'Onze kracht bestaat uit een twaalftal suppoosten'

Het Museum Scheveningen is in de eerste plaats van en voor Scheveningen. Of beter gezegd: van en voor het oude vissersdorp en zijn bewoners. Directeur Gabriel Groenewoud:

HANS SCHMIT

“Er bestaat van oudsher een sterke scheiding tussen het oude dorp waar de vissers woonden en de vis werd verwerkt en het mondaine Scheveningen. De nadruk in het Museum Scheveningen ligt dan ook op de visserij, de klederdracht en het dagelijks leven en veel minder op het strand- en badleven.”

De betrokkenheid van de échte Scheveningers bij het museum is dan ook groot. Dat uit zich onder meer in de aantallen bedrijven (270) en particulieren (ruim duizend) die het museum als donateur steunen. Scheveningers denken ook aan het museum wanneer zij hun zolder of schuurtje opruimen. Groenewoud: “Ik heb bij meerdere musea gewerkt, maar ik heb het nog nooit meegemaakt dat zoveel spullen vanuit de bevolking worden aangeboden. We krijgen veel klederdracht, maar ook allerhande andere zaken die met de visserij en de toelevering te maken hebben. We verwerven dus nog altijd.”

De band tussen bevolking en museum blijkt ook uit het feit dat het Centrum voor familiegeschiedenis van Scheveningen in het museum is ondergebracht. Het centrum beschikt over dossiers van echte Scheveningse families, met namen als Jol, Pronk, Taal, Toet, Vrolijk en Van der Zwan. En hun bijnamen, zoals Kraaienbil, Soepkop en Pannevis. Het centrum werkt voorts aan een volledig overzicht van de Scheveningse bevolking van 1680 tot 1811.

Het museum dankt zijn bestaan aan de bezorgdheid over het verloren gaan van de Scheveningse cultuur, taal en tradities. Groenewoud: “Het museum is in 1952 opgericht door de Stichting Oud Scheveningen, die de bevolking opriep alles van belang uit het verleden in het museum onder te brengen. De stichting organiseerde tentoonstellingen en hield spreekbeurten. Aanvankelijk gebeurde dat in twee zalen van een kleuterschool, tot we in het 1970 het huidige onderkomen, een voormalig schoolgebouw, kregen toegewezen.”

“Het museum drijft nog altijd op vrijwilligers; we hebben niet meer dan zes vaste krachten in dienst. Onze grote kracht bestaat uit een twaaftal suppoosten. Dat zijn gepensioneerde vissers die rondleidingen verzorgen waarbij ze als het ware een ooggetuigeverslag geven. Zij vertellen over het leven aan boord - de vissersschepen bleven vroeger weken op zee -, over de visserij, over de gevaren die dat met zich mee bracht. Daarnaast is er een vriendenvereniging, die zich toelegt op de klederdracht en in en buiten het museum presentaties verzorgt.”

Ondanks die verankering in de plaatselijke bevolking maakt het museum, dat vorig jaar ruim 23 000 bezoekers trok, onzekere tijden door. De gemeente Den Haag heeft aangekondigd de subsidie de komende jaren tot nul te verminderen en zonder die centen ziet de toekomst er somber uit. Tenzij het museum meegaat in de plannen van het Haagse gemeentebestuur voor een nieuwe culturele, museale attractie aan de Scheveningse binnenhaven.

Het is de bedoeling dat in het nieuwe museum het Museum Scheveningen (cultuurhistorisch) en het Zeemuseum (natuurhistorisch) worden opgenomen. Ook de Historische Scheepswerf moet deel gaan uitmaken van de nieuwe attractie die zo'n 160 000 bezoekers per jaar moet gaan trekken. Beide musea en de werf hebben te kennen gegeven te willen meewerken aan de realisatie van het nieuwe museum.

Gabriel Groenewoud: “Ik kan me heel goed voorstellen dat mensen dit oergezellige museum gaan missen. Maar we hebben maar één kans: meegaan. In het nieuwe museum worden beide collecties verenigd en kun je niet alleen zien hoe er op zee werd gevist, maar ook wat er ín de zee leeft. Vanuit het nieuwe museum kun je de werf oplopen, waar momenteel in het kader van een werkervaringsproject een stalen zeillogger uit 1911 wordt gerestaureerd.”

In het nieuwe museum wordt ook plaats ingeruimd voor veel zaken uit de Scheveningse geschiedenis die nu (nog) niet worden belicht. Groenewoud: “Neem de beroemde prent van Hendrik Goltzius uit 1598 van de bij Scheveningen gestrande potvis. Architect Sjoerd Soeters heeft in zijn ontwerp voor het museum op het golvende dak een potvis neergezet. Simon Stevin heeft de door hem uitgevonden zeilwagen op het strand bij Scheveningen getest. Christiaan Huygens heeft het slingeruurwerk uitgevonden en getest in de Oude Kerk van Scheveningen. Zijn vader Constantijn ontwierp de Zeestraat (nu Scheveningseweg), de eerste Europese 'snelweg' waardoor de vis verser op de markt kwam en de Hagenaars zonder vuile voeten een uitstapje naar het strand konden maken. En de begraafplaats Ter Navolging, die in 1778 in de duinen werd gesticht, was de eerste die brak met de onhygiënische gewoonte de doden te begraven in bevolkingscentra.”

De plannen voor het Museum Anders Scheveningen - zoals de werktitel van het project luidt - hebben in Scheveningen voor de nodige commotie gezorgd. De weerstand richt zich vooral op de locatie en de grootschaligheid. Bedrijven vrezen dat de bezoekers hen voor de voeten zullen lopen; hoewel de activiteiten in de visserijsector zijn afgenomen, is de visserij en de visverwerking nog steeds van belang voor Scheveningen.

Van diverse zijden zijn andere locaties geopperd, zoals de leegstaande kerk aan de Duinstraat (naast het Appel-theater) en de keerlus van de tram aan de boulevard. Bij de gemeenteraadsverkiezingen dook de nieuwe Politieke Partij Scheveningen met drie zetels uit het niets op. Deze partij is onder meer tegenstander van uitbreiding van het toerisme naar Scheveningen. Maar het voorlopige beleidsprogramma van VVD, PvdA en CDA, die het nieuwe college in Den Haag gaan vormen, mikt op verdere groei van het toerisme naar Scheveningen. Zodat de nieuwe gemeenteraad naar alle waarschijnlijkheid geen belemmeringen voor de museale attractie zal opwerpen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden