'Onze hersenen bepalen niet alles'

Hoezo 'wij zijn ons brein'? In een nieuw boek trekt klinisch psycholoog Jan Derksen van leer tegen wat hij de 'hersenmythe' noemt, het waanidee dat ons brein al ons gedrag verklaart. 'Natuurlijk is de psyche een constructie. Maar wel een hele belangrijke.'

'Het is een milde ergernis", zegt Jan Derksen in zijn werkkamer aan de Radboud Universiteit Nijmegen. "Met een glimlach." Hij heeft het over de dominantie van hersenonderzoekers in de menswetenschap - en ook in zijn eigen vakgebied, de psychologie. Titels als 'Wij zijn ons brein' van Dick Swaab en 'De vrije wil bestaat niet' van Victor Lamme zeggen wat hem betreft genoeg. Maar ook de Leidse hoogleraar Eveline Crone, die in haar boeken uitlegt wat er in de puberhersenen gebeurt, moet het bij hem ontgelden.

"Ik vind het ook ernstig dat een wetenschapper het brede publiek dat haar boek koopt zo verkeerd voorlicht. Jongeren zouden niet meer puberen, hersens zouden dat doen; dat is het beeld wat ontstaat bij mensen. Ouders zeggen over hun kind 'nou, zijn hersenen zijn vandaag aan het puberen'. De hersenen krijgen ineens allerlei menselijke eigenschappen toegeschreven. Daarmee redeneer je al het sociale en psychologische weg."

Om dezelfde redenen is Derksen het al langer oneens met Swaab. "Bij hem draait het ook alleen maar om de hersenen. Die zouden alles bepalen. Terwijl de hersenen ook gevormd worden als mensen in contact staan met anderen, en door psychologische processen." Voor veel wetenschappers is de hersenmythe volgens Derksen bijna een geloof geworden, dat de leegte opvult die ontstaan is door de ontkerkelijking.

"Swaab durft bijvoorbeeld ijskoud te stellen dat bij mensen met de ziekte van Parkinson cognitieve gedragstherapie geen enkele zin heeft. Terwijl juist hier in Nijmegen is aangetoond dat die therapie - die uiteraard de ziekte niet wegneemt - er wel voor zorgt dat men er beter mee om kan gaan. De hersenonderzoekers maken naar mijn mening een grote denkfout, en dat ergert mij.

"Je zult mij niet horen zeggen dat hersenen onbelangrijk zijn. Hersenonderzoek is heel belangrijk, maar vergaande conclusies over sociale en psychische fenomenen eruit trekken, dat vind ik onzinnig. Ik ben zelf ook in de farmacologie opgeleid, heb in de hersens staan snijden. Maar naast de biologie heb je ook de sociale aspecten, en de psychologische processen. Dat die minstens even belangrijk zijn, dat wordt door hersenwetenschappers niet erkend. De geest, tja daar kunnen ze geen bewijs voor vinden, wordt dan gezegd. Natuurlijk is de psyche een constructie. Maar wel een hele belangrijke."

In zijn net verschenen boek 'Bevrijd de psychologie' betoogt Derksen dat zijn collega-psychologen die belangrijke constructie uit het oog verloren hebben. "Dat gebeurde al voordat de hersenwetenschap ging domineren. Toen ik in 1975 psychologie ging studeren viel direct op dat het nauwelijks ging over psychologische processen, maar dat de nadruk heel sterk lag op methodologie. Daar is niets mis mee, maar je moet wel blijven nadenken over de psyche. Doe je dat niet, dan ben je vatbaar voor de mythe dat de hersenen alles zouden bepalen."

In de constructie van de psyche, zo vindt Derksen, koppelt de psycholoog de fenomenen die hij waarneemt aan grote thema's. "Dat kan angst zijn, de dood, maar ook gewetensvorming of seksualiteit. Die thema's geven een diepere verklaring aan ons gedrag. Maar de hersenmythe ontkent die achtergrond."

Zo ergert Derksen zich aan de mening dat een verslaving in wezen een ziekte is, verklaarbaar uit het genetisch materiaal van de verslaafde. "Wie dat zegt, slaat de plank volledig mis en blijft aan de oppervlakte. Want je zou willen weten: waaróm is iemand dan verslaafd? Wat is er gebeurd in iemands omgeving, welke psychische processen spelen een rol? De hersenverklaring wil daar niets van weten. Je hebt gewoon die ziekte, zegt men dan. Op die manier laat je een verslaafde heel gemakkelijk wegkomen: die kan er immers niets aan doen. Maar tegelijkertijd doe je de verslaafde tekort, want je geeft niet de psychologische behandeling die veel zou verklaren. Je doet aan wat wij onderbehandeling noemen. En zo gaan die hersenwetenschappers maar door. Gaan ze bijvoorbeeld een gen zoeken dat aanleg voor zelfmoord zou verklaren. En wat hebben wij daar dan aan?"

De grote thema's, die zijn volgens Derksen allang uit de psychologie verdwenen. "De meeste psychologen hebben statusangst. Kijk maar naar enquêtes: psychologen scoren altijd het laagst op zelfbeeld. Daarom is de verleiding groot om de natuurwetenschappen te gaan nadoen. Dat kan door je te beperken tot hersenonderzoek. Psychologen schaden zo hun eigen vak."

Ze hebben u wel hoogleraar gemaakt.
"Ik ben hier in Nijmegen hoofddocent. Men zei wel eens dat ik mijn toon moest matigen, dan kon ik hoogleraar worden. Maar daar ga ik niet aan beginnen. Ik ben hoogleraar in Brussel."

U wilt eigenlijk graag weer aandacht voor Sigmund Freud. Maar die is toch hartstikke uit? Voor concepten als verdringing en het onderbewustzijn is nooit bewijs gevonden.
"Ik blijf zeggen: psychologische processen zijn een constructie. Freud heeft dat op een knappe manier doorzien. Veel mensen hekelen hem, maar hebben nauwelijks iets van hem gelezen. Het onbewuste mocht dan een tijdje uit zijn, het is weer helemaal terug in een andere vorm. In de hersenonderzoeken. Maar ook in de sociale psychologie. Alleen vergeet men daar de grote thema's. Daar is men bezig via prachtige en ingewikkelde methodes allerlei feitjes te verzamelen."

Wie door een rommelige straat loopt, gaat sneller discrimineren.
"Dat soort onderzoek. Het bleek ook nog niet te kloppen, maar het is een voorbeeld van wat ik confetti-wetenschap noem. We strooien feiten rond waarvan de mensen zich maar moeten afvragen wat ze er aan hebben.

"Als je dan al dat soort onderzoek wilt doen, kijk dan naar iets waar de samenleving wat aan heeft. Ik gaf een tijdje geleden het voorbeeld van de kredietcrisis. Het idee dat alles altijd maar goed kan gaan, dat we helemaal niet kwetsbaar zijn, dat is nou een typische narcistische fantasie. Want in werkelijkheid zijn we heel kwetsbaar. Ik ben 59 en er kan in mijn lichaam zo ergens een bloedpropje inschieten. En mijn geheugen: ik denk vandaag dat ik zelf iets heb bedacht en zie morgen waar ik het gelezen heb.

"Als je die grote kwetsbaarheid ontkent, loop je grote risico's. Ik zei toen dat ook economen zich dat narcisme mochten aanrekenen en toen kreeg vanuit die kant boze reacties. Dat is dan prettig dat je psycholoog bent, want je kunt zeggen: jullie zitten nog in de fase van afweer. En ja hoor, onlangs wilde het Centraal Planbureau graag dat ik er wat over vertelde. Vonden ze toch wel interessant."

Toen kwamen ze in de acceptatie-fase.
"Ja, de verwerking begon zou je kunnen zeggen. En is het niet de rol van de wetenschapper om inzicht te geven? Dat is in ieder geval altijd mijn drijfveer geweest, om iets zinnigs te doen."

Maar dat vinden hersenwetenschappers ook van zichzelf.
"Ja, dat denk ik wel."

Wie bent u dan om te zeggen dat zij niet zinnig bezig zijn en u wel?
"Dat is natuurlijk mijn mening. Ik zet die sterk aan, omdat ik het belangrijk vind. Maar ik draag daar wel argumenten voor aan. Zo hoort het ook in een wetenschappelijk debat. Ik schreef een jaar geleden in NRC Handelsblad een stuk waarin ik waarschuwde voor de hersenmythe en de reacties waren heel positief. Maar niet vanuit de psychologie, daar houdt men zich stil."

Heeft u zelf ook statusangst?
"Nee, daar heb ik niet zo'n last van."

En een narcistische fantasie?
"Soms denk ik dat ik écht iets bijdraag door dit soort dingen te vertellen. Maar kort daarop denk ik dan weer van niet."

Dat laatste lijkt me ook niet vrolijk.
"Zeker, ik schreef in dat vorige boek al dat narcisme ook voordelen heeft. Wie denkt dat hij niets kan bereiken, speelt ook weinig klaar - maar narcisme wordt gevaarlijk als je het niet doorhebt."

In uw nieuwe boek koppelt u dat narcisme ook aan de opkomst van de mobiele telefoon.
"Wie altijd alleen in zichzelf is geïnteresseerd, die mist op een gegeven moment toch de diepgang. Die denkt dan wel dat hij heel onafhankelijk is, maar die autonomie is in feite heel gebrekkig. Je hebt in de ontwikkelingspsychologie de theorie van het zogeheten transitional object, het voorwerp dat baby's nog enige tijd bij zich houden als vervanging van hun ouders, als die even weg zijn. Eerst is dat de speen en later wordt dat bijvoorbeeld een knuffelbeer. Voor de ontwikkeling van kinderen is het cruciaal dat ze ook van dat voorwerp afscheid leren te nemen. Dat ze leren zich te separeren, echt onafhankelijk te zijn. En volwassen worden. De mens van nu hoeft dat niet meer, die heeft zijn telefoon. Papa en mama zijn er altijd."

Dat klinkt als verslaving.
"Er zijn vast nog mensen die de telefoon maar beperkt gebruiken. Je zou moeten onderzoeken of mijn stelling klopt. Maar kijk om je heen. Het is echt ongelooflijk wat die telefoon voor veel mensen betekent. Die nieuwe mogelijkheid leek eerst vrijheid te bieden, maar we hebben eigenlijk vooral een nieuwe afhankelijkheid gecreëerd. Mensen moeten op elk moment op hun telefoon kunnen kijken. Het is een verslaving geworden."

Heeft u dat zelf ook?
"Ja, zeker. Ik kijk heel vaak op dat apparaat of ik e-mailtjes heb binnengekregen. Vaker dan nodig is. Ik zei de afgelopen tijd dan tegen mezelf: als ik die mailtjes nu afhandel, heb ik vanavond tijd om verder te schrijven aan mijn boek."

Zo heeft iedereen wel een smoes.
"Ja, maar zo erg is dat ook niet. Als je maar door hebt dat je jezelf voor de gek houdt."

Jan Derksen. Bevrijd de psychologie - uit de greep van de hersenmythe. Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam, 208 blz. 17,95 euro.

Wie is Jan Derksen
Jan Derksen werd geboren in 1953 in het dorp Hernen, vlakbij Nijmegen. Na een studie journalistiek studeerde hij psychologie aan de Nijmeegse academie, die in die linkse periode ook wel de 'Karl Marxuniversiteit' werd genoemd. Derksen was politiek actief en vertaalde zijn idealen praktisch door met collega-psychologen hulp bij mensen in de buurt aan te bieden. Dat was nog voor de tijd dat de eerstelijnspsycholoog zijn intrede deed. Derksen werkt tegenwoordig op de universiteiten in Nijmegen en Brussel.

Derksen is getrouwd en heeft drie dochters. Een van zijn hobby's is sportvliegen. "Soms als ik van mijn werk genoeg heb, vlieg ik wel eens over de universiteit heen. 'Zojuist zat ik daar nog', denk ik dan. Als ik geland ben, kan ik er weer tegenaan."

Boekfragmenten
De bijdrage van de neurowetenschap aan de psychiatrie kan tot nu toe op de bekende achterkant van een bierviltje worden beschreven. Mensen en chimpansees delen meer dan 98 procent van hun genetisch materiaal en toch zien we nooit een chimpansee genieten van een pianoconcert van Mozart en daarover een essay schrijven.

De aandacht voor het brein is verbreed naar het gehele lichaam. Het lijf wordt getraind, geschminkt, plastisch chirurgisch gecorrigeerd, in jeugdige staat geconserveerd, geholpen met pillen en opgepoetst.

Depressie (-) wordt nu bij uitstek gezien als het resultaat van een chemische disbalans. Het omgekeerde idee, dat we evengoed een chemische disbalans zouden kunnen krijgen ómdat we depressief zijn, is niet interessant.

Geneigdheden die vroeger exhibitionisme en voyeurisme werden genoemd, zijn nu genormaliseerd en gemeengoed geworden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden