'ONZE GOLFBAAN, ACHTTIEN HOLES, SPREEKT AAN'

De tijd is voorbij dat landgoedeigenaren in Nederland van hun bezit konden leven. Dus moet de adel arbeiden, bijvoorbeeld op het moment dat gewone Nederlanders op vakantie zijn. Een serie over kamperen bij de baron. Jonkheer Eysinga: “Ik vertoef alleen 's zomers op mijn landgoed.”

Jonkheer Frans Julius Johan van Eysinga mag zich sinds vijf jaar eigenaar noemen. Hij heeft de camping overgenomen van zijn vader, thans een gepensioneerde dominee. Vader woont nog steeds op het landgoed. Jonkheer Junior daarentegen bewoont een grachtenpand in Amsterdam. Alleen in de zomermaanden is hij in Friesland te vinden. “Op het landgoed hebben we zelf een huisje in de bossen, als we even de stad willen ontvluchten”, vertelt de jonkheer. “Amsterdam-Friesland klinkt misschien ver weg, maar met een goed uur rijden ben je er.”

Frans Eysinga is ontwikkelingseconoom. Hij reist veel voor zijn werk. “Ik kom net terug uit Tunesie.” Het beheer van de camping laat hij dan ook over aan Henk Kreulle. Zo doet de jonge adel dat dus tegenwoordig.

Waterschapslasten

De jonkheer ontvangt ons in vrijetijdskleding. Spijkerbroek met korte-mouwtjes overhemd. “De camping bestaat nu ruim vijfentwintig jaar.

Zo'n landgoed is leuk en aardig maar het kost handen vol geld. Denk maar eens aan de waterschapslasten. We kunnen de zaak nu goed draaiende houden.

Ook door de subsidies, maar uiteindelijk krijgt het rijk meer van ons dan wij van het rijk. Tjalling, mijn broer, draagt ook een steentje bij. Hij heeft een landbouwbedrijf op het landgoed.''

Rust en groen is het eerste dat opvalt bij bezoek aan Eysinga-State. “Bij ons geen disco's. Mensen zijn op zich zelf aangewezen. En natuurlijk op de omgeving hier.” Een echtpaar uit Dongen bevestigt dit. “We hebben bewust voor een landgoedcamping gekozen. De kinderen weten waar ze aan toe zijn.

Ze hebben de camping en de natuur.''

Voor de echte natuurliefhebbers kent landgoedcamping Blaauw aan de andere kant van de provinciale weg een apart kampeerbewijsterrein. Beheerder Kreulle: “Sinds een jaar staat er op dat veld een toiletwagen. De belangstelling is nu aanmerkelijk groter. Het is nog wel primitief: er is maar een kraantje beschikbaar en geen elektriciteit. Wel zijn er bossen waar je meteen in kunt lopen.” Terwijl hij vertelt, verwijdert hij papier dat langs de kant van de weg ligt. Kreulle zal nog vaker bukken voordat het herfst is. “Als het eenmaal netjes is, maken de gasten het ook niet smerig.”

Jonkheer Eysinga: “We hebben wel eens in Vlaanderen geadverteerd, daardoor komen er een paar Belgen op bezoek. Maar het merendeel komt toch uit eigen land. En niet alleen uit de drie noordelijke provincies.”

Frans Eysinga woont dan niet op het landgoed, hij is wel op de hoogte van het reilen en zeilen en levert een actieve bijdrage. “Sinds ik eigenaar ben, realiseren we een aantal verbeteringen. Tot voor kort dachten we daar alleen maar aan. Zo wordt nu, geheel in boerderij-stijl, een douche- en wc-ruimte gebouwd. Daarnaast komt er ruimte voor recreatiebungalows. Ik denk dat daar belangstelling voor is. In deze omgeving betaal je al gauw drie ton voor zo'n bungalow. Wij willen daaronder zitten. We hebben een aantal voordelen. Onze golfbaan met name, een achttien holes, spreekt aan.”

Uitbreiding, verbetering en het strenger toepassen van de huisregels, zo ziet de jonkheer de toekomst. “Het kwam wel eens voor dat ineens portiekjes voor stacaravans waren getimmerd. Wie nu iets wil toevoegen aan zijn verblijfplaats, moet dat eerst met ons overleggen. Het huisreglement passen we dus strenger toe, om te voorkomen dat het hier een WildWest wordt.”

Uitbreiden mag, maar het heeft een grens. “Die grens ligt bij een zwembad.

Daar zullen we niet gauw aan beginnen. Je hebt te maken met tal van verordeningen. Een badmeester moet in dienst komen. Het zwemwater heeft zo zijn strenge eisen. Bovendien is vijf kilometer verderop, in Joure, een subtropisch bad. Onze gasten kunnen met reductie tickets aanschaffen. En bij mooi weer kunnen ze terecht in onze zwemvijver.''

Adellijke titel

De adellijke titel houdt jonkheer F.J.J. van Eysinga niet bezig. “Als men zich anno 1993 van anderen wil onderscheiden, zijn er bijvoorbeeld de lintjes. Die titel 'jonkheer' heeft de familie eeuwen geleden, voor 1700, gekregen. “We konden ons zelfs baron laten noemen. Maar de familie toentertijd hield het toch op een bescheidener predikaat. Friesland had toen meer jonkheren dan baronnen. En als je baron of baronesse bent, is meteen een onderdeel van je naam. Jonkheer is een titel. Maar nogmaals, het zegt vandaag de dag niet zoveel meer. Sinds de jaren zestig is de familieachtergrond niet meer belangrijk voor een maatschappelijke functie.

Vlak na de Tweede Wereldoorlog was het wel een makkelijke entree in de wereld van de diplomatie. Mijn zusjes hadden het in hun jeugd best moeilijk. Veel plagerijen op school, omdat we van adel waren en omdat mijn vader dominee was. Persoonlijk had ik er weinig last van. En mijn kennissen, die selecteer ik op wie ze zijn en niet op wat ze zijn.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden