Onze man in New York

Persoonlijkheid is een groot goed in de diplomatieke gelederen. Nederlands ambassadeur bij de VN, Paul van Walsum, houdt stand. Maar is twee jaar tijdelijk lidmaatschap van de Veiligheidsraad voldoende om iets substantieels te doen?

,,Ik laat me niet van genocide betichten'' geeft Alphons Hamer nog even lucht aan een restje verontwaardiging. De plaatsvervanger van de Nederlandse ambassadeur Peter van Walsum bij de Verenigde Naties heeft de dag ervoor in de vergadering van de Veiligheidsraad over de Kosovo-resolutie een venijnige aanvaring gehad met Bruno Rodriguez Parrilla, Cuba's man in New York.

De Navo heeft het Handvest van de VN geschonden en is bommen gaan gooien toen de mensen daartegen protesteerden, stelde Rodriguez Parilla aan de hoefijzervormige vergadertafel vast. En om zijn onvoorwaardelijke sympathie voor Joegoslavië nog meer kracht bij de zetten voegde hij eraan toe: ,,Er is geen enkele rechtvaardiging voor volkerenmoord. Het bombarderen van Servië was genocide van het helderste soort.''

Hamer waste zijn Cubaanse collega in enkele zinnen de oren. ,,Het is geen verrassing dat Cuba de enige is die het voor Joegoslavië opneemt. Het VN-Handvest verbiedt nadrukkelijk de onderdrukking van de eigen bevolking. Het is geen toeval dat de Cubaanse vertegenwoordiger zich vastklampt aan het begrip soevereiniteit om de repressie van het eigen volk te rechtvaardigen.''

Meestal, zegt Hamer, laten we dat soort beschuldigingen maar voor wat ze zijn. Want degene die ze uit, heeft altijd het laatste woord. ,,Maar ik meende dat Cuba duidelijk over de schreef was gegaan.'' En de Nederlandse inbreng bleef niet onopgemerkt. De New York Times maakt er melding van en een zekere Alison van de nieuwszender CNN komt bij Peter Mollema, de woordvoerder van de Permanente Vertegenwoordiging, informeren wie precies die man van het debatje is.

De westerse permanente leden van de Veiligheidsraad - de Verenigde Staten, Frankrijk en Groot-Brittannië - zijn al tientallen jaren kritiek gewend. Maar Nederland is samen met Canada speciaal doelwit; van de tien tijdelijke leden zijn zij sinds 1 januari van dit jaar de enige die naast lid van de Veiligheidsraad ook bondgenoot binnen de Navo zijn.

Nederland wil er, binnen de beperkingen voor niet-permanente leden, wat van maken in de periode tot januari 2001. Minister Jozias van Aartsen van buitenlandse zaken gooide er vorig jaar herfst flink wat peptalk tegenaan en liet Van Walsum van standplaats Bonn naar New York verhuizen. Een benoeming die niet zonder rumoer verliep. Tweede man Hamer was eind vorig jaar vanuit Moskou naar het VN-hoofdkwartier gehaald en uit Zagreb werd Joop Scheffers als ambassaderaad en coördinator aan het Veiligheidsraadteam toegevoegd. Den Haag leverde woordvoerder Peter Mollema en Pauline Genee.

September aanstaande kan Van Walsum zich extra doen gelden; dan heeft Nederland het voorzitterschap van de raad. En misschien zit er nog een tweede maand op de voorzittersstoel in. Die verschuift iedere maand in alfabetische volgorde en als de vijf tijdelijke zetels die komend najaar vrijkomen allemaal worden ingenomen door landen die in het alfabet vóór Nederland komen, dan is dat tweede presidentschap een feit.

Tot dan is het de kunst op de vierkante meter successen te boeken. Zo is Nederland voorzitter van de commissie die het sanctiebeleid tegen Irak onder haar hoede heeft. Eerste prioriteit, zeggen medewerkers van de Nederlandse missie aan 45th Street, bijna in de schaduw van het VN-gebouwencomplex, is het doorbreken van de impasse die bestaat sinds de Britse en Amerikaanse luchtaanvallen op Irak van afgelopen december en de weigering van Saddam Hoessein de Unscom-medewerkers toe te laten die moeten controleren of de produktie van massavernietigingswapens stil ligt.

Een eerste resultaat is er al; samen met de Britten heeft Nederland voorgesteld het olie-embargo tegen Irak deels op te heffen als Bagdad een nieuwe groep inspecteurs toelaat en verdere opheldering verschaft over zijn programma's voor nucleaire, biologische en chemische wapens uit het verleden. Deze stapje-voor-stapje benadering heeft, met hier en daar een kanttekening, de instemming van de belangrijkste tegenspeler van Irak in de Veiligheidsraad, de Verenigde Staten.

Kwaliteit, verantwoordelijkheid, duidelijkheid, invloed. Dat zijn onder Nederlandse diplomaten in New York de trefwoorden als het gaat over wat men in de raad wil laten zien. Alphons Hamer: ,,Nederland wil volwaardig meedoen aan de opdracht van de Veiligheidsraad: de bewaking van vrede en veiligheid. Het is deels plichtsbesef. Het lidmaatschap is wel een bijzonder zware last. Plotseling moet je meebeslissen over alles wat ter sprake komt. Het is je plicht de problemen serieus te nemen. Regionale vrede en veiligheid is niet alleen Kosovo, dat kan ook Bougainville zijn. Als je niets doet ben je ook onderdeel van de besluitvorming.''

De hang naar helderheid heeft ook een keerzijde. Vroeger kon het vooroverleg nog wel eens in een ongedwongen sfeer verlopen, met de jasjes uit. Hamer: ,,Nu zie je dat ook in die bijeenkomsten achter gesloten deuren de bekende standpunten al worden verkondigd. Je moet ook je zegje doen omdat je dingen niet onduidelijk wil houden of onbesproken wilt laten. De spontaniteit is een eind zoek als de helft van de tijd opgaat aan die vaste standpunten.''

Zeker tijdens deze twee jaar is een belangrijke rol binnen de missie weggelegd voor de dossiermakers. Adriaan Kooijmans is een van hen. Hij coördineert de Afrika-dossiers voor de Raadsbijeenkomsten. Kooijmans: ,,Je dossiers moeten kort zijn en overzichtelijk. Je moet kleine stapjes maken en initiatieven goed voorbereiden. Een delegatie die wil scoren met haastwerk bereikt zelden iets. Je wilt toch niet alleen maar de permanente vijf plezieren. Tenslotte moet je je niet schamen voor een standpunt. Met het bewandelen van de gulden middenweg kom je niet ver.''

In navolging van Den Haag geeft ook de missie in New York hoge prioriteit aan Afrika. Daar gaat zeker de helft van de tijd inzitten. Toen de mensenrechtenschendingen in bijvoorbeeld West-Afrika door Nederland ter sprake werden gebracht, waren de reacties aanvankelijk schrikachtig. Hamer: ,,De Afrikaanse landen zien nu dat we hun problemen serieus nemen en willen meehelpen ze op te lossen. En omdat we hun dossiers zo serieus nemen kunnen we ook gevoelige zaken aankaarten.''

Persoonlijkheid is een groot goed in de Veiligheidsraad. Van Walsum drukt een eigen stempel op de besprekingen. ,,Hij neemt een gewaardeerde plaats in; men weet waar hij staat. Men weet dat Nederland geen bijbedoelingen heeft'' zegt Joop Scheffers. Nederlands eerste man bij de VN is degene die de onderhandelingen met de Chinese delegatie voert over de tekst van de Kosovo-resolutie. Plaatsvervangend ambassadeur Shen Guofang valt vooral over het met een beroep op het Handvest rechtvaardigen van gewapend geweld tegen een agressor. Van Walsum past de tekst iets aan en China zal zich uiteindelijk, als enige van de vijftien, onthouden van stemming.

Opmerkelijk is het geluid dat Van Walsum na de stemming laat horen. ,,Vandaag'', stelt hij vast, ,,is het een algemeen aanvaarde internationale rechtsregel dat geen soevereine staat het recht heeft zijn eigen burgers te terroriseren.'' En hij hoopt dat op zekere dag, als de Kosovo-crisis tot het verleden behoort, de Veiligheidsraad eens zal debatteren over de balans tussen soevereiniteit en territoriale integriteit aan de ene kant en eerbiediging van mensenrechten en fundamentele vrijheden aan de andere. Met Kosovo, zegt Van Walsum, terwijl hij de hand ook in eigen boezem steekt, heeft de raad geleerd van de fout uit de jaren tachtig toen men Vietnam zijn inmenging in Cambodja zwaarder aanrekende dan Pol Pots terreur tegen zijn eigen volk.

Welke consequenties kan zo'n afweging van de ambassadeur hebben. Wat te doen als Turkije bruut optreedt tegen zijn eigen Koerden, moet de Navo dan ingrijpen bij en bondgenoot? En wat als China Tibet nog verder onderdrukt? Scheffers denkt niet dat de Veiligheidsraad snel voor dilemma's zal komen te staan. ,,Het volkenrecht is voortdurend in beweging. De VN zelf is ook gaandeweg normerend bezig en het is een open deur dat het Handvest met zijn soevereiniteitsbeginsel al niet meer de enige gehanteerde bron van volkenrecht is. Op die manier hebben ook eerdere Kosovo-resoluties de norm helpen vormen; het was al geen binnenlandse aangelegenheid meer. Met Belgrado waren we allang aan het einde van ons latijn.''

Het zou mooi zijn als de Veiligheidsraad eind volgend jaar, als het Nederlandse lidmaatschap ten einde loopt, het fundamentele debat over soevereiniteit versus mensenrechten, waarvan Van Walsum repte, zou kunnen voeren. Maar dat zit er niet in. Daarvoor is het nog te kort dag. Hamer meent sowieso dat twee jaar in de Veiligheidsraad eigenlijk te kort is voor niet-permanente leden. ,,Vier jaar is beter, maar zelfs dan hebt je nog geen afgerond dossier, dat je begint en afmaakt. Je kunt in twee jaar eigenlijk alleen maar zo goed mogelijk je best doen en hopen dat je opvolger op de ingeslagen weg voortgaat.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden