Onze allergrootste ergernis, of een nieuw soort tijdverdrijf? ...en we wachten, en wachten...

We ergeren ons als de computer niet snel genoeg opstart, als er een aarzelende bejaarde voor ons staat bij de pinautomaat, als het verkeer stokt. Maar sommigen van ons scharen zich vrijwillig uren in een lange rij als een hippe modewinkel zijn deuren opent. Waarom?

Een eindeloze rij wachtenden voor een winkel: dertig jaar geleden associeerden we dit soort beelden met armoede, gebrek, met landen uit het communistische oostblok, waar levensmiddelen schaars waren, en slechts op spaarzame momenten verkrijgbaar.

Maar het was niet dertig jaar geleden, het was afgelopen kerst en de eindeloze rij wachtenden stond niet in Moskou voor een levensmiddelenwinkel, maar voor de langverwachte nieuwe vestiging van de Amerikaanse confectieketen Abercrombie&Fitch in hartje Amsterdam. Toch werkte de oostblok-iconografie nog door in onze hoofden en onze monden vielen open van verbazing: in een rij staan oogt toch vooral als een vorm van onvrijheid, van vernedering? Van onderschikking en vooral niet van zelfbeschikking, het toverwoord van onze hedendaagse, vrije samenleving. Wachten is iets voor hulpelozen, machtelozen, tweederangsburgers. Wachten is, kortom, voor losers.

Dus wat bezielde deze mensen - heus niet alleen bleue tienermeisjes - om in de vakantie speciaal naar de hoofdstad te reizen om daar een paar uur vrijwilig in een rij te staan voor een veel te dure, nondescripte sweater met een paar grote letters erop? Het zag er niet uit alsof de wachtenden vreselijk leden, of ongeduldig waren. Het leek eerder alsof het vrijwillige wachten tot een nieuw soort evenement was verklaard, waarbij de spannende 'ver'-wachting niet lang genoeg kon duren. Hoe langer het wachten, des te zoeter de beloning: een heel gewoon t-shirt of een grijze hoodie in de tas, én op de foto met een van de schaars geklede modellen die A&F als winkelpersoneel inhuurt. Hiervoor was iedereen bereid zijn kostbaarste goed, namelijk tijd, royaal in te leveren.

Hoe omschrijf je vrijwillig wachten, afgezet tegen onvrijwillig, opgelegd wachten? Als niet-noodzakelijk, consumptief wachten? Dus niet voor eerste levensbehoeften als brood maar voor de beste oliebollen van de stad. In de rij staan voor het Anne Frankhuis. Voor de drie dwaze dagen van de Bijenkorf. Tussen de afzetlinten in de Nespressowinkel. In het pretpark. In de file naar de wintersportbestemming. En voor de skilift. In de rij staan om in te checken voor een vakantiebestemming op Schiphol. Of erger: wachten op een vertraagd vliegtuig.

Het zijn van die momenten waarop een mens zich kan afvragen waar hij in vredesnaam mee bezig is: hij heeft een vermogen betaald om ergens ver weg enorm te kunnen ontspannen, en nu zit hij al urenlang onderuitgezakt op een ongemakkelijke stoel naast een uitpuilende prullenbak te vergaan van innerlijk woede. Waarom onderwerpen we onszelf hier aan?

Er zijn allerlei gradaties van vrijwillig wachten - bij het vertraagde vliegtuig zal de notie van vrijwilligheid al snel verdwijnen - die geleidelijk overgaan in onvrijwillige vormen van wachten. Opgelegd wachten: dan hebben we het over wachten op de trein en over de woon-werkverkeerfile, over de volle wachtkamer van de huisarts, de afdeling burgerzaken van de gemeente of een andere ongrijpbare instantie waar we iets van nodig hebben. Waar het wachten onderdeel is van het systeem, en het ook mede in stand houdt.

Wachten is dan een instrument om controle en macht uit te te oefenen. Of, zoals literatuurwetenschapster Katharina Baier schrijft in haar studie over de functie van de wachtkamer in 'Het proces' van Franz Kafka: 'Wachtkamers bestaan niet per se: ze maken deel uit van een onuitgesproken pact tussen de wachtende en de hogere instanties, die op zich laten wachten.'

Ik zie mijn vader voor me en hoe instant woedend en verdrietig hij telkens opnieuw wordt als hij terugdenkt aan de wachtruimtes in dat vermaledijde streekziekenhuis waar hij urenlang met mijn moeder doorbracht, om uiteindelijk te horen dat het voor haar allemaal te laat was. De vernedering die ze daar voelden, vooral die ene keer, toen de specialist die ze te woord zou staan wel een paar keer aan hen voorbijliep, maar die middag uiteindelijk gewoon niet meer terugkwam.

Wie is er goed in wachten en waar zou het aan liggen als we er niet goed in zijn? Opvoeding? Afkomst?

Toen ik zou verhuizen van Brabant naar mijn eerste studentenkamer in Utrecht, werd het eerste vrachtje spullen per auto verplaatst door de zoon van de baron uit ons dorp. Mijn vader was daar burgemeester en onderhield - zoals het hoorde - vriendelijke contacten met de kasteelheer- en dame. Zo kwam het dat mijn zus en ik in de zomermaanden wel eens werden opgetrommeld om te komen tennissen met deze jongste telg, een uiterst vriendelijke, wat bleke jongeman, die op niemand leek die wij kenden. Vermoedelijk was ik die zomer weer een paar keer de lange oprijlaan opgefietst, en kwam het zo tot zijn aanbod mij te verhuizen.

Met een volle auto waren we op weg naar Utrecht, toen ter hoogte van Den Bosch het verkeer stokte: file. Een vrij normaal verschijnsel in de tijd dat knooppunt Deil op de A2 nog gewoon een kruispunt met verkeerslichten was. Zou je zeggen. Maar niet voor de jonge baron. In de file staan? Dat deed hij niet. Gedecideerd nam hij de eerste afslag en we vervolgden via ingewikkelde provinciale omwegen onze weg - navigatiesystemen bestonden nog niet. Het duurde uren voor we Utrecht bereikten, waarbij we minstens twee ponten hebben moeten nemen.

Ik weet zeker dat we veel langer over de reis hebben gedaan dan wanneer we de file braaf hadden uitgezeten, maar daar ging het helemaal niet om. Kennelijk was het voor hem een onverdraaglijk idee om het verloop van zijn reis zelf niet in de hand te hebben, zich te moeten onderwerpen aan een lot dat hij met vele anderen moest delen: wachten. Ik denk echt dat het voor deze jongste telg uit een aristocratisch geslacht al bij geboorte een onmogelijke opgave was om zich te moeten schikken in een rij. En de vanzelfsprekendheid waarmee hij dit idee leefde, maakte dat het niet neerbuigend of vervelend overkwam. Hij kwam gewoon uit een parallel universum, waar files en andere banale hindernissen niet bestonden.

Stiekem vind ik een file, mits ik geen gierende haast heb, helemaal niet zo erg. Maar ik ben dan ook een eenvoudig burgermeisje. Ik zit droog, warm, luister met een beetje mazzel naar een onderhoudend radioprogramma. Voer een telefoongesprek. Echte verplichtingen dringen zich pas weer op zodra je ergens aankomt, in de file kun je alleen maar een beetje zijn. Precies zo bespeur ik altijd lichte spijt als een treinreis is afgelopen. Reizen is een gelegitimeerde vorm van wachten, het is tussentijd waarbij het tijdelijk nietsdoen geoorloofd is.

Geduldige kinderen die hun behoeften kunnen uitstellen doen het later beter, zo is al eens onderzocht. Ik vraag aan mijn dochter van tien of ze goed is in wachten. Het antwoord weet ik al. Nee, zegt ze meteen, zonder te vragen waarom ik dit vraag. Wonderlijk, dat kinderen zo ongeduldig zijn en slecht in wachten, terwijl ze alle tijd van de wereld hebben. Zelf herinner ik me mijn kindertijd op een bepaalde manier ook als één groot wachten, me afvragend wanneer 'het' nu eindelijk zou beginnen. Zonder te weten wat 'het' was, maar het had ongetwijfeld iets te maken met niet zelf over alles te kunnen beslissen. Wie de kindertijd omschrijft als een heerlijk, eindeloos zijn, heeft het mis.

De Duitse journaliste Friederike Gräff onderzocht de 'fenomenologie van het wachten'. De rij voor het postkantoor, de muziek waaraan we bij het wachten aan de telefoon worden blootgesteld en hoe het camoufleren van wachten, bijvoorbeeld op stations, een bedrijfstak op zich is geworden. Daarnaast heeft ze het over meer existentiële vormen van wachten. Zo sprak ze met een schrijfster over wachten op inspiratie, met een hoogzwangere die op haar baby wacht, met een biologe over de vraag waarop zaadjes precies wachten voordat ze kiemen en met een hartpatiënte over wachten op de dood. Ook interviewde ze een oorlogsweduwe die tot 1947 vergeefs wachtte op de terugkeer van haar man, commandant van een duikboot.

Voor deze vrouw, 91 inmiddels, was het wachten de enige manier om de hoop op zijn terugkeer intact te houden. 'Het wachten en de hoop die hierin schuilt zijn iets intiems en teers en onttrekken de mensen aan het heden en aan hun directe omgeving.'

Wachten is een toestand die het moderne individu volgens Gräff mijdt als de pest, omdat het tegen alles indruist wat het bevochten heeft. Maar ook zij ziet tegenstrijdigheden. We flippen als we in een rij staan, maar tegelijkertijd kijken we in de bioscoop graag naar personages die wachten op hun grote liefde. Of lezen erover in oude mythen, zoals over Penelope die twintig jaar gedwee wachtte op Odysseus. Waarschijnlijk is het de trouw aan een persoon die mensen fascineert, schrijft Gräff. 'Wie vrijwillig wacht, laat toewijding zien, en vrijheid ten aanzien van de permanente angst iets te missen, die de gehaaste mens typeert.'

Dat is een prachtige zin die ik ga onthouden als ik weer eens een sprint wil inzetten naar een vertrekkende trein. Toch gaat hij niet op voor de Abercrombie-rij: hier is het wachten juist dé manier om ergens bij te zijn, om iets niet te missen, een gebeurtenis waarmee een bepaalde status wordt nagestreefd: met je A&F-trui kun je namelijk zeggen: ik was erbij, toen, in Amsterdam.¿

Reageren

Sluit u makkelijk aan in een rij, of kunt u slecht wachten? Stuur uw reactie voor dinsdag naar tijdpost@trouw.nl (maximaal 150 woorden).

Gevoelstijd
De laatste uitgebreide inventarisatie van wachten in Nederland (hoe vaak, in wat voor situaties, hoe lang) stamt volgens Ad Pruyn, hoogleraar marketingcommunicatie en consumentenpsychologie aan de TU Twente, uit 1993. Het onderzoek vond onder zijn leiding plaats. Het kwam er destijds op neer dat we gemiddeld een half uur per dag kwijt zijn aan wachten. We weten dus niet of dat sindsdien langer of korter is geworden. Pruyn dacht destijds allerlei organisaties voor het 'wachttijdenprobleem' te interesseren, zoals banken, supermarkten en verzekeraars. Maar, zegt hij: "Dat viel erg tegen. Achteraf denk ik dat we simpelweg te vroeg waren." Er kwam geen vervolgonderzoek.

Interessanter dan die reële wachttijd is inmiddels de gevoelstijd - vergelijkbaar met de gevoelstemperatuur: we hoeven tegenwoordig veel minder lang te wachten voor de computer is opgestart, maar we ergeren ons er des te meer aan. En juist het verkorten van die gevoelsmatige wachttijd is iets waar ondernemers belang bij hebben. Zo promoveerde een NS-medewerker vorig jaar bij Pruyn op de optimalisatie van spoorwegperrons, waarbij gekeken is naar de invloed van kleur, licht, muziek en infotainment op de subjectieve tijdsbeleving.

Sinds het begin van dit decennium is er volgens Pruyn veel meer aandacht voor die beleving, in goed Nederlands: the experience economy: "Het voorbeeld van de Abercrombie-winkel past perfect in die ontwikkeling. Slimme ondernemers zijn zich veel meer bewust van de mogelijkheden van slim wachttijdenmanagement en weten er soms zelfs bijna een marketinginstrument van te maken."

The Clock
In het Museum of Modern Art (MoMa) in New York is sinds deze zomer de installatie 'The Clock' van kunstenaar Christian Marclay te zien. Hij maakte een 24 uur lange film die uitsluitend bestaat uit speelfilmscenes waar een klok of een horloge in voorkomt, uit de periode van de stomme film tot de laatste van de Coen brothers. Het bijzondere is dat de klokken en horloges in de film ook exact de tijd aangeven die het in werkelijkheid is. Marclay heeft twee jaar aan zijn puzzelstuk gewerkt. Verbazingwekkend, zo zeggen bezoekers en recensenten, hoe spannend het kan zijn om de tijd voorbij te zien gaan. En hoe vaak tijd een rol speelt in speelfilms. Ook opmerkelijk is dat er regelmatig lange rijen voor 'The Clock' staan, bijvoorbeeld op Oudejaarsavond, toen een groep mensen die precies om 00.00 uur in de film wilden zitten, in een rij voor het MoMa-theater strandde. En elkaar daar een gelukkig Nieuwjaar wensten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden