfs gevaarlijk in een wereld van spaghetti. Het probleem is niet dat onze politici doormodderen. Het probleem is dat wij een afkeer hebben van doormodderen, van een politieke stijl die blijkt te werken. Ziehier de tweede paradox van politiek leiderschap: we hebben met z'n allen een afkeer van wat werkt. Wat chiquer geformuleerd: doormodderen heeft een hoge effectiviteit, maar heeft een beperkte legitimiteit. Doormodderen is effectief, maar niet communicatief. Het werkt wel, maar het bekt niet. Het wekt de indruk dat we niet in control zijn, dat er geen moreel kompas is.

Al dat geweeklaag over leiderschap zegt dus meer over ons dan over onze bestuurders. En het is niet ongevaarlijk. Want als politici leren dat hun beleid wel werkt, maar niet bekt - dan laat de verleiding zich raden. Dan ga je misschien beleid voorstellen dat wel bekt, maar niet werkt. En zo baren we een derde paradox: onze gemakkelijke kritiek op politiek leiderschap, is een voedingsbodem voor populistisch leiderschap - voor leiderschap dat uiteindelijk nog minder voor elkaar krijgt.

Misschien moeten wij eens ophouden met die goedkope roep om visie en leiderschap. Wat optimistischer zijn - het lijkt allemaal niet veel soeps met het leiderschap van onze politici, maar het valt best wel mee. We polderen en modderen hier al eeuwenlang en hebben er een van de mooiste landen ter wereld mee gebouwd.

Wat kunnen onze bestuurders hiermee? Niet zo veel, ben ik bang. Het is zoals het is. Je neemt besluiten waarvan je weet dat ze wel werken, maar niet bekken. Het is onderdeel van je bestuurlijke incasseringsvermogen dat je daarmee kunt omgaan. Maar hoe inspireer je ons als bestuurder? Zodat we ons vertrouwen aan je kunnen geven? Je moddert weliswaar door, maar dat kun je echt niet zeggen als je over een paar dagen je nieuwjaarspeech houdt.

We draaien die twee constateringen van Sandel eens even om: je inspireert als je controle uitstraalt en morele duidelijkheid. Een voorbeeld: Angela Merkel - je hoeft niet conservatief te zijn om haar leiderschap te kunnen respecteren. Merkel heeft geen grootse visies, maar biedt wel morele duidelijkheid. Draagt waarden uit: spaarzaamheid, soberheid, discipline. Ze leeft die waarden met haar afkeer van glamour en glitter. Het zijn politieke waarden, die je makkelijk vertalen kunt naar je persoonlijke leven - waardoor mensen zich kunnen identificeren met haar. Ze heeft geen grootse visie, maar wel dat innerlijke kompas. En controle? Het bijzondere van Merkel is dat ze doormodderen sexy heeft gemaakt. Ze zet kleine stapjes zegt ze, analyseert voortdurend de gevolgen, voordat ze een volgende stap zet. Ze heeft haar kompas en ze moddert door, juist om de controle niet te verliezen. Keine Experimente roept ze - dat zijn visies misschien ook wel: gevaarlijke experimenten.

Ten slotte: die goedkope kritiek op politiek leiderschap is natuurlijk van alle tijden. In 1954 schreef de latere Amerikaanse president John F. Kennedy een boek over politieke moed. Het gaat daarin over Congreslid John McGroarty. Die ontving brieven met klachten over zijn tekort aan daadkracht. Een van de briefschrijvers zond hij het volgende antwoord:

Een van de vele nadelen van mijn lidmaatschap van het Congres is, dat ik brieven ontvang van ezels zoals u.

Brieven, waarin u zegt dat ik heb beloofd om de Sierra Madre te bebossen, dat ik nu twee maanden in het Congres zit en dat ik die bebossing nog niet voor elkaar heb.

Wilt u alstublieft als de donder opsodemieteren?

Kennedy verklapt: iedere politicus denkt dit regelmatig - geen politicus zal het zeggen.

En dat is eigenlijk best wel chic van onze politici.

We modderen al eeuwen aan - en hebben daar het mooiste land ter wereld mee gemaakt

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden