Onze buitenaards authentieke Henk

Henk was niet het type ideale buurman. Hij was een kluizenaar. Mieke Kerkhof en haar vrouw verzorgden hem. Mo van Hal legde de sporen van zijn leven vast in foto's.

Mieke Kerkhof (1962) is gynaecoloog en columnist.

Vorig jaar verscheen haar boek 'Even ontspannen, mevrouw...'

Vijftien jaar woonden mijn vrouw en ik naast Henk, in een buitenwijk van een Brabants dorp. Toen wij ons huis kochten, wenste iedereen ons succes met hem, hij was namelijk contactgestoord en maakte altijd ruzie.

In eerste instantie gromde hij naar ons en spuugde op onze stoep. Hij fietste drie keer per dag naar zijn vrouw in het verpleeghuis, enkele kilometers verderop. Daar at hij zijn maaltijden. Zijn fiets had lekke banden, maar dat deerde hem niet.

Van lieverlee raakten we met hem aan de praat, buiten op onze gemeenschappelijk oprit. Henk was leraar wiskunde en Nederlands geweest op Aruba. Hij bleek erg intelligent, had een originele visie op het leven en was een koning in het verzinnen van complottheorieën. Bisschop Hurkmans van 's-Hertogenbosch noemde hij 'Schurkmans', al ver voor de dopingschandalen was de Tour de France volgens hem 'een en al list en bedrog' en de belastinginspecteur had ervoor gezorgd dat zijn rijbewijs niet verlengd werd.

Gaandeweg ging hij ons vertrouwen. Toen zijn echtgenote overleed, waren wij met zijn vieren in het crematorium, het levenloze lichaam meegerekend. Of zijn huwelijk gelukkig was geweest? Daaraan twijfelden wij. We vonden in zijn huis een briefje met daarop de tekst: "Henk, maak me niet ongelukkiger dan ik nu al ben", met daaronder de naam van zijn vrouw.

Henk vertelde ons dat hij op zijn vijfde al wees was en zijn jonge leven had gesleten in internaten. Hij was seksueel misbruikt en chronisch affectief verwaarloosd. Hij had geen kinderen verwekt, maar dat lag niet aan hem. Immers, de uitslag van zijn zaadonderzoek was goed en deze lag pontificaal op tafel. Hij was vaak aan het fantaseren over seksuele handelingen en schreef op de hoek van de krant met wie hij het allemaal ging doen en op welke manier.

Om te checken of hij iedere dag weer ontwaakte, deelden we een abonnement op de ochtendkrant. Na de dood van zijn vrouw kookten we voor hem. We schoven een bordje naar binnen, dat we altijd, keurig schoongelikt, terugkregen. Als we op vakantie gingen, vertelden we dat één uur voor vertrek, want anders dreigde hij met suïcide. Hij zwaaide ons uit en begroette ons na drie weken weer hartelijk.

Hij rook vies, naar zweet en ongewassen kleding. Hij droeg weken achter elkaar dezelfde stropdas, besmeurd met eigeel. Toen één van ons beiden na een korte ziekenhuisopname weer thuis kwam, zat hij klaar met een grote bos rode rozen. Als we jarig waren kregen we steevast een potje gezichtscrème van hem, tegen het ouder worden van de huid.

We mochten op zeker moment in zijn huis komen, waar we een bed aantroffen dat eruitzag als een rovershol. In zijn werkkamer baadden we tot onze enkels in brieven, rekeningen en ander papier. Aan de wand hing een tegeltje met het opschrift 'het is beter rijk te leven dan rijk te sterven'. Op zijn nachtkastje lagen pornoboeken, keurig omhuld in oudbruin kaftpapier. In het bovenste laatje spaarde hij dode padden, die hij op witte papiertjes had gespeld. In zijn diepvries lagen ingevroren muizen. Overal in het huis vonden we conservenblikken vol urine, hij benutte zijn toilet liever niet en zat 's winters in vier graden Celsius met

zijn jas aan. In de vensterbank lagen twee gehoorapparaten en zijn kunstgebit, een mooi stilleven van de menselijke vergankelijkheid. Hij gebruikte deze hulpmiddelen nooit. In de keuken troffen we levensmiddelen aan waarvan de houdbaarheidsdatum vele jaren eerder verstreken was.

Uiteindelijk ging hij akkoord met een wasbeurt. We knipten zijn zeer lange teennagels met een nijptang. We haalden incontinentieluiers voor hem. Die liet hij, zolang ze absorbeerden, gewoon zitten. Zijn tapijt lag daarom bezaaid met gelig pulp, afkomstig uit de luier en door zijn broekspijpen naar beneden gevallen.

Zijn bel had hij uitgezet, hij ontving niemand in zijn huis. De deur ging uitsluitend open na de afgesproken code: als wij drie keer klepperden met de brievenbus. Op de onderste traptrede lag een gigantische baco klaar voor indringers. De gordijnen waren ook overdag hermetisch gesloten. De thuiszorg weigerde hij, hij deed alleen zaken met zijn twee buurvrouwen. Bovendien klaagde Henk dat al die thuiszorgmedewerkers met hem naar bed wilden, omdat ze meteen bij aanvang vroegen: meneer, zullen we boven maar beginnen?

Hij werd ziek en ging naar het ziekenhuis, waar hij jonge leerlingverpleegkundigen in de borsten kneep. Henk gebood ons toen een doos uit zijn huis te halen die op de overloop in een kast stond. Daar had hij een grote som geld cash in bewaard. De banken waren niet te vertrouwen in zijn ogen, dus hij haalde iedere maand zijn pensioen uit de muur van het plaatselijke ING-filiaal.

Hij ging naar een verpleeghuis, omdat het niet meer mogelijk was om hem in zijn natuurlijke omgeving te houden. Al die tijd verbleef hij op de diagnostische afdeling, want men raakte niet uitgeanalyseerd. Henk zelf gedroeg zich daar als de hoofdpersoon uit 'De laatkomer' van Dimitri Verhulst. Oostindisch dement noemden wij dat.

We brachten hem zijn schaakbord. Maar hij sputterde tegen: "Nou, ik heb dat zooitje hier eens bekeken, maar daar valt echt geen potje mee te schaken, hoor."

Hij overleed twee jaar later op 88-jarige leeftijd. Met zijn tweeën schoven we hem in de oven van het Vlijmense crematorium.

Henk koos zelf voor de eenzaamheid. Voor ons was hij een lieve buurman, die vijftien jaar lang als een rode draad door ons leven liep.

Buitenaards authentiek, anders kan ik hem niet typeren.

Deze tekst sprak Mieke Kerkhof deze week uit bij verschijning van 'Kluister, twee eenzame levens'. Daarin brengt fotograaf Mo van Hal het leven van kluizenaars Henk en Pee in beeld. Van elk verkocht boek gaat 5 euro naar projecten tegen eenzaamheid en sociaal isolement. www.kluister.com

Onder de trap lag een enorme baco klaar voor indringers

Het bordje eten kregen we altijd keurig schoongelikt terug

Mo van Hal (1970) is beeldend kunstenares en fotografe. Ze maakt multimediale exposities en voorstellingen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden