ONZE GROEI HEEFT GEEN GRENS

Pieter en Mark Diks wonen niet meer in het Brabantse Uden, maar drie kwartier rijden zuidelijker, in Neerpelt, net over de Belgische grens. Vlak bij elkaar. Ze zijn onder meer verhuisd omdat ze in België minder belasting hoefden te betalen, een voordeel dat onlangs door staatssecretaris Vermeend van financiën ongedaan is gemaakt. Mark, zonder in verdere details te willen treden: “Die wet scheelt ons wel wat, ja.”

Maar er zijn ook andere redenen voor hun verhuizing. In Uden, waar het hoofdkantoor en de fabriek staan en waar enkele honderden werknemers wonen, hadden de beide broers - oprichters, grootaandeelhouders en directeuren van de snel groeiende Udense slaapkamergigant Beter Bed - verschillende maatschappelijke functies. Bestuurslid van de voetbalvereniging, van de hockeyclub, van de carnavalsvereniging. Mark: “Noem het maar op of we zijn het geweest.” Dan, met enige stemverheffing: “Vaak kon je geen 'nee' zeggen, op alle recepties moest je opdraven. Want anders krijg je: hij komt niet meer, hij zal zich wel te groot voelen. Dat heb je in zo'n kleine gemeenschap. Voor ons is dat een belangrijke reden geweest om te zeggen: we gaan hier weg, dit gaat niet meer.”

Pieter: “De sociale druk werd te groot. Dat ging ook ten koste van het andere werk.” Mark: “U moet zich voorstellen: als ik 's avonds in de kroeg stond, dan zag ik wel drie of vier mensen die mij wilden aanspreken, als sponsor van de ponyclub of de gehandicaptenvereniging, of dit hier of daar, dat is echt zo.” Pieter: “Of zo van: mijn broer Jan zit zonder werk, kun je niet wat regelen?”

Nog steeds worden ze vaak gevraagd, maar de meeste bestuursfuncties hebben ze na de verhuizing achter zich gelaten. Of de werknemers kritiek hadden op de verhuizing, weten ze niet. “We hebben er geen negatieve geluiden over gehoord, maar er zal wel kritiek geweest zijn, ja, daar wordt toch altijd wat vreemd tegenaan gekeken”, denkt Mark. Zijn broer: “Mensen realiseren zich niet: als je een goede manager bent voor je fabriek, dan wil je dat ook voor je privé-eigendommen zijn.”

Dagelijks levert Beter Bed bij duizend mensen een bed of vaak gehele slaapkamer af. Het is inmiddels de grootste slaapketen van Nederland. Oase, nummer twee, heeft slechts dertien winkels. De omzet van Beter Bed is de afgelopen jaren ook fiks gestegen, die bedroeg in 1993 nog 78 miljoen gulden en vorig jaar 145 miljoen. De winst stijgt mee. In 1993 was die nog 4,7, in 1996: 11,2 miljoen. Voor dit jaar voorspellen de broers Diks “wederom mooie cijfers”. Pieter, stralend: “Onze groei heeft geen grens.” Mark, een beetje lachend: “Het grootste slaapwarenhuis van Europa, daar ligt de grens.”

Het gloednieuwe distributiecentrum - 16 000 vierkante meter, kosten: 20 miljoen gulden - langs de Rondweg-Zuid van Uden oogt aan de buitenkant als een Ikea, maar dan in geel en zwart, de 'Beter Bed'-kleuren. Zeker twintig vrachtauto's staan klaar op de parkeerplaats om naar Hollandse meubelboulevards af te reizen, waar de meeste winkels gevestigd zijn. Grote foto's van mensen die in bed een krantje lezen of televisie kijken, sieren de hal van het ernaast gelegen hoofdkantoor.

In de directiekamer is het even alsof je een Kuifje openslaat en Janssen en Janssen aan het woord zijn. Pieter en Mark Diks spreken elkaar geregeld op dezelfde manier na als de detectives uit het stripboek. “Wij zijn een familiebedrijf”, zijn de eerste woorden van Pieter (41). “Ja, dat zijn we zeker”, herhaalt broer Mark (42). Uiterlijk hebben ze niet veel van elkaar: Pieter is gezet, kalend en lang, Mark, met snor en bril, is slanker en oogt kleiner. Beiden hebben een onmiskenbaar Brabants accent.

De taken hebben de twee onderling verdeeld. Mark doet de commercie, Pieter de techniek en de organisatie. Een jaar of acht geleden is ook een oudere broer, Rob, in dienst getreden. Hij leidt de fabriek. Want de broers Diks verkopen niet alleen slaapkamers, ze maken ze ook.

De historie van Beter Bed gaat terug tot 1914. De eerste wereldoorlog breekt uit en veel Belgen vluchten naar Nederland. Bij Uden bevindt zich een vluchtelingenkamp met 6 000 Belgen. De vluchtelingen nemen uit West-Vlaanderen hun vlasmachines mee. Mark: “Mijn grootvader, die smidsknecht was, moest voor hen wel eens een stangetje vervangen.” Pieter: “Hij moest die machines repareren.” Mark: “En mijn grootvader zag dat je met de vlasmachine ook staaldraad kunt weven.” Pieter: “Mijn grootvader ontwikkelde die machines zo, dat je er een matrasdrager van kon maken. Een zogenaamde spiraalbodem.”

De grootvader krijgt patent op zijn ontdekking. Daarop begint hij 'bodempjes' te maken. Het bedrijf noemt hij Dico, een samenvoegsel van Diks en Coenen, naar een vriend met wie hij de zaak opzet. Langzaam maar zeker groeit het Udense fabriekje. Zijn zoon, de vader van Mark en Pieter, neemt de leiding over. Vader Diks krijgt vier zonen. Pieter: “Wij zijn opgevoed met bedden. Wij hebben onze jeugd over niets anders gehoord dan bedden.”

De familie behoort tot de notabelen van Uden. Ook moeder stamt van een gerenommeerd industrieel Udens gezin, de eigenaren van koekfabriek De Slinger (die later in handen van Peijnenburg zou komen). De broers gaan in het Brabantse plaatsje naar de lagere en de middelbare school, Mark HTS, Pieter Havo. Naar de universiteit gaan ze niet, Mark is korte tijd bij de marine, maar volgt al snel broer Pieter die bij Dico aan de slag is gegaan. “De andere broers gingen wat anders doen, dat kon ook, zo dwingend was het bedrijf voor de kinderen niet.” Pieter: “We gingen heus uit vrije keuze bij mijn vader werken.”

Maar het bevalt de broers niet zo. Dico is uitgegroeid tot een beursgenoteerd bedrijf waar een paar honderd mensen werken. Een vrij strak georganiseerde fabriek, waar zij niet genoeg energie kwijt kunnen. Pieter: “We waren twintig, we wilden zelf wat gaan ondernemen.” Mark: “Wij waren inmiddels de derde generatie. Er werkten ook veel nichtjes en neefjes. We wilden iets anders.” Mark: “Wij zagen dat het fenomeen beddenzaak opkwam. Wij zagen ook dat als je grootschalig aanbod zou hebben, met kastjes, met slaapmeubels, met speciale matrassen, dat je dan wel eens succes zou kunnen hebben.”

In 1981 verlaten zij de fabriek en beginnen een eigen slaapkamerwinkel in Uden. Vader Diks heeft het er moeilijk mee. Mark: “Daar heeft aanvankelijk wel wat zeer gezeten. Hij had er toch op gerekend dat hij opgevolgd zou worden door een van ons.”

Al na een jaar openen de broers naast de winkel een eigen fabriek om slaapkamers en bedden te maken. Pieter: “Dat is nu het hart van de formule. We wilden sneller op trends inspelen, sneller leveren. Betere producten voor een lage prijs. Het principe van het huismerk. Dat is gelukt.” Het opzetten van de formule heeft een aantal jaar geduurd, maar sinds begin jaren negentig groeit Beter Bed als kool.

Op de productieafdeling van de eigen bedden werken 500 mensen, ruim 350 daarvan bij twee fabrieken in het plaatsje Walcz in Polen. Daar worden grenen meubelen vervaardigd, arbeidsintensief werk, vandaar de keuze voor een land met veel hout en lage lonen.

Bij de Nederlandse winkels zijn nog eens 600 mensen in dienst. Een kwart van de slaapkamers die Beter Bed verkoopt, is van het eigen huismerk. De slaapkamers luisteren naar namen als Laguna, Chateau of Malang. Daarnaast verkoopt het bedrijf ook de bekende merken als Auping of Pullmann. Mark: “We verkopen op dit moment heel veel grenen kamers, warme kamers.” Pieter: “Dat is in.” Mark: “Maar dat verandert heel snel, hoor. Zeker een keer per jaar is er weer een heel nieuwe stijl.”

Er zijn over heel Nederland - Mark: “van Groningen tot Maastricht” - tegenwoordig 67 filialen. Een jaar geleden waren dat er nog 52. Dat groeitempo denken de broers overigens niet vol te houden, “dat zal wat afvlakken”, zegt Mark. Pieter: “Maar in ieder geval openen we voorlopig wel zo'n vijf á zes nieuwe slaapkamerzaken per jaar.”

Op een ander terrein zijn er nieuwe plannen. Beter Bed opende drie maanden geleden in Uden de eerste test-babywinkel onder de naam Beter Baby. “Het ligt in de lijn van wat we al doen: eerst kopen mensen een bed en daarna komen er baby's en babyspulletjes”, vindt Pieter. Er zijn complete babyslaapkamers te koop, maar ook alle mogelijke andere babyspulletjes. “Volgend jaar hebben we een landelijke dekking met deze keten, zo rond de tien zaken, we zijn er ontzettend tevreden erover”, zegt Pieter. Mark: “Eind volgend jaar.” Pieter: “Dat ís volgend jaar.”

Daarnaast wil Beter Bed in Duitsland winkels openen, om te beginnen in het Roergebied. “De Nederlandse smaak ligt dicht bij die van de Duitsers; zware houtsoorten, zwaar uitgevoerd, grote kasten, grote bedden.” Concrete plannen worden volgend jaar bekendgemaakt. Dat de Duitse economie in problemen verkeert, is juist een extra reden om “daar nu in te stappen”, denkt Mark. “Toen wij begin jaren tachtig in Nederland begonnen, ging het hier ook niet zo florissant.” Pieter: “De huren zijn goedkoper als het minder loopt, het personeel is tegen goed loon te krijgen. En als je je instelt op die mindere markt en het gaat weer goed, dan boom je net zo hard mee.”

Onlangs kochten de broers bovendien de importeursrechten voor de Benelux van een merk Zweedse matrassen die in Nederland alleen in ziekenhuizen worden gebruikt. Zij willen deze matrassen ook aan de Nederlandse consument gaan slijten. “Ze zijn gemaakt van vertragend schuim. Dat klinkt vreemd, alsof ze brandbaar zijn of zo, dat is helemaal niet zo. Maar door je lichaamswarmte vormt de matras zich naar je lichaam.”

Mark sliep eerst een tijdje op zo'n matras voordat hij de rechten op import kocht. “De eerste nacht was het wat moeilijk, maar daarna echt perfect. Ik heb hem nog steeds en ik ga nooit meer ergens anders op liggen.” Pieter heeft er ook opgelegen, een nachtje of vier. “Het lag goed, maar ik heb geen behoefte aan vernieuwing, ik slaap op een gewoon rubberen matras.”

Zij verklaren hun succes door de nieuwe functie die de slaapkamer in de jaren negentig gekregen heeft: als een verlengstuk van de woonkamer. “Mensen gaan lekker vroeg naar bed, en daar nog televisie kijken, lezen. Vroeger leefde je in de woonkamer en ging je snel naar bed en hup het licht uit.” Mark: “Toen wij begonnen was een matras bovendien een sluitpost, tegenwoordig wordt daar echt naar gekeken, uitgebreid uitgeprobeerd in de winkels. Gezondheid is in en daar hoort een goede nachtrust en dus een goed bed bij.”

Wie slaapkamers wil verkopen, moet vooral aanvoelen wat de klanten willen. Mark: “Wij lopen nationaal en internationaal alle beurzen af en dan herken je de trends. Daar speel je op in als frabikant en winkelier. Als wij in Milaan een mooi model zien, kunnen we ons daardoor laten inspireren en het zes weken later in de winkels voeren.” Pieter: “En dan tegen een heel betaalbare prijs.” De gemiddelde pris voor een complete slaapkamer bij Beter Bed ligt tussen de 1 000 en de 5 000 gulden.

Beter Bed is een krap jaar geleden naar de beurs gegaan. Het kleine beursfonds houdt zich ook in de wereld van de miljardenconcerns goed staande. De koers schommelt rond de 45 gulden, in december 1996 was dat nog zo'n 28 gulden. Het doel van de beursgang was allereerst geld krijgen om de keten Dormaël, met 13 zaken, over te nemen. Ten tweede willen de broers gemakkelijker toegang tot de kapitaalmarkt, zeker met het oog op de expansieplannen in het buitenland. Mark: “Maar we zijn niet van plan met een nieuwe emissie te komen, we hebben nog zoveel geld in kas, dat we de komende jaren toe kunnen.”

Dico, het oude bedrijf van de familie, bestaat nog steeds, maar heeft het moeilijk. Het bedrijf leeft inmiddels voor 70 procent van de export en de stand van pond en dollar maken het bedrijf minder concurrerend. “Maar onze familie is er eigenlijk in 1983 helemaal uitgestapt. Daar zit nu niemand meer. Nee, ook geen neefjes en nichtjes. In 1986 hebben ze alle aandelen verkocht.”

Het familiekapitaal zet zich voort in Beter Bed. Vader Diks, inmiddels 75 jaar oud, was zelfs een van de stralende middelpunten bij de eerste beursdag van Beter Bed op het Damrak, begin december 1996. Pieter: “Wij wisten vijftien jaar geleden niet dat we veel groter zouden worden dan Dico. Mijn vader wist dat ook niet. Maar nu is hij trots, heel trots.”

Van de aandelen is 26 procent in handen van de familie, 2,5 procent van een groep managers van het bedrijf en de rest is vrij verhandelbaar. De leiding van het bedrijf blijft stevig in handen van de broers. Dat heeft veel voordelen, vinden zij. Mark: “Bij een familiebedrijf verloopt het allemaal wat informeler, ook het personeel krijgt het gevoel bij de familie te horen, denk ik.”

De familie is nog altijd zeer betrokken bij het wel en wee van de fabriek. Pieter: “Je neemt het werk mee naar huis, meer dan een ander, dat is zo. Van kinds af aan ben ik dat gewend geweest, dus ik weet niet anders dan dat we het over de soep nog over de bedden hebben.” Pieter: “Als we op zondag bij mijn vader gaan eten, is het eerste waar hij over begint: de bedden. Vaste prik. Prettig. Hij wil al het nieuws horen over wat er komt en wat er gaat.”

Maar andere nadelen aan een familiebedrijf zijn er wel. Mark: “Het besloten karakter van het bedrijf. Er werken hier zoveel mensen, dat ze het recht hebben precies te weten wat er gebeurt. Vaak hebben familiebedrijven niet eens een ondernemingsraad. Ik zeg niet welke, maar we kennen er genoeg, ook hier in de buurt.” Pieter: “Maar wij hebben er wel een.” Mark: “Ja, al lang.”

De beursgang heeft meer openheid gebracht en daar zijn de broers blij mee. Mark: “We hebben nu open boeken.” Pieter: “We hebben toch de verantwoording over zo'n 1 100 gezinnen en dan wil je best dat er anderen af en toe over je schouder meekijken hoe je het doet.” Mark: “Er wordt daardoor ook meer meegedacht door de werknemers.” Pieter: “Vroeger waren het vaak emotionele besluiten, vandaag gaan we dit doen, morgen dat.” Mark: “Nu ja, niet in de laatste jaren, in de beginfase was dat zo. Pas nu op, anders worden we nog van zwalkend beleid beticht.”

Ze werken er “eerder niet dan wel” aan, zegt Pieter, dat hun kinderen in de toekomst Beter Bed gaan leiden. Ze hebben beiden twee kinderen, allebei een jongen als oudste en daarna een meisje. Pieter: “Nee, van mij hoeven ze echt niet in de zaak.” Mark: “Maar als het de juiste man is op de juiste plaats, waarom niet?” Pieter: “Ja, maar die kans is niet zo groot, natuurlijk.” Mark: “Nee, maar als 'ie het zou ambiëren, nou, ja, prima.” Pieter: “Maar wij wilden zelf niet in het grote bedrijf van onze vader, dus hij zal het ook wel niet willen. Het ondernemen zit ons te veel in het bloed. Hij zal waarschijnlijk wel iets voor zichzelf willen beginnen.”

Vakantiebaantjes hebben de kinderen in het bedrijf van hun vaders nog niet gehad. Pieter: “Mijn zoon is pas twaalf, dus dat gaat moeilijk.” Zijn dochter is tien. Mark, lachend: “Die zoon van mij is pas zeven, die is er ook nog niet helemaal aan toe.” Zijn dochter is vijf.

Weer in Nederland gaan wonen, willen ze niet. Ook niet nu de fiscale voordelen komen te vervallen. Pieter: “Voor de kinderen zijn we ook vertrokken uit Uden. Je bent toch weinig anoniem hier. Je wordt ingeschat naar je bedrijf, dat is voor kinderen niet prettig. Ergens anders zijn ze gewoon kinderen, net zoals andere.” Mark: “We hebben dat zelf een generatie eerder ook meegemaakt, dat je niet anoniem bent. Dat is niet altijd leuk. Je wordt er als kind toch vaak op aangesproken dat je vader bij een bedrijf als Dico of Beter Bed werkt.” Pieter: “Als je iets niet goed deed, dan zeiden ze: ach, jullie hebben toch geld genoeg. Of: jullie komen er toch wel.” Mark: “Niet heel veel mensen hebben dat hardop uitgesproken, maar zulke gedachten zijn er altijd wel geweest.”

Ze voelen zich thuis in de Nederlandse gemeenschap in België. “Het is een heel hechte gemeenschap daar”, zegt Mark. “Eigenlijk vreselijk jammer dat al die mensen vertrokken zijn, ik vind dat daar een heel stuk van ondernemend Nederland zit. Weggegaan om de een of andere rare belastingkronkel.” Pieter: “We kennen niemand die teruggaat nu die maatregel verdwenen is, nee, daarvoor is het er gewoon te plezierig.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden