'Onze dansers kunnen alles'

In de tien jaar dat Ted Brandsen Het Nationale Ballet leidt, is het grootste balletgezelschap van ons land uitgegroeid tot een zelfverzekerde club die door steeds meer kenners wordt gerekend tot de wereldtop.

Bij een balletgala op 7 september jongstleden werd artistiek leider Ted Brandsen in het zonnetje gezet door choreograaf Hans van Manen. De 81-jarige dansmaestro stond stil bij de tien jaar dat Brandsen leiding geeft aan Nederlands grootste balletgezelschap. "Ik heb veel directeuren meegemaakt", speechte Van Manen, "maar bij Ted Brandsen zie ik dat directeurschap een talent is."

Ted Brandsen begon zijn carrière bij HNB, danste er van 1981 tot 1991, ging choreograferen om in 1998 artistiek directeur te worden bij West Australian Ballet. In 2002 kwam hij terug op het HNB-honk aan het Amsterdamse Waterlooplein om de toenmalige artistiek directeur Wayne Eagling op te volgen. Eagling was van het Engelse Royal Ballet afkomstig, werd beschouwd als 'buitenstaander' en had bovendien op moeten boksen tegen de erfenis van zijn voorganger Rudi van Dantzig. Ted Brandsen (1952): "Eagling heeft het moeilijk gehad. Hetzelfde was mij overkomen toen ik het West Australian Ballet ging leiden. Het was: 'wat komt die Europeaan óns vertellen over ballet?' Toen ik in 2003 als artistiek leider werd aangesteld bij HNB, was het: 'wat fijn dat er iemand leiding komt geven die deel uitmaakt van ons DNA.' Ik had de wind mee."

Wat voor gezelschap trof u aan?

"Een gezelschap met kwaliteiten, alleen was men daar zelf niet meer zo van overtuigd. Er was sprake van een identiteitscrisis, zonder visie op de toekomst. Een nieuw millennium had zich aangediend, voor het ballet betekende dat wereldwijd een periode van onzekerheid. De jaren zeventig en tachtig waren doordrenkt van groei, met belangrijke vernieuwers als Pina Bausch en William Forsythe, die voor doorbraken en nieuw publiek hadden gezorgd. Maar toen dat nieuwe vuur was uitgeraasd, kwam men weer met beide voeten op de grond: oké, en wat nu? Bij HNB uitte zich dat in een gebrek aan focus. Men was óf gericht op techniek, óf op de reputatie uit het verleden. Er was dringend behoefte aan nieuw elan."

En welk elan bracht u mee?

"In Australië had mijn groep weinig overheidssteun, maar er was een gevoel van importantie. Het is een typisch Australische gedachte dat dingen gewoon moeten kunnen. Dat gevoel van 'can do' heb ik daar meegekregen. Toen ik bij HNB terugkwam als directeur zag ik het als mijn eerste taak om de neuzen van het artistieke team dezelfde richting op te krijgen. Er was sprake van onderlinge competitie en er waren geschillen. Als je die al aan de top hebt, is het moeilijk saamhorigheid in de groep te creëren. Vroeger kwamen de producties altijd wel van de grond, maar dat mocht een wonder heten als je keek met hoeveel gedoe dat soms gepaard ging. Dat móest efficiënter."

U bent een moderne manager.

"Dat gaat wel wat verder. Je moet als artistiek leider daadwerkelijk begrijpen wat er speelt en van daaruit koers uitzetten. Mijn opvatting van leidinggeven loopt analoog aan de verandering in hoe men in de balletwereld en daarbuiten over leiderschap is gaan denken. Het is erg old school om uit te gaan van een autocratische leider die inspiratie levert, antwoord heeft op alle vragen en geen tegenspraak duldt. Ik bewonder de expertise van de mensen met wie ik werk en ik steun op de kennis van mijn balletmeesters. Ik heb wel degelijk het laatste woord, maar het is toch anders dan men bij HNB onder mijn voorgangers was gewend ¿ we zijn nu gericht op communicatie en samenwerking. Alleen daarmee haal je het beste uit mensen."

Analoog aan uw stijl van een balletgroep leiden, loopt ook de verbetering van de technische standaard van HNB.

"Dat de techniek ronduit fenomenaal is geworden, is niet alleen bij HNB aan de hand, dat is een wereldwijd fenomeen. Vijftig jaar geleden waren er ook al goede dansers, maar er zijn simpelweg meer mensen die zich met ballet bezighouden dan toen, waardoor de eisen naar boven zijn bijgesteld. Ook de internationale uitwisseling, die na de val van de Muur op gang is gekomen, is hier debet aan. Pas in 1994 kwam de eerste Russische danseres naar ons land, Larissa Lezhnina, tegenwoordig is een op de zeven dansers uit Rusland of Oost-Europa afkomstig. De globalisering werkt ook door in de repertoirekeuze. HNB was de enige groep in Europa die meerdere werken van balletvernieuwer George Balanchine op het repertoire had, inmiddels danst de Parijse Opera er bijna net zo veel."

Door die ontwikkeling zijn balletgroepen ook veel op elkaar gaan lijken.

"Van de week zag ik in New York een voorstelling van New York City Ballet. Ik verbaasde me wederom over het verschil in stijl: de nadruk ligt er op snelheid en risico nemen. Heel 'showy', maar niet erg gericht op het feit dat je sámen een voorstelling maakt. Ik denk dat HNB een goede balans heeft gevonden in saamhorigheid en vrijheid van bewegen. Het Engelse Royal Ballet is ingetogen en beheerst, terwijl het Parijse Opera Ballet het accent legt op mooie, lange lijnen. Dat kan tuttig zijn in onze ogen. Bij Marijinski, het vroegere Kirov, gaat het om lyriek, dan mis ik het nuchtere en sportieve van HNB, een soort durf. Die gutsyness zit bij mij als ex-HNB-danser in balletten van Rudi van Dantzig en Hans van Manen ingebakken. Dat DNA breng ik over en bouw ik uit."

Kan HNB zich wel meten met de door u genoemde topgroepen?

"We worden in één adem met ze genoemd. De Suddeutsche Zeitung rekende ons tot de drie beste balletgroepen ter wereld, de Frankfurter Allgemeine noteerde ons in hun ballet-topvijf. We worden internationaal gezien als een avontuurlijke club met veelzijdige dansers. We hebben niet óf sprinters, óf marathonlopers, bij ons kunnen ze alles. Ons land kent geen lange ballettraditie. We zijn vanaf de jaren zestig meteen begonnen met het creëren van nieuw werk, dat leidde tot de zogeheten Gouden Jaren van het Nederlandse ballet rond werk van Van Manen, Van Dantzig en Toer van Schaik. Maar daarmee was het publiek per definitie geïnteresseerd in nieuwe stukken. Toch heb je 'oud werk', de romantische klassiekers, nodig om het heden te begrijpen en in de toekomst op voort te bouwen. Daarom brengen we programma's als 'Corps', waarin 'Les Sylfides', een werk van Fokine van meer dan honderd jaar geleden, naast een dansstuk staat van contemporaine dansmakers Emio Greco en Pieter C. Scholten. HNB biedt de lens om in te zoomen op de ontwikkeling en de verschillende verschijningsvormen van het ballet."

U heeft choreografen als Alexei Ratmansky en Christopher Wheeldon binnengehaald, smaakmakers in de wereld van het ballet. U bent een netwerker, heet het.

"Om te weten wat er speelt moet je ook in het buitenland voorstellingen zien. Zo zag ik Christopher Wheeldons eerste stuk bij New York City Ballet, hij was toen rising star, ik wist: hem moet ik hebben. Dan ga je na afloop naar zo iemand toe en je zegt: 'Ik ben Ted Brandsen uit Holland, we moeten eens praten.' Nu wordt Wheeldon overal ter wereld gevraagd, maar hij heeft al een dusdanig warme band met HNB ontwikkeld dat hij graag terugkomt. Hij vindt het fijn met onze dansers te werken, hun veelzijdigheid is prettig voor moderne balletchoreografen. Datzelfde geldt voor Ratmansky, die tekende voor een nieuwe versie van Don Quichot, momenteel bij ons te zien."

Het oppoetsen van de balletklassiekers is een speerpunt in uw beleid.

"Klassiek ballet is de basis voor alles wat we doen. Maar we hadden altijd een klein aantal van die grote klassiekers in huis. Van Dantzig (leider van 1971 tot 1991, red.) vond een ballet als 'De notenkraker' kinderachtig. Het paste niet in zijn beeld van wat dans moest zijn. Ik ben eclectisch ingesteld; ik houd van sushi en van een patatje mayo. Dat sluit ook meer aan bij het publiek van nu, dat meer in zich kan ¿ maar ook wíl ¿ opnemen. We hebben de afgelopen tien jaar een nieuwe Bayadere, Giselle, Cinderella, Don Quichot en Coppelia ontwikkeld. De grote klassieke balletten zijn de hoeksteen van HNB, maar die moet je dan wel brengen op een manier die aansluit bij het leven van nu. Je moet dat erfgoed levend houden en elke keer opnieuw afstoffen."

Met de familieproductie Coppelia tekende u zelf voor de choreografie. Kritiek was dat het 'leuke' boven de choreografische inhoud prevaleerde.

"Ik ben gelukkig met de uitkomst en het publiekssucces. Achteraf denk ik dat ik de dans inderdaad meer had kunnen uitwerken. Ik moet toegeven dat de twee functies, choreograaf en artistiek leider, elkaar soms bijten. In 1991 ben ik gestopt met dansen om te gaan choreograferen. Na enige tijd wist ik: de nieuwe William Forsythe zal ik nooit worden. Maar iets bij te dragen heb ik wel. Ik hoef niet als een Ratmansky overal ter wereld balletten te maken. Hij stopte als artistiek leider bij het Bolshoi omdat hij zo veel mogelijk werken wilde creëren. Ik heb gekozen voor de andere kant. HNB is waar ik nu nodig ben."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden