Interview

'Onze inspecteurs hebben nooit met 'afvinklijstjes' in de klas gezeten'

Monique Vogelzang : "We hadden inderdaad een enorm verfijnd model voor de beoordeling van een school." Beeld Werry Crone

Inspecteur-generaal Monique Vogelzang wil de ambities in het Nederlandse onderwijs aanwakkeren. ‘Het stimuleren van verbetering krijgt nu de voorkeur boven het waarborgen van de kwaliteit.’

Zwakke scholen kent Nederland bijna niet meer. De Onderwijsinspectie was streng voor alle scholen in Nederland die zwak of zelfs zeer zwak presteerden: stel verbeterplannen op, en laat zien of je die waarmaakt. Het minimumniveau van het Nederlandse onderwijs fleurde er de afgelopen 10 jaar aanzienlijk van op. 

Het kan nog steeds voorkomen dat op scholen het aanbod van lessen, de hoeveelheid lesuren, de hulp voor kinderen met voorsprong en achterstanden, pedagogie en didactiek en de sfeer in de klas niet voldoende zijn. Maar dat scholen op meerdere onderdelen tegelijkertijd een onvoldoende scoren, is zeldzaam. Toch is dit voor de inspectie niet genoeg. Scholen die nu een zesje scoren, moeten er een acht van gaan maken.

Na de zomervakantie gaan de inspecteurs het officieel anders doen: “Waar de basiskwaliteit op orde is, gaan we nu praten over de ambities”, zegt inspecteur- generaal Monique Vogelzang. Dat gesprek gaat over andere dingen dan vroeger, zullen scholen merken. “Iedere keer afhankelijk van de ambities per school”, zegt Vogelzang. 

Als een bestuur aangeeft te willen werken aan de professionaliteit van de lerarenteams, kijkt de inspectie hoeveel bijscholing de docenten krijgen, of ze goed samenwerken, of de ontwikkeling van de leerlingen intensief genoeg volgen. Vogelzang sluit niet uit dat scholen langs de meetlat van de nieuwe toezichtsregels straks toch weer onder de maat blijken te presteren. “Ook als de basiskwaliteit op orde is, zien wij dat de verschillen tussen scholen, zeker in het primair onderwijs, nog steeds erg groot zijn.”

De inspectie wil de professionaliteit van de lerarenteams stimuleren. Is dat niet té ambitieus, in tijden van lerarentekorten?

“Bij onze onderzoeken horen wij ook de noodkreten over tekorten aan goede leraren. Maar niet overal is het probleem even groot. Er zijn scholen die echt moeten professionaliseren. Wij brengen als inspectie in kaart hoeveel lessen er in Nederland onbevoegd gegeven worden. Waar het echt niet gaat, melden we dat aan het ministerie. 

"Met de VO-raad (koepel van middelbare scholen) hebben we afgesproken dat we ook de noodkreten over tekorten in kaart brengen en onderzoeken hoe het komt dat een schoolbestuur onvoldoende personeel kan vinden. Wij zullen scholen aansporen om creatief te zijn. Kunnen scholen binnen hetzelfde schoolbestuur een leraar Duits misschien delen? Moet je altijd één klas met één docent hebben, of kun je het ook anders organiseren? ”

Krijgen scholen meer vrijheid onder het nieuwe toezicht?

“In de ruim 200 jaar dat de Onderwijsinspectie bestaat, is het altijd zoeken geweest naar de balans tussen het waarborgen van de kwaliteit en het stimuleren van verbetering. De tijdgeest is nu zo dat stimuleren de voorkeur krijgt. In 2008 ging het juist vooral om het beperken van de risico’s op zwak onderwijs. 

"Scholen willen nu meer ruimte. Wij willen ze graag die ruimte geven, maar de basiskwaliteit mag niet in het geding komen. Daarom hebben we nu veel scherper in de wet vastgelegd wanneer een school zeer zwak is. Het is nu voor iedereen helder.”

Heeft u bij het opstellen van de nieuwe regels geluisterd naar critici die de inspectie ervan beschuldigden met het risicogerichte toezicht een ‘afrekencultuur’ in het onderwijs gebracht te hebben?

“De typering ‘afrekencultuur’ had er waarschijnlijk mee te maken dat wij kijken naar objectieve onderwijsresultaten. Haalt een leerling op het centrale eindexamen niet een veel lager cijfer dan op de schoolonderzoeken? Zit een kind met vmbo/havo-advies na drie jaar op het vmbo of de havo? Dit succes van leerlingen door de jaren heen vinden wij nog steeds belangrijk, maar we trekken er nu inderdaad geen punten meer voor af.

“Over de onderwijsinspectie deed ook de kritiek de ronde dat wij ‘afvinklijstjes’ zouden hanteren, maar die hebben nooit bestaan. Inspecteurs zaten echt niet zo in de klas streepjes te zetten. Die kritiek was voor onze mensen vervelend, omdat inspecteurs vaak voormalige docenten zijn die juist graag willen meedenken hoe het beter kan in plaats van scholen belemmeren in hun ideeën. 

"Tegelijkertijd begrijp ik wel hoe het beeld van de afvinklijstjes is ontstaan. We hadden inderdaad een enorm verfijnd model voor de beoordeling van een school. Dat groeide zo omdat scholen wilden weten waaraan ze moesten voldoen en inspecteurs wilden laten zien waarop ze hun rapportage baseerden. Maar ook daar komt nu een einde aan.”

Tekst loopt door onder afbeelding. 

Monique Vogelzang Beeld Werry Crone

Inspecteur- generaal Monique Vogelzang (1969) is sinds twee jaar het boegbeeld van de instelling die in het leven is geroepen om toezicht uit te voeren op het Nederlandse onderwijs. Sinds honderd jaar bestaan er behalve openbare, bijzondere scholen in Nederland waarvoor de inspectie eveneens verantwoordelijk is. Nederland besloot toen vrijheid van onderwijs in te voeren, die iedereen het recht gaf een eigen school te stichten.

Had de school een erkende religieuze, levensbeschouwelijke of pedagogische grondslag, dan kregen de schoolstichters in beginsel een zak met geld en een schoolgebouw van de overheid. Er was echter wel een voorwaarde: dat belastinggeld kreeg je alleen als de school voldeed aan de wettelijke kwaliteitseisen. De Inspectie van het Onderwijs ziet daarop toe.

Als het aan staatsscretaris Dekker ligt, krijgt Vogelzang het met haar inspectie nog drukker. Hij wil het nog makkelijker maken om nieuwe scholen te stichten. Zijn idee is dat moderne burgers geen scholen meer willen stichten op religieuze grondslag, maar liever op didactische of pedagogische overtuiging. Maar zal deze verruiming van de onderwijsvrijheid er ook niet toe leiden dat er meer zwakke scholen bijkomen?

“Het is voor ons wel een puzzel”, zegt Vogelzang. “Ik begrijp de vraag heel goed. Maar wij moeten straks als inspectie vooraf gaan meekijken. Je kunt nooit helemaal voorspellen wat zo’n school gaat worden. Voor alle leerlingen moet het onderwijs binnen afzienbare tijd goed zijn. Hoe beoordeel je dat? We zijn daar nog niet uit.”

Er is een aantal vernieuwende scholen in Nederland die steeds opduiken bij congressen en symposia om anderen te inspireren: scholen die klassen doorbreken, bewegend onderwijs geven, het liefst kinderen van 0 tot 18 op school houden of geen roosters meer hanteren. Kunnen andere scholen zich ook niet vertillen aan zulke ambities?

“Heb je grote ambities, dan moeten die ook echt gedragen worden. Wat vinden de docenten, de medezeggenschapsraad, de ouders? Hebben de leerlingen er ook wat aan? Is de huisvesting erop berekend? Inspecteurs zullen altijd zulke vragen stellen. De context wordt meegewogen. Wij beoordelen een school niet op de vraag of die goed inspeelt op de behoeften van de buurt. Maar we zullen het wel ter sprake brengen. Er kan veel, maar je moet wel weten wat je aan het doen bent.”

Hoe ambitieus zijn de Nederlandse scholen nu al?

“De verschillen zijn groot. Laatst kwam tijdens een vergadering de vraag op: weten we eigenlijk op hoeveel scholen er plannen zijn om het anders of moderner te gaan doen? Het beeld is zo wisselend, dat we het eigenlijk niet goed kunnen inschatten. Maar het is niet grootschalig, hoor.”

Veel werk aan de winkel dus. Hoe kan de inspectie helpen om de ambities van scholen te verwezenlijken?

“Inspecteurs komen een keer in de vier jaar langs. Het schoolbestuur geeft een presentatie over hoe het gaat en wat de ambities zijn. De inspecteurs gaan vervolgens de school in, lopen rond en kijken hoe de visie van het schoolbestuur strookt met wat ze aantreffen. Vertelt een bestuurder dat ze bezig zijn met bijscholing, terwijl een leerkracht zegt daar nooit tijd voor te krijgen? Dan moeten we een gesprek voeren. 

"Hoe krijg je dit toch voor elkaar? Een schoolbestuur kan de inspecteurs maar beter ook vertellen over de dingen die niet goed gaan. Het wekt bij ons vertrouwen als je dat in beeld hebt. De uitleg van de school is nu heel belangrijk geworden. Wat scholen van ons mogen verwachten is dat wij schoolbesturen steunen die hun visie goed kunnen uitleggen. Ook als de goede resultaten nog niet meteen zichtbaar zijn.”

Tekst loopt door onder afbeelding. 

Monique Vogelzang Beeld Werry Crone

Uw laatste jaarverslag werd wel gezien als een kritiek op de onderwijsvrijheid. U constateerde dat er geen land in Europa is waar de verschillen zo groot zijn als in Nederland. Is de grens van de onderwijsvrijheid wat u betreft bereikt?

“Ik vind de onderwijsvrijheid uniek en heel goed voor de keuzevrijheid, de autonomie en de kwaliteit van scholen. Er is ook geen enkel land in Europa dat zo’n gevarieerd onderwijsaanbod heeft als Nederland. Maar tegelijkertijd lopen we ook tegen keerzijde van de onderwijsvrijheid op. We zien dat sociale groepen elkaar op school opzoeken. Hoger opgeleide ouders kiezen heel bewust voor de kansen. Zij denken daarbij eerder aan een categoraal gymnasium, dan aan een brede scholengemeenschap.”

“Van Amsterdamse ouders is onderzocht dat zij bereid zijn kilometers te fietsen naar een bepaalde basisschool omdat ze die in de buurt niet goed genoeg vinden. De onderwijsvrijheid leidt zo tot sociale segregatie. Scholen hebben een brede maatschappelijke opdracht, en hoewel zij natuurlijk niet als enigen verantwoordelijk zijn voor sociale samenhang, hebben zij er wel een belangrijke rol in.”

Moeten we dan gaan vastleggen dat groepen met elkaar naar school moeten?

“In ons jaarverslag proberen we de praktijk en de wetenschap te combineren en te begrijpen wat er gebeurt. De Onderwijsinspectie heeft ook de opdracht een beeld te geven van het gehele onderwijsstelsel. Welke ontwikkelingen zien we, en wat zijn daar de consequenties van? Het rapport is bedoeld om een debat te voeren over de oplossingen. Het zijn scholen en overheden die hier samen naar moeten kijken.”

Overheden willen graag wat doen aan sociale segregatie, maar scholen?

“Scholen willen wel, maar hebben ook te maken met ouders. Mensen die allemaal het beste voor hun kind willen. Zij kunnen grote druk uitoefenen. Voor scholen ligt het inderdaad een stuk moeilijker.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden