'Onze kille wereld heeft warmte nodig'

De Verenigde Staten lijken nauwelijks te worden aangetast door het seculariserings-virus dat in WestEuropa kerken doet leeglopen en God heeft verdrongen naar de rand van onze samenleving. Maar dekt dit beeld de werkelijkheid?. Een serie over kerk, religie, en alles wat daar bij hoort, in Amerika. Aflevering 7: Een charismatische rebbe in New York.

Hij vertelt: "Een streng protestantse vrouw, met wie ik tijdens een TWAvlucht diepgaand in gesprek raakte, vroeg me ineens scherp: 'Waarom hebt u Christus vermoord?' Ik zei: 'Waarom vermoordde u zes miljoen joden?'. Ze was diep geschokt: 'Maar meneer, toen die massaslachting plaatsvond' was ik net geboren!'. Ik antwoordde: 'Tussen mjn geboorte en de kruisdood van Christus liggen tweeduizend jaar'.

Rabbijn Shlomo Carlebach houdt van dit soort confrontaties. Als een moderne Socrates confronteert hij gesprekspartners met hun eigen onlogica en verstrikt ze in hun vooroordelen. Maar in tegenstelling tot de Griekse wijze brengt de rebbe zijn boodschap niet louter door middel van het gesproken woord, hij zingt er ook bij. "Waarom? Eeuwenlang hebben dominees, priesters en rabbijnen geprobeerd de wereld al pratende te redden. Zonder succes. Alle religies, ook het jodendom, zijn spiritueel totaal bankroet. Mischien laat de Allerhoogste zich door een deuntje vermurwen." Serieus: "De kabbala, de joodse mystiek, bevat zulke diepe gedachten, dat je alle overdrachtsmiddelen moet hanteren om ze voor mensen van onze jachtige tijd wat inzichtelijk te maken."

Bevraagd over de essentie van zijn boodschap antwoordt de rebbe: "Mensen leren hoe ze een vrij en spiritueel leven kunnen leiden, zonder zelfzucht, consumptiedwang en andere neuroses die kenmerkend zijn voor onze moderne samenleving."

"Ik ben een dag minder oud dan morgen, en een dag ouder dan gisteren." Dit is het antwoord dat je krijgt als je rabbijn Shlomo Carlebach naar zijn leeftijd vraagt. Hij wil, "naar goed kabbalistisch gebruik" , zo min mogelijk een stempel op zichzelf drukken. Ingewijden schatten echter dat de rebbe zo'n 65 jaar geleden werd geboren. In Berlijn, zo deelt hij ons zelf mee. Daar was zijn vader opperrabbijn (de familie leefde tot 1840 in Polen, als chassidische joden). Later verhuisde het gezin naar Baden, bij Wenen, om vervolgens (1939) naar de VS te emigreren. Pa stond er aan het hoofd van een kleine synagoge in New York, Manhattans 79ste straat west, dezelfde waar de zoon sinds 1967 voorganger is.

Baldakijn

Zijn naam prijkt op het auberginekleurig baldakijn boven de ingang. Binnen flikkeren roze lampjes in een interieur met plastic bloemen. Een mobiele wand scheidt de vrouwen van de mannen. Lichte, opklapbare stoelen versterken de indruk van soberheid en pretentieloosheid. Hier komen op vrij- en feestdagen zo'n honderdvijftig gelovigen bijeen. Behalve gebeden, gezongen en gedanst, wordt er gelernt, aan Gestalttherapie gedaan, feestelijk gegeten en gedronken.

Een gemeentelid zegt: "Het is hier net een grote familie. Dat zie je nergens anders in New York." En over Carlebach: "Hij praat een uur met je en vervolgens stuurt hij je naar huis met een gouden zin die je je hele leven bijblijft." Het is dit soort mond op mond-reclame die Shlomo Carlebach tot ver buiten zijn eigen sjoel tot een veelgevraagde gast maakt. Zijn parabels en ballades vinden weerklank in heel de internationale joodse gemeenschap. Van Lodz tot Tel Aviv.

Shlomo, die 'stom genoeg' gescheiden leeft van zijn vrouw en in Toronto twee dochters (15, 18) heeft, woont naast de sjoel. Een kleine, zwarte deur geeft via een steile trap toegang tot zijn appartement. Dat vertoont alle sporen van een reizend bestaan. Hebreeuwse boeken liggen schots en scheef op elkaar gestapeld, pakjes getuigen van een huwelijksfeest dat de vorige avond heeft plaatsgehad. Ergens rinkelt bijna permanent de telefoon. Aan de muur hangt een portret van Shlomo's overleden broer Eli Chaim, opperrabbijn van New Jersey. Zelf zegt Shlomo met een voet in de Verenigde Staten en een voet in Israel te leven. Laatstgenoemd land kent een woongemeenschap van aanhangers van de zingende rebbe, die spelend en onderrichtend door de wereld trekt. In juni wordt hij in Nederland verwacht.

In de West Side Institutional Synagoge aan de 76e straat viert men het jaarlijkse Poerimfeest. Volwassenen en kinderen herdenken er, verkleed als gorilla, Arabier of bloem, de zege van de oudtestamentische helden Esther en Mordechai op de Perzische grootvizier Haman die de joden wilde uitroeien. Er worden hamansoren en noten verkocht. Een verwachtingsvol geroezemoes klinkt op uit de sjoel. Die is ter gelegenheid van dit joodse carneval deze avond tot feestzaal omgebouwd. Regelmatig hoor je de vraag: "Is hij er al?" Maar Carlebach laat op zich wachten. Een lid van het organisatiecomite legt uit: "Je hebt de joodse klok, die tikt altijd trager dan de officiele. En je hebt de Shlomo-tijd, die is nog later. Je weet nooit wanneer de rebbe komt. Dat kan best twee uur na afspraak zijn."

Dan, plotseling, is hij er. Een gezette baardige figuur, gekleed in open hemd, donker vest, grijze broek en grote, zwarte schoenen. Hij wordt direkt omstuwd door een schare bewonderaars en, vooral, bewonderaarsters. De rebbe deelt schouderklopjes uit, knijpt in wangen, omhelst. "Hey, dear brother David! Hello, sister Nomi!" De donkere stem groet, vraagt, vleit en schatert. Een mengeling van charismaticus en wijze, van kerstman en licht ijdele fiddler on the roof.

Het begin van Carlebachs optreden wordt met luid applaus en gejuich begroet. De vaste begeleidingsgroep van zeven man zet aan. Later voegen zich mensen uit het publiek bij hen, ieder met zijn of haar eigen instrument. De meeste aandacht trekt een vrouw van in de vijftig. Gekleed in een jurk uit de jaren twintig is ze, geheel verzonken in haar eigen spel, met twee castagnette-achtige kleppers in de weer.

Het eerste lied van de rebbe heeft amper weerklonken of een aantal van de aanwezige mannen stapt uit de banken en danst hand in hand rond. Een Lubavitcher, gehuld in lange jas en een bontmuts op het hoofd, zwiert met een hippieachtig figuur (corduroybroek, paardestaart) over de dansvloer. Middenin de kring wordt een jongetje in zijn invalidenwagen door vader in de rondte getrokken. Het bleke kind straalt. En ondertussen speelt en zingt de rebbe verder. Hij gebruikt aanvankelijk nauwelijks woorden, maar zijn ritmisch 'la-la-la'-gezang heeft een elektriserende uitwerking. Aan de andere kant van de zaal hebben de vrouwen zich nu ook, handenklappend, in beweging gezet. Binnen hun kring zijn mannen niet welkom, maar voor de travestiet die als haremdame verkleed zich binnen hun gelederen beweegt, wordt een uitzondering gemaakt.

Haat

Onvermoeibaar wisselt Shlomo Carlebach het ritme af, dan snel, dan weer langzaam. En hij zingt: "Ze haatten de joden zozeer dat ze hen wilden uitroeien. Waarom haten jullie ons zo? Kunnen jullie dat vertellen? We haten jullie toch ook niet. Er is geen enkele reden om elkaar de haten."

Voor Carlebach is het podium tevens preekstoel. Daarvandaan 'verzendt' hij zijn chassidische parabels en moraliteiten richting publiek: "Eenzaam zijn wil zeggen, dat je een plek in je hart hebt die niemand schijnt te kunnen bereiken. Misschien lukt mij dat ook niet, maar ik zend er in elk geval shalach manos (de geschenken van Poerim) naar toe." Ook beantwoordt hij vragen uit het publiek. "Waarom is er zoveel kwaad in de wereld, rebbe?" "Dat is een foute vraag. De juiste vraag luidt: 'Is onze goedheid even grenzeloos als het kwaad?' Daar moet je je veel drukker om maken."

Als we tegen eenen de sjoel verlaten, is het feest nog in volle gang. Een moeder danst met haar baby in het rond, twee 'krokodillen' roepen op tot de polonaise. En Shlomo zegt: "Als 's nachts allerlei problemen angstig door je hoofd spoken, is het niet voldoende om in JHWH te geloven. Je dient tevens te beseffen dat Hij ook in jou gelooft." Bij de ingang flirt een jonge vrouw met opvallend diep decollete uitbundig met een oudere man. Zijn oranje pruik komt daarbij steeds schever op het (kale?) hoofd te staan.

De vraag luidt of God met Auschwitz en alle andere ellende in de wereld te maken heeft? "Natuurlijk" , meent Carlebach. Maar op de vervolgvraag "hoe dan?" , blijft hij het antwoord nadrukkelijk schuldig. "Als ik dat zou weten zou ik aan Hem gelijk zijn. Hij is echter de kracht die boven mij uitgaat. En aangezien JHWH achter alles staat wat er op deze wereld gebeurt, overstijgt dat alles eveneens m'n begripsvermogen. Uiteindelijk is de hele zinvraag een kwestie van geloven, zo eenvoudig is dat. Dat geldt ook voor Zijn bestaan. Het laatste antwoord op die vraag blijf je altijd schuldig."

"Nee, JHWH is met Auschwitz niet bankroet gegaan, maar wel de vormen van godsgeloof die de holocaust hebben voorbereid en stilzwijgend hebben laten voltrekken." Voor Carlebach is God "minstens sinds Auschzwitz" geen Almachtige Vader, geen afbidbare Sinterklaas meer, maar een verloren minnaar, een vergevende moeder, een huilend kind. En tegen degenen die klagen dat ze niet in staat zijn tot God te bidden, zegt hij: "Maak er geen drama van. Zie het als het onvermogen dat mensen soms belemmert te praten met degene van wie ze juist het meeste houden. Zeker Hij begrijpt dat wel."

En als we op het punt staan het appartement te verlaten: "Iemand vroeg me eens: 'Rebbe, wat gebeurt er als de Messias komt?' Ik antwoordde: 'Hij zal door de politie worden aangehouden wegens verstoring van de openbare orde, omdat Hij iedereen zal staande houden om hem en haar te groeten en te omhelzen.' Want dat is het wat onze kille, egocentrische wereld nodig heeft: warmte. Ons probleem is niet zozeer dat wij de armen voorbij lopen, maar dat we ze niet eens meer zien staan. De samenleving heeft anno 1993 meer dan ooit behoefte aan goddelijk gezichtsvermogen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden