’Onze missie in Uruzgan mag geen routine worden’

Een Nederlandse patrouille maakt de tocht van Tarin Kowt naar de buitenpost Tabar. (FOTO MARIELLE VAN UITERT)

Om tien uur ’s avonds schiet de wachtpost een lichtkogel af die een deel van het West Deh Rashan-gebied kortstondig zichtbaar maakt. Mariniers op de buitenpost Tabar kijken omhoog.

Het is de laatste dagen ’s avonds en ’s nachts onrustig in het gebied. Dit keer blijkt het loos alarm, maar iedereen is op zijn qui vive.

Rond middernacht gaat een patrouille op pad om de route te controleren rond de heuvel waarop de buitenpost is gebouwd. Op twaalf kilometer afstand van Kamp Holland bij de relatief rustige provinciehoofdstad Tarin Kowt leven Nederlandse mariniers in een totaal andere wereld.

Het Deh Rashan-gebied rondom de combat outpost Tabar is nog lang niet onder controle. In april kwamen hier twee Nederlandse militairen door een bermbom om het leven.

Vlakbij het kamp zijn afgelopen week Afghaanse politiemensen beschoten die zich voor het gebed gingen wassen. Op de bevolking is geen peil te trekken. „Net als je denkt dat je een goed contact hebt opgebouwd, slaat het om. Dit is een uitdagend gebied”, zegt compagniescommandant Rob de Wit.

Tarin Kowt is ’s avonds goed verlicht. Hoe verder je in het West-Deh Rashangebied komt, hoe donkerder het wordt. West-Deh Rashan is exemplarisch voor de ontwikkeling die andere delen van de Afghaanse provincie Uruzgan al hebben doorgemaakt. Ook rond de bevolkingscentra van Deh Rawod en Chora hadden Nederlandse troepen lange tijd grote moeite om de invloed van anti-westerse strijdgroepen terug te dringen.

De Nederlandse troepen zullen niet meemaken dat West-Deh Rashan op eenzelfde manier onder controle komt. Op 1 augustus houdt de Nederlandse missie op en nemen waarschijnlijk Amerikaanse militairen de buitenpost over.

Tot dan is het een kwestie van scherp blijven, menen de mariniers. „De missie mag geen routine worden. We zijn nog net zo gemotiveerd als toen we hier kwamen”, zegt Martijn met overtuiging. Drie keer per dag gaan patrouilles op pad om contact te leggen met de bevolking. De resultaten zijn wisselend. De commandant van het Provinciaal reconstructieteam, Pieter, is „al blij als ik ergens binnen mag komen in plaats van op straat te praten. De volgende keer krijgen we misschien thee aangeboden. Het zijn echt babystapjes die we hier gemaakt hebben.” Sommige mariniers ergeren zich aan de voorzichtige aanpak die het handelsmerk is van Nederlands militair optreden. „We weten van sommige dorpjes dat de taliban daar de baas is, maar die moeten we met rust laten. Dat vind ik wel frustrerend.”

Aflossingen, brandstof en proviand voor Tabar moeten uit Kamp Holland komen. De rit van twaalf kilometer duurt vier uur omdat genisten de weg en het zijterrein moeten controleren op geïmproviseerde explosieven (ied’s). Het laatste stuk van de route hebben de troepen ’IED lane’ gedoopt.

Mariniers die in hun Viking rupsvoertuig wachten, maken er het beste van. Koffie en stroopwafels gaan rond, uit de boxen klinkt ’A horse with no name’. Sergeant-majoor Marnix geniet mee, maar waarschuwt ook: „Van het ene op het andere moment kan het hier omslaan. We moeten dus echt alert blijven.”

Bij binnenkomst in Tabar gaat de antenne met de mariniersvlag omhoog. „Bijgeloof. Maar tot nu toe heeft het ons wel geluk gebracht.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden